Lode van den Bergh werd op 18 juni 1920 geboren in Rijkevorsel in de Antwerpse Kempen. Na zijn studies Germaanse filologie ging hij aan de slag als redacteur bij de krant De Standaard en werkte hij aan zijn doctoraat in de wijsbegeerte dat hem in 1946 verleend werd. Later verzeilde hij in het onderwijs wat hem in staat stelde een groot deel van de wereld te bereizen. Zijn eerste werken dateren al van tijdens zijn studies. Om te voorkomen dat zijn boeken in de lichtere genres een negatieve invloed zouden hebben op zijn meer serieuze werk, opteerde hij ervoor om zijn romans uit te geven onder het pseudoniem Aster Berkhof. Ongeveer een maand voor hij negentig kaarsjes mag uitblazen en na een loopbaan die bijna zes decennia overspant, verschijnt met Dodelijk papier zijn honderdeneerste boek. Maar omdat hij werken publiceerde in uiteenlopende genres is het “slechts” zijn drieëntwintigste roman die als misdaadliteratuur gecatalogeerd staat.
Hierin maken we kennis met Babette Sanson, een sympathieke pretentieloze, maar steenrijke jongedame die haar dagen vult met het besturen van het florerende houtbedrijf dat ze van haar vader erfde. Als ze kennis maakt met de dromer Niels Sommer is het liefde op het eerste zicht en wat later stappen ze in het huwelijksbootje. Niels is een aanwinst voor het sociale leven in het dorp en de twee lijken een goed huwelijk te hebben. Tot op een dag het levenloze lichaam van Niels in een strop hangt aan de muren van de plaatselijke burchtruïne. Gevallen? Gesprongen? Geduwd? Met zijn dood komen ook de roddels op gang: was hij een gokverslaafde? Een speculant? Een vrouwengek?
Op crime.nl staat bij deze auteur volgend citaat: “Het schrijven van een detectiveroman is een buitengewoon plezierig spelletje: je begint met het einde; je bent de enige die weet hoe het afloopt en het hele boek door doe je niets anders dan je lezers misleiden en op het verkeerde spoor zetten.” Zo beschouwd, lijkt het componeren van een misdaadverhaal wel een fluitje van een cent. En deze blauwdruk hanteerde de auteur blijkbaar ook bij het schrijven van Dodelijk papier, want ondanks alle mogelijke sporen die onderzocht worden, blijkt de dader opnieuw diegene te zijn die het meest op de achtergrond gehouden wordt. Toch is de auteur een belangrijk aspect van het schrijven van een spannend boek uit het oog verloren: het moet de lezer boeien. Een hier wringt de schoen een beetje, want hoewel de lezer massa’s zand in de ogen gestrooid wordt op weg naar de ontknoping, nodigt de gebezigde schrijfstijl niet uit om in het verhaal op te gaan. Wollig taalgebruik en de keuze om het verhaal grotendeels door middel van conversaties te vertellen, leiden tot langdradigheid en geven de indruk dat er het gehele boek door vijwel niets gebeurt. En als er dan tegen het einde eindelijk eens een beetje actie plaatsvindt, loopt het nog fout af. Als Aster Berkhof daarenboven zijn publiek en personages regelmatig behandelt als onwetende kinderen, die de dingen op eenvoudige wijze belerend voorgekauwd dienen te krijgen, voelt de lezer zich toch wel beledigd. Alsof de auteur het lang achterhaalde standpunt - dat hoger opgeleiden zich beperken tot literatuur en het spannende boek voorbehouden is voor het plebs – immer aanhangt. Dodelijk papier is dus niet meteen Aster Berkhofs beste werk. Maar mag men dat nog wel verwachten van een man op een leeftijd die de meesten onder ons niet zullen bereiken?

Reacties op: De lezer beledigd