Advertentie

Stuart MacBride is een rasechte Schot, zo bewijst ook zijn rosse haardos. Hij werd geboren in de buurt van Glasgow, maar verhuisde al snel naar Aberdeen, waar hij nog altijd in de buurt woont met zijn vrouw en hun kat. Na een korte passage bij de universiteit begon hij te werken op boorplatformen, en verzeilde daarna via de radio en tv-wereld in de IT-wereld. Toen de stress zijn tol begon te eisen, spiegelde hij zich aan een paar van zijn vrienden die leven van hun pen en besloot om ook een proging te wagen.
Een paar jaar later debuteerde hij met Steenkoud. Daarna volgde Dood kalm en nu is er Vers bloed: het derde deel in de reeks met Logan McRae en zijn collega’s van het poltiekorps van het district Grampian, waar ook Aberdeen onder valt.
In dit verhaal volgen we de agenten in hun jacht op een serieverkrachter. De vriendin – en collega – van Logan McRae slaagt erin hem te arresteren, maar ze moeten de stervoerballer Rob Macintyre al snel laten gaan wegens gebrek aan bewijs, waardoor de jacht opnieuw begint. En tussendoor moet het kleine korps ook nog de geweldadige dood onderzoeken van een pornoacteur.
Vers bloed vraagt aan het begin van het boek wat aanpassingsvermogen van de lezer, want Stuart MacBride hanteert een schrijfstijl die vooral in het begin een zeer rommelige indruk makt. De regelmatige vage verwijzingen naar de vorige boeken uit de reeks maken het er niet makkelijker op en geven de niet-trouwe fan het gevoel een en ander te missen. Daar bovenop komt ook nog het hectisch heen en weer springen tussen de overvloed aan verhaallijnen waarmee het boek is volgepropt: Zowat elke misdaad die men kan begaan komt aan bod: verkrachting, moord, jeugdcriminaliteit, kindermisbruik, illegale handel, diefstal, drughandel, gokken, geweldpleging en lustmoord. In dit opzicht lijkt dit boek wel wat op Vier doden in een kring van David Lawrence.
De auteur heeft overigens wel degelijk een eigen visie op het spannende boek. In tegenstelling tot het gros van afgelikte hoofdpersonages die, al fluitend en op een been quasi probleemloos, zaak na zaak oplossen tekent MacBride een bijna Fawlty Towers-achtig politiekorps vol met irritante figuren die met meer geluk dan kunde de slechterikken achter de tralies lijken de krijgen: zo is de ene rechercheur een luie, profiterende, vuilspuiende nicotinejunk en de andere een honderdzeventig kilo zware egoistische aan suiker verslaafde klootzak. Alleen is het eindresultaat niet echt grappig, maar zeer rauw en donker, wat er weer voor zorgt dat zijn boek inhoudelijk echt wel schril afsteekt tegen de rest van de thrillers.
Toch slaagt de auteur er wonderbaarlijk genoeg in om het verhaal perfect en zonder ongewilde losse eindjes rond te krijgen vooraleer de bladzijden op zijn. Zo blijkt bij het dichtslaan van het boek dat ondanks de overvloed aan misdaden en een immens aantal personages, elke opgevoerde figuur en elke beschreven scene zijn rol te spelen heeft in het geheel. Het is een bijna onmenselijke prestatie dat de auteur tijdens het schrijfproces erin slaagt het overzicht te bewaren in die schijnbare chaos. Men kan alleen maar respect hebben voor zo’n prachtig stukje plotwerk.
Met Vers bloed heeft Stuart MacBride een boek afgeleverd dat anders is dan de anderen; dat wat inspanning vraagt van de lezers; dat reacties losmaakt bij het publiek maar dat echt de moeite waard is om te lezen. Vakwerk met een twist.

Reacties op: Chaos wordt vakwerk