In dit vierde boek in de reeks met inspecteur Luc Borré in de hoofdrol, volgen we de speurder en zijn collega’s tijdens het onderzoek naar het verdachte overlijden van drie bejaarde inwoners van Knokke. Dat er drie bejaarden sterven is niet zo ongewoon, maar dat ze allen van Amerikaanse afkomst blijken te zijn, is te toevallig om niet als verdacht te worden beschouwd. Als er dan ook nog een schrijver in Knokke opdaagt die graaf burgemeester Lippens het leven probeert moeilijk te maken, is er werk genoeg aan de winkel voor de niet altijd even sympathieke speurder.
”Geen detective. Misdaadroman. Dat is niet hetzelfde.” is een van de citaten aan het begin van het boek dat direct in het oog springt. En dat is een waarheid als een koe voor de boeken van Jos Pierreux, die het werk van de Knokse politiebrigade vooral gebruikt als kapstok om een roman aan op te hangen over het dagelijkse leven in de mondaine badplaats, met zijn faits divers, zijn contrasten en zijn extravagante burgervader. Maar de auteur slaagt erin zijn messcherpe observaties over wat leeft bij de Knokse, en bij uitbreiding de Vlaamse, bevolking doeltreffend en op een onderhoudende wijze aan het papier toe te vertrouwen.
Het is alleen jammer dat het aspect misdaad een beetje naar de achtergrond verbannen wordt door al deze uitgebreide beschrijvingen en bespiegelingen over relaties, politiek, arm en rijk. Want Het viervijfdeprincipe is gezegend met een mooi sluitend en goed uitgewerkt misdaadplot, waar veel van zijn schrijvende collega’s jaloers op kunnen zijn. Zo’n juweel van een verhaallijn mag je naar mijn idee niet wegstoppen, maar moet je in al zijn glorie laten schitteren.
In boeken met terugkerende hoofdrolspelers, zit de schrijver voor een groot deel vast aan zijn personages. Dan doet hij er goed aan om deze personages vanaf het begin realistisch uit te werken, want personages veranderen niet, ze evolueren alleen. En Pierreux heeft ervoor gekozen om zeer clichématige karakters op te voeren: een knappe kop die constant tegengewerkt wordt door de incompetente chef, een vent die een vrouw alleen ziet als lustobject, een vrouw die meer decolleté is dan mens, een extreemrechtse rakker en dan nog een lelijk lesbisch eendje. Deze, als het ware rechtstreeks uit een satire weggelopen, individuen komen de geloofwaardigheid niet ten goede, en zijn moeilijk uit te diepen. Een grote beperking. Ook vormen deze typetjes een te groot contrast met het realistisch beeld dat geschetst wordt van de gebruikte locatie.
Al bij al is Het viervijfdeprincipe aangenaam om lezen, en wie graag afwijkt van de vaste paden van het spannende boek, moet Het viervijfdeprincipe beslist eens ter hand nemen. Jos Pierreuxs werken zijn buitenbeentjes in de misdaadliteratuur.

Reacties op: Fraai buitenbeentje