Wat als je je diepste angst, ondanks professionele hulp, maar niet onder controle kan krijgen? Wat als die angst zich op en dag meester over je maakt en je de dood indrijft? In zijn nieuwste thriller ‘Phobia’ pakt Luc Deflo uit met een merkwaardige plotwending die, om het zacht uit te drukken, belachelijk slecht is uitgewerkt en ook niet meteen in de smaak valt bij zijn trouwe lezers…

Het is ondertussen al 12 jaar geleden dat misdaadauteur Luc Deflo zijn debuut maakte met zijn psychologische thriller ‘Naakte Zielen’. Aanvankelijk schreef hij vooral toneelstukken en scenario’s, zoals ‘Mannen en vrouwen’ en ‘De ontspoorden’, maar toen de commentaren op zijn boek niets dan lovend waren, stortte hij zich op het schrijven van Vlaamse thrillers. Toen ‘Naakte Zielen’ in 1999 meteen genomineerd werd voor de Hercule Poirotprijs, lag er een mooie toekomst voor hem open. Toch zou Luc Deflo tot 2008 moeten wachten om deze prijs ook werkelijk in de wacht te slepen met zijn meesterthriller ‘Pitbull’.
Dat zijn geboortestad Mechelen hem steeds nauw aan het hart zal blijven liggen, blijkt in al zijn volgende thrillers. Mechelen blijft zijn vaste crime scene, waar het speurdersduo Dirk Deleu en Jos Bosmans voor spannende moordzaken komt te staan. Toch is Luc Deflo in 2005 ook klaar voor een nieuwe uitdaging. Met zijn boek ‘Weerloos’ begint hij een nieuwe reeks met Cel 5 in de hoofdrol, vijf speurders die onverschrokken op zoek gaan naar verdwenen kinderen.
Tien jaar geleden besloot Luc Deflo zijn geboortestad achter zich te laten en verhuisde naar onze hoofdstad Brussel. “Wonen in Brussel heeft mijn leven onvoorstelbaar verrijkt. Maar het is me niet in de schoot geworpen, ik heb er moeite voor moeten doen, beetje bij beetje geleerd me niet op te sluiten in mijn Vlaming-zijn. Dat heb ik vooral te danken aan mijn vrouw, Maria. Zij heeft me door haar Zuid-Amerikaanse openheid mee over de drempel geholpen,” zegt hij zelf in een interview.
Met zijn nieuwste boek ‘Phobia’ is Luc Deflo vastberaden om de spanning hoog op te drijven. Wanneer het lijk van de 20-jarige Kate Verdickt op een morgen in de berm van de autosnelweg wordt gevonden, staan Dirk Deleu, Jos Bosmans en Nadia Mendonck voor een raadsel. Op het eerste zicht lijkt ze het slachtoffer van vluchtmisdrijf, maar een verdere autopsie wijst uit dat ze hoogstwaarschijnlijk is gestorven uit angst. “Claustrofobie”, bevestigt haar psychiater Reeckmans, maar al gauw blijkt dat Kate Verdickt ook nog in andere duistere zaakjes was verwikkeld. Wanneer ook een tweede en een derde slachtoffer vallen, staat de politie voor een raadsel. Hoofdverdachte nummer 1 wordt Maron Dusic, een 17-jarige jongen die ook bij psychiater Reeckmans in behandeling was voor claustrofobie, maar de vraag is of hij wel werkelijk aan die fobie leed…
Met zijn nieuwste boek Phobia lijkt Luc Deflo te willen afwijken van zijn vast genre, de psychologische thriller, en schrijft een alternatieve whodunit. Alternatief weliswaar, want het spijtige van heel de zaak is dat de lezer daar pas in de laatste hoofdstukken achter komt.
Het grote probleem is dat de schrijver heel het boek het gevoel geeft dat alles draait om de psychologie van de mogelijke dader en zijn moeilijke jeugd. Wanneer dat op het einde niet zo blijkt, dat zelfs Maron Dusic de dader niet is, wekt dat een hele grote ontgoocheling op bij de lezer. Het lijkt wel alsof de schrijver halfweg het boek ineens heeft beslist om heel het verhaal om te gooien om het publiek eens te verrassen. Op zich is dat een leuk gegeven, maar hiervoor is het plot gewoon te slecht uitgewerkt. De hele prachtige en geloofwaardige verhaallijn over al dan niet bewijzen van de schuld van Maron Dusic, die uiteindelijk wel bijna heel het boek kost, valt ineens uit elkaar en moet plaats maken voor een belachelijk motief. Dat is gewoon zo jammer, omdat ik er zeker van ben dat Luc Deflo enorm veel aandacht heeft besteed aan het personage Maron Dusic en zijn traumatische jeugd. De enorme tijd die hij waarschijnlijk ook in opzoekwerk heeft gestoken, gaat dan ook op in het niets.
“Het verhaal is opgehangen aan fobieën en daar doet de auteur veel te weinig mee. Deflo beperkt zich tot de doodsoorzaak als gevolg van een fobie, maar spitst zich niet toe op hoe de slachtoffers hun doodsstrijd als gevolg van hun fobie hebben ervaren. Jammer voor een boek dat Phobia als titel draagt,” schrijft Nico in zijn recensie op crimezone.nl en ik ben het grotendeels met hem eens. Op zich is het een prachtig idee om in een moordverhaal eens te werken rond fobieën. Het drijft de spanning niet alleen op, maar het helpt ook om een zeker taboe te doorbreken. Sterven uit angst lijkt in de eerste plaats niet te passen in een moordverhaal, maar uiteindelijk kan elke lezer er zich wel in vinden. Anderzijds doet hij te weinig met dat thema, waardoor het boek de titel ‘Phobia’ onwaardig is.
Verder lijkt deze keer Deflo’s vaste crime scene Mechelen ook weer een belangrijke rol te spelen. Het is niet louter toeval dat het lijk van het tweede slachtoffer Peter Vervunt, die leed aan een ernstige vorm van acrofobie, wordt gevonden aan de St. Romboutstoren. Luc Deflo beklom deze toren zelf om alles nog realistischer weer te geven en gaf de gids zelfs een klein rolletje in zijn boek.
Toch speelt ook zijn huidige woonplaats Brussel een rol in zijn boek, al dan niet in de positieve zin. Op een gegeven moment schrijft hij: ‘Was dat wellicht de reden waarom Maron Dusic hiernaartoe was gekomen? Naar deze plek waar het recht van de sterkste gold en waar blanke en zwarte racisten elkaar de strot afbeten voor een halve meter territoiriumwinst? Of het al dan niet realistisch is, laat ik in het midden, maar is vind het alleszins een hele vreemde manier om uit te drukken dat je je thuis voelt in Brussel.
Tot slot is er ook nog de opvallende verhaallijn over het privéleven van Dirk Deleu en Nadia Mendonck, die er op de juiste momenten voor zorgt dat de moordzaak wordt onderbroken en dat de lezer zo op zijn honger blijft zitten. Uiteraard is dat een positief element in het boek, ware het niet dat ook die verhaallijn niet bijster goed is uitgewerkt. Je zag gewoon dat ze, naarmate het boek vorderde, steeds afzwakte en soms zelfs ‘goedkoop’ werd.

Het hele boek was dus kortom een rommeltje van verhaallijnen die stuk voor stuk niet goed genoeg waren uitgewerkt. Het prachtige, gedetailleerde motief van Manon Dusic ging in rook op toen die verschrikkelijke plotwending kwam. Laten we hieruit besluiten dat Luc Deflo beter bij zijn psychologische thrillers blijft en deze keer een prachtige kans heeft gemist.

Reacties op: