Colin Barrett (1982) is een Ier, opgegroeid in County Mayo. Jonge gasten is zijn debuut en wat voor een debuut! Jonge gasten is verpletterend goed. De zeven verhalen in deze bundel vormen een portret van het niet bestaande provinciestadje Glanbeigh. En niet voor niets heet het boek Jonge gasten (Young Skins), in ieder verhaal spelen de jongeren van dit stadje een grote rol. Het is de tweede voorbeeldige Ierse verhalenbundel die ik in korte tijd las. Barrett kun je, qua kwaliteit, naast het werk van de iets oudere Kevin Barry leggen.

Zoals te verwachten valt in een boek van een Ierse schrijver wordt er flink gedronken. In het eerste verhaal maken we kennis met de ietwat achterlijke Tug die alles doet wat zijn vriend hem vraagt. De reden van de wraakoefening is de liefde. Het gevolg is geweld.

‘Zou tof zijn als je dat ding ondersteboven zou weten te krijgen,’ zeg ik.
‘Makkelijk,’ zegt Tug.
Hij schudt de auto net zo lang heen en weer tot die als een bezetene op zijn wielen staat te piepen en te stuiteren. Hij is in een hoek geparkeerd, met twee wielen op de stoeprand, die een centimeter of wat boven de straat uitsteekt, wat in Tugs voordeel is. Op precies het juiste moment buigt Tug zich voorover, schuift zijn handen onder de bodem van de stuiterende hatchback en trekt hem uit alle macht omhoog. De wielen verlaten de stoeprand. Een ogenblik hangt de auto op zijn kant in de lucht – ik zie het stelsel van zwartgeblakerde buizen die over de onderkant lopen – tot Tug zijn gewicht naar voren gooit en de hatchback met een enorm geknars op zijn dak belandt.

Het zal duidelijk zijn, Barrett beschrijft een wereld die hard en agressief is. De auteur neemt je mee op kroegentocht, leert je welke vrouwen je daar tegenkomt, wie je beter uit de weg kunt gaan en waar je de tijd mee doodt. In het verhaal ‘Aas’ gaat het om biljarten. Matteen Judge is daar een meester in en een paar potjes biljarten levert genoeg op voor een avondje uit. Interessant is dat Barrett soms in het ene verhaal iemand introduceert die in een ander verhaal een grote rol gaat spelen. Met ieder verhaal leer je het leven in Glanbeigh, een door de crisis geteisterde stad, beter kennen.

Een van de beste verhalen is ‘Wees mijn gast’ waarin Barrett het leven van Bat beschrijft, een jongen die ooit op het verkeerde moment op de verkeerde plek was. Bat liep, midden in de nacht, een Turkse eettent binnen. Nubbin Tansey, een ‘kleine, stevig gebouwde kutkabouter die eruit zag als een jockey die aan de steroïden was’, had net met zijn dronken kop aan zijn vrienden verkondigd dat hij de eerste die binnen kwam de kop af zou schoppen. Bats gezicht splijt in tweeën door de actie. Zes operaties, een toch nog hangende mondhoek, eeuwige hoofdpijn en migraine leveren de dronkemansdaad hem op. Bier is de enige remedie en daar maakt Bat dan ook overvloedig gebruik van. Het ene na het ander sixpackje slaat hij achterover. Barrett toont de lezer wat onnodig geweld bij slachtoffers teweeg brengt: mismaaktheid en eindeloze eenzaamheid.

Het beste verhaal is ‘Rustig met paarden’, een verhaal dat je met zijn 100 pagina’s ook een korte novelle zou kunnen noemen. Dit is schrijven op zijn best. Wederom stap je in met de auteur en rijd je mee in de auto van Dympna’s oom:

‘… een gedeukte cranberrykleurige Corolla die Dympna de schijtbak noemde, met zijn interieur van lichtbruin vinyl dat naar motorolie, sigarettenas en hond stonk. In het dashboard zat een kapotte autoradio verzonken waarvan de cassettesleuf volgestouwd was met verkalkte propjes buddies, sigarettenpeuken en Ierse munten van vóór de Euro. Het dashboard rook naar doorgebrande elektronica. Achter de zonneklep boven Arms hoofd was een rij bidprentjes gestoken waarvan het laminaat verweerd was door de jaren en het licht, en aan de omgekeerde T van de achteruitkijkspiegel bungelde een rozenkrans van rode kralen.’

Bewust citeer ik deze lange beschrijving van de auto van Dympna, een kleine crimineel die een grote rol in het verhaal speelt. Het geeft een goed idee van de details die Barrett gebruikt om de leefwereld van de karakters onder woorden te brengen. Alles is eigenlijk zo smerig, vervallen, gemeen als zij. Niets functioneert en iedereen gaat desondanks gewoon door. Overleven is het credo, desnoods ten koste van anderen. Arm is de dommekracht die daar waar Dympna het vraagt even ingrijpt. Mensen worden ongenadig door deze ex- bokser onder handen genomen. Het geweldige aan dit verhaal van Barrett is dat beide personages weerzin oproepen.

En toch weet hij Arm steeds menselijker te maken. De man heeft een ex met wie het niet botert en een kind met haar dat zwaar gehandicapt is. Op zijn heel eigen manier probeert Arm voor zijn zoon te zorgen. Hij houdt zelfs van hem, ondanks alle makkes die hij heeft. De tegenstelling tussen het in elkaar rammen van mensen en liefdevol zorgen voor een gehandicapt kind zet de lezer steeds weer op het verkeerde been. En niet alleen Arm blijkt menselijke trekjes te vertonen, ook andere zeer criminele types hebben een andere kant. Zeg maar de kant die het criminele milieu niet kent.

‘Rustig met paarden’ is een verhaal over het menselijk onvermogen, het laat zien dat je ergens in kunt rollen en niet meer weet hoe je eruit kunt komen en dan maar kiest voor wat je kent: geweld. En des te harder komt het onbeholpen gesprek van de stervende Arm over wanneer hij voor het eerst in zijn leven interesse toont voor de moeder van zijn kind en vervolgens vraagt of zijn zoon al in bed ligt. Barrett is in staat over bruut geweld te schrijven, over tomeloos drinken, maar ook over het verlangen naar liefde. Dit is een auteur waar we nog veel van mogen verwachten. Men fluistert dat hij aan een roman schrijft. Ik kan niet wachten tot die verschijnt.

Reacties op: Sla die mafkees aan gort!