De Amerikaan Scott Pratt werd geboren met de schrijfmicrobe in zijn bloed. Tijdens zijn middelbare studies schreef hij al voor de schoolkrant en zijn keuze voor hogere studies Engels lag dan ook voor de hand, net als zijn werk als journalist. In 1995, op zijn achtendertigste, ging hij rechten studeren, een studie die hij voltooide. Na acht jaar in de advocatuur gewerkt te hebben, verruilde hij zijn toga voor de pen en besloot hij het te proberen als fulltime schrijver.
Het had heel wat voeten in de aarde, maar pas na vijf grondige herwerkingen van het verhaal, vond hij een uitgever die zijn debuut op de markt wilde brengen: Een onschuldige cliënt was geboren en was tevens het begin van een reeks legal thrillers met Joe Dillard, de advocaat die er geen meer wilde zijn.
De rechtschapen Joe Dillard vindt geen plezier meer in zijn werk als strafpleiter. Zijn geweten knaagt telkens hij erin slaagt een minimumstraf of zelfs vrijspraak uit de brand te slepen voor echte criminelen die hij verdedigt. Alleen zijn financiële toestand zorgt ervoor dat hij elke dag naar de rechtbank trekt. Ook zou hij graag eens een echt onschuldig iemand verdedigen. En op een dag kan hij zijn twee wensen tegelijk verwezenlijken: Wanneer hem wordt gevraagd om de onschuldig uitziende Angel Christian, die gearresteerd werd voor de moord op een dominee, te verdedigen vraagt hij zo’n astronomische hoog honorarium dat hij eindelijk zijn toga aan de wilgen kan hangen. Maar zelfs een onschuldige cliënt vertegenwoordigen kan slecht zijn voor zijn gezondheid.
Net als veel journalisten, juristen, artsen, en dergelijke die hun eerste stappen in de wereld van het spannende boek zetten, put ook Scott Pratt bij zijn debuut veelvuldig uit zijn eigen ervaringen: de samenstelling en de bezigheden van gezin van Joe is een – op de namen na – perfecte afspiegeling van Scotts leefomstandigheden, tot aan de hond toe. Zelfs de basis van het boek is ontsproten uit de regelmatig terugkerende morele dilemma’s waarover de auteur in zijn vorig beroep zijn hoofd moest breken. En om de verpersoonlijking van de auteur in het hoofdpersonage te bezegelen wordt het verhaal verteld in de ik-vorm.
Als beginnend auteur kan Scott Pratt nog volop putten uit een grote, nog maagdelijke voorraad ervaringen en anekdotes uit zijn vorige loopbanen. De plot is meteen ook het sterkste punt van het boek. Scott Pratt is inventief en slaagt erin tot op het eind verrassend uit de hoek te komen.
Door zijn hoofdstukkun te voorzien van datum en tijd, kiest hij er ook voor om korte hoofdstukken aan de lezer te presenteren, wat ervoor zorgt dat het boek vlot wegleest en weinig engagement vraagt van diezelfde lezer. Maar dat het ook moeilijk is om binnen zo’n strak keurslijf een verhaal te vertellen blijkt uit het feit dat meermaals het opgegeven uur bij een hoofdstuk niet klopt met de inhoud ervan.
Door ervoor te kiezen het verhaal te situeren in zijn eigen woonplaats en omgeving slaagt de auteur erin een gedetailleerde, geloofwaardige achtergrond te creëren. Maar anders is het gesteld met de personages die hij opvoert. Op Joe Dillard na, slagen ze er niet in te ontsnappen aan het tweedimentionale vlak. De meesten beantwoorden slechts aan de eeuwenoude clichés en sommigen zijn ronduit ongeloofwaardig. Kan je je een rechter voorstellen die in de rechtbank, tegen iemand die hij net veroordeelde zegt dat hij kan branden in de hel?
Scott Pratt moet ook nog wat schaven aan zijn vertelstijl. Het gehele boek door – maar vooral naar het einde toe – heerst het gevoel dat dat alles moet wijken voor vaart. De angst snelheid te verliezen zorgt ervoor dat het verhaal niet op een fatsoenlijke wijze verteld wordt. Alles wordt maar half; snel-snel uitgeschreven; afgehaspeld, zeg maar. De auteur had beter honderd bladzijden extra de tijd kunnen nemen om zijn verhaal te vertellen. Dan zou bijvoorbeeld de weg naar de ondergang van de TBI-speurder een interessante extra dimentie gegeven hebben aan het boek in plaats van slechts een voetnoot, die het nu is.
Ondanks de quotes op de achterflap waarin gegoocheld wordt met namen als Grisham, Turow en Connelly, slaagt de auteur er amper in - en dan nog door hoog te springen - aan deze heren hun enkels te reiken. Scott Pratt had zijn verhaal beter nog een keer grondig kunnen herschrijven, want Een onschuldige cliënt had best een goed boek kunnen worden als er wat meer zorg aan was besteed. In zijn huidige vorm is het slechts een gemiste kans en komt het niet verder dan een tussendoortje.

Reacties op: Het had best een goed boek kunnen worden als er wat meer zorg aan was besteed. In zijn huidige vorm is het slechts een gemiste kans en komt het niet verder dan een tussendoortje.