De van Ierse immigranten afkomstige Amerikaan Dennis Lehane werd geboren en grootgebracht in de buitenwijken van Boston, Massachusetts waar hij nog altijd woont. Jarenlang doorzwom hij beroepsmatig vele wateren, maar tegenwoordig is hij voltijds schrijver en leeft hij van zijn pen.
Lehane begon zijn schrijverscarrière als serie-auteur: Met de avonturen van het detectiveduo Patrick Kenzie en Angela Genarro vulde hij tussen 1994 en 1999 vijf boeken, maar samen met de eeuwwisseling wisselde de auteur het geweer van schouder en sindsdien schreef hij alleen nog op zichzelf staande boeken. Mystic river (Vuile handen) en Gone, baby gone (Over mijn lijk) werden op magistrale wijze verfilmd en volgend jaar zal ook Shutter island (Gesloten kamer; een vijf sterren-boek op Crimezone) in de bioscoopzalen te bekijken zijn.
In De infiltrant volgen we drie personages die allen in Boston verzeild raken in 1918, en zo - al dan niet actief - een van de woeligste jaren uit de geschiedenis van die Amerikaanse stad meemaken op politiek en sociaal vlak:
Beloftevol politieagent Danny Coughlin, die in de voetstappen van zijn vader wil treden door op te klimmen in de hiërarchie, maar zichzelf in grote moeilijkheden brengt als hij zich opwerpt als vakbondsmilitant.
Baseballer George‘Babe’ Ruth die bij de Boston Red Sox stilaan naar zijn beste vorm toegroeit en zijn contract met de club openbreekt.
En tot slot Luther Laurence, een zwarte arbeider die probeert een normaal leven te leiden in het racistische Amerika van die tijd.
Laat ik maar beginnen met een waarschuwing: De infiltrant is geen gemakkelijk boek. Het is geen werk zoals er tegenwoordig dertien in een dozijn verschijnen, maar het is een historische momentopname waarin een spannend draadje verwerkt; zelfs bijna verstopt, werd. Het boek overstijgt het gerne en slaat een brug tussen faction en het literaire epos.
In het begin moet je als lezer een beetje op de tanden bijten, want in de eerste hoofdstukken zwaaien de typisch Amerikaanse sporten honkbal en boksen de scepter: sporten waarmee wij, Europeanen, weinig of geen voeling hebben. Maar daarna onspint zich een verhaal zoals er te weinige geschreven worden.
Dennis Lehane heeft de situering in tijd en ruimte uitstekend overdacht: De Groote Oorlog loopt op zijn einde en de terugkeer van grote aantallen jonge soldaten zorgt ervoor dat de arbeidsmarkt overspoeld wordt met potentiële werkkrachten. Hierdoor schiet de werkloosheid de hoogte in en de eerste slachtoffers zijn de bijna-rechteloze zwarten – want in die tijd heerste er in de USA nog een strikte rassenscheiding - die plaats moeten ruimen voor de teruggekeerde blanke helden van de Eerste Wereldoorlog. Tegelijkertijd beginnen de arbeiders zich te verenigen en de oprichting van een politievakbond in Boston is aanleiding voor een van de grootste conflicten in de geschiedenis van de stad. Kortom, meer dan stof genoeg voor een goed boek dat op een zeer realistische wijze verteld wordt. Hand in hand met deze hoge mate van authenticiteit gaat een al even grote geloofwaardigheid, die ondersteund wordt door perfect geschetste personages waarvan er een groot aantal opgevoerd worden. Maar gelukkig heeft de auteur de belangrijkste spelers vooraan het boek opgevoerd, zodat de lezer zichzelf niet verliest in de massa.
De infiltrant slaat de lezer met stomheid en opent hem de ogen omdat we blijkbaar te snel vergeten om te kunnen leren van de geschiedenis. Dit verhaal speelt zich af in 1918, maar in 1938 en 1998 (of 2008) heeft de geschiedenis zich gewoon herhaald. Alleen het onderwerp – of beter gezegd het lijdend voorwerp – wijzigde telkens: eerst waren de zwarten het slachtoffer; daarna de joden en de communisten en momenteel zijn de moslims uitgeroepen tot persona non grata.
In een jaar waarin het gros der boeken de diepgang hebben van een soepbord en menig lezer zich afvraagt of Alzheimer toegeslagen heeft omdat men de inhoud al bijna vergeten is bij het dichtslaan van een boek, is De infiltrant een opvallende verschijning; een witte merel waarop de meerwaarde zoekende liefhebber van het spannende boek lang heeft moeten wachten.
Voor één keer worden de veelbelovende kreten die de achterflap sieren – zoals daar zijn “Ontstuimig, bruisend, grimmig en uitermate boeiend” en “Een indrukwekkende, vituoze, fascinerende, ontroerende, grappige en epische roman” – volledig waargemaakt. Laat mij er nog eentje aan toevoegen: een meesterwerk en een absolute aanrader voor al wie het aandurft.

Reacties op: Een genre-overstijgend meesterwerk