Advertentie

In de jaren na de Tweede Oorlog is er heel veel geschreven over en door overlevenden van de naziconcentratiekampen. Er is beduidend minder bekend over wat er allemaal gebeurde in de Jappenkampen in Indonesië. Volgens de schrijfster van “De kleine gevangene” is een reden hiervoor dat de Duitsers na de oorlog het boetekleed aantrokken, terwijl de Japanners alles in de doofpot probeerden te stoppen. Als je er niet over praat is het ook niet gebeurd.
Lise Kristensen heeft een helder en duidelijk epos geschreven over wat zij allemaal heeft gezien en meegemaakt toen ze met haar moeder, broertje en zusje gevangen werd genomen door de Japanners. In haar nawoord vertelt ze dat ze zelfs de aller gruwelijkste details heeft weggelaten.

De ouders van Lise komen uit Noorwegen, maar Lise zelf is in Indonesië geboren. Als de Tweede Oorlog ook zijn sporen daar begint na te laten, wordt eerst Lise’s vader gevangen genomen en naar een onbekende bestemming afgevoerd en daarna ook Lise, haar moeder, haar babybroertje en haar zusje. Ze worden naar een kamp gebracht waar ze moeten wonen in een oude, koude en tochtige garage. In de loop der jaren worden ze nog twee keer naar andere kampen verhuisd en die kilometers lange tochten leggen ze te voet af. Zo komen ze eerst in een kerk, waar ze slapen op de kerkbanken en waar alle gevangenen hun eigen plekje op de banken proberen in te richten. De nonnen zorgen zo goed mogelijk voor hen, maar ook zij kunnen niet veel uitrichten tegen de wreedheden van de Japanners.

Na weer een eindeloze voettocht die bijna het leven aan Lise’s moeder kost –zij heeft de ziekte biriebirie- komen ze in hun laatste kamp aan. Ze worden in een huis geplaatst dat zo vol zit met andere gevangenen, dat ze met z’n vieren opgerold in de smerige en te kleine bezemkast moeten slapen. Lise’s moeder ligt vaak in het ziekenhuis, terwijl Lise probeert zo goed en zo kwaad als het kan voor haar broertje en zusje te zorgen, soms met gevaar voor eigen leven. Door alles wat er om haar heen gebeurt –de moorden, afranselingen en alle doden die ze ziet- raakt ze gehard en overschrijdt ze ook haar eigen normen en waarden.

“Ik zag een vlieg landen op de zweer op mijn voet en verjoeg hem met een zwaai van mijn arm. ‘Maar jij hebt er meer en ze zijn groter en dikker dan die van mij’. Karin schudde haar hoofd en kauwde rustig verder. ‘Alsjeblieft, Karin, geef mij er eentje. Jij hebt er zoveel.’ Karin zweeg. Ze was er niet toe te bewegen haar korsten met mij te delen. Toen mijn zweren zover waren dat ik de korsten eraf kon pulken, werd dat ook voor mij een feestmaal. Karin had gelijk… ze waren lekker. “

Buiten in de tuin van het huis ligt een blauwe deur plat op een paar paaltjes. Hier zitten Lise en haar moeder regelmatig te praten en bij te komen. Haar moeder vertelt verhalen over vroeger en over Noorwegen. Als ze bevrijd worden gaan ze daar weer heen, dat is wat ze voor ogen houden. Op die momenten, op de blauwe deur, voelt Lise zich het gelukkigst in deze oorlogshel.

Lise Kristensen heeft het verhaal geschreven alsof ze nog steeds dat kleine meisje van acht is. Om die reden voel je extra goed hoe deze familie zich gevoeld moet hebben bij alles wat ze hebben meegemaakt. Alles wordt duidelijk en eenvoudig verteld, zonder dat het wordt aangedikt of overdreven.

Waar de meeste boeken stoppen bij de bevrijding, gaat dit boek verder. Lise vertelt hoe ze gered worden en na een lange en moeizame reis uiteindelijk weer in Noorwegen terecht komen. Maar zoals ze dit zo rooskleurig voorgesteld hadden tijdens de gevangenschap, zo moeilijk en zwaar was het in werkelijkheid. Kristensen vertelt het zonder dat ze alles beter afschildert dan het was. De kleine gevangene heeft me aangegrepen en ik heb bewondering voor Kristensen hoe ze alle gruwelijkheden heeft weten te overleven en toch nog een redelijk normaal volwassen leven heeft weten op te bouwen, met al haar eigen trauma’s en nachtmerries.

Reacties op: Indrukwekkend verhaal over Jappenkampen