Peter Andriesse (1941) is terug van weggeweest. Voor wie al wat langer, leest doet zijn naam een belletje rinkelen. Was dat niet die schrijver die in 1970 samen met Heere Heeresma, George Kool en Hans Plomp Het Manifest van de jaren zeventig deed verschijnen? Het was een directe aanval op de gevestigde orde van die dagen, auteurs die zich, volgens het viertal, bezig hielden met experimentele literaire wartaal. Het antwoord op deze literatuur moest leesbaar, realistisch en herkenbaar zijn.

Peter Andriesse schreef tevens van 1969 tot 1979 voor Propria Cures. Zijn kruistocht tegen ‘alles en iedereen’ werd vervolgd in zijn tegen-romantische strijdschrift Kamikaze (1982-84).

Als schrijver van verhalen en romans viel Andriesse vanaf de eerste verhalen op. Hij ontving daarvoor in 1965 al een eervolle vermelding van de jury van de Reina Prinsen Geerligsprijs, vier jaar voor het verschijnen van zijn debuut Verboden te jodelen. Vrijwel alle boeken die hij schreef met betrekking op zijn jeugd in Indonesië werden geprezen. Koude sambal, De geur van de durian, De roep van de tokèh, drie titels die allemaal reacties van waardering opriepen en niet van de minsten. Hans Vervoort had het over ‘een voortreffelijke bundel’, Hans Warren prees de versoberde jeugdherinneringen en Rudy Kousbroek was blij verrast zijn eigen kostschool ergens aan de oostkust van Sumatra te herkennen als decor van Andriesses verhalen. Zuster Belinda en het geheim van Dr. Dushkind, Andriesses reactie op de doktersroman, is wellicht zijn grootste succes geweest.

Het lezen van de eerste pagina’s van De rode kimono stelde mij gerust. Er waren de nodige jaren gepasseerd zonder publicaties, maar Andriesse schreef nog steeds zoals ik dat van hem gewend was: leesbaar, realistisch en herkenbaar. Wederom hebben we te maken met, zoals hij dat zelf noemt, Indisch jeugdsentiment. De auteur wordt weer even het kind van weleer en beleeft de dagen van toen. Voor hen die de reis van Indonesië naar Nederland nog per passagiersschip gemaakt hebben, moet de roman een voortdurend déjà vu gevoel oproepen. In het boek keert de dertienjarige Erik terug naar Holland om daar naar de middelbare school te gaan. Andriesse, die de reis zelf ook indertijd maakte, moet over een bijzonder goed geheugen beschikken. Met een overvloed aan details, alsof het gisteren gebeurde, schetst hij het leven aan boord.

‘Op de Willem Ruys stond Erik voor het eerst op eigen benen. Zijn bewegingsvrijheid was groter dan die van de volwassenen die niet voorbij de bordjes met “Verboden voor passagiers” mochten. Hij kon doen en laten wat hij wilde, zonder verantwoording af te leggen of toestemming te vragen aan een volwassene. Wel hadden zijn ouders een echtpaar gevraagd toezicht op hem te houden, maar dat was in feite niet meer dan een formaliteit.’

Het toezichthoudende echtpaar bestaat uit meneer Vonk, een grote, breedgeschouderde, drankzuchtige planter en zijn vrouw, een tengere half-Indische met een meisjesachtig gezicht. Haar opmerking ‘We moeten elkaar eens wat beter leren kennen, ja.’ blijkt later in het verhaal op meer te duiden dan een beleefdheidsbezoekje. Mevrouw Vonk komt het een en ander tekort bij haar echtgenoot en heeft Erik uitgekozen als bron van plezier tijdens de lange bootreis. Erik, nog groen als gras, weet niet wat hem overkomt. Het begint met een nachtzoen, dan wast ze hem, zegt dat hij haar voortaan Pam moet noemen en langzaam maar zeker krijgt hun samenzijn steeds meer een seksueel karakter. Erik spartelt zo nu en dan nog wel wat tegen, ook omdat hij zich geen houding weet te geven.

En terwijl het schip zijn zeemijlen maakt, gaat het tweetal verder en verder in het verkennen van de erotiek. Voor anker, in de haven van Suez, komt het dan eindelijk zo ver dat de daad wordt verricht. We maken het mee door de ogen van Erik die het als een kind beleeft in een vreemde mengeling van opwinding en afkeer. Maar met het naderen van Napels komt ook een eind aan het erotische avontuur. Erik, inmiddels Rik geworden, moet afscheid nemen van Pam die haar reis zonder hem zal vervolgen. Rik moet, onder begeleiding van de heer Warnes, door naar Rotterdam. En dan eindigt het eerste deel van het boek met de titel ‘Blauwe kimono.’

Deel twee van het boek draagt de titel ‘Rode kimono’ en beschrijft de ontluisterende aankomst in Nederland en het leven in de, voor een ‘Indische’ jongen, wel heel erg kille Achterhoek. Rik mist Pam enorm, ook omdat aansluiting met de Achterhoekse jeugd niet wil lukken. Hij is eenzaam en hunkert naar volgende spannende momenten met Pam. Wat Rik niet doorheeft, maar de lezer wel, is dat zijn hoop op meer niet vervuld zal worden.

De rode kimono is een boek vol nostalgie, in uiterst helder proza geschreven. Peter Andriesse heeft de zwarte kunst nog niet verleerd. Moeiteloos stapt hij, ondanks zijn leeftijd, in de denkwereld van een dertienjarige. Eindelijk komt de erotiek, die we uit eerdere verhalen en romans van hem kennen, samen met zijn Indisch jeugdsentiment. Het levert een boek op dat moeiteloos standhoudt tussen zijn andere ‘Indische’ boeken. Wellicht wordt het ook weer eens tijd dat Andriesse het achterste van zijn tong laat zien, zoals ooit in Kamikaze. De Nederlandse literatuur, die al te vaak op een dovend vuurtje lijkt, mag wel weer eens opgepord worden. Nu Peter Andriesse aantoont niets aan kracht te hebben ingeboet, staat hem, na het schrijven van deze roman, een volgende taak te wachten.

Reacties op: Was het ook maar een droom geweest

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het boek bij Libris vanaf 17,50
Bestel het boek bij Blz. vanaf 17,50
bestellen
bestellen
bestellen
Proxisbestellen
Boeken.combestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders