Advertentie

Scott Turow werd in het verleden beschouwd als “het antwoord op John Grisham.” De enige die met die aanbeveling in zijn nopjes was, moet Grisham zelf geweest zijn. Los van die veelbelovende eerste worldseller, The Firm, is Grisham er nooit meer in geslaagd een boek te schrijven dat meer deed dan het volgen van een simpel sjabloon. Door steevast handig gebruik te maken van zwarte en witte karakters, en zo nu en dan een verhaal te schrijven dat het op het doek beter deed dan op papier, wist Grisham, gesteund door niet de beroerdste regisseurs en castings, de illusie lang te rekken. De man werd steeds braver, zijn boeken ook en het publiek kromp mee. Toen Grisham ook nog opbouwende levenswijsheden en een hoge dosis religie aan de formule toevoegde, was het afgelopen. Niet met de verkoop, die gaat nog steeds hard. Maar de optimisten die hoopten op een variatie op de spanningsboog zoals in The Firm wisten toen, dat John andere, meer ondoorgrondelijke wegen was ingeslagen.
Presumed Innocent, sloeg in 1987 niet in als de bom die The Firm heette, dat wel deed. Maar Turow had wél een schitterend rechtbankdrama geschreven. Het dreef niet op actie en hoge hoeden en konijnen vielen helemaal buiten Turow’s arsenaal. Heel direct, zijn hoofdpersonen uitgetekend in dunne lijntjes, maar ze staan er wél, sleept hij de lezer mee in het bizarre verhaal waarin een officier van justitie de moord op zijn minnares moet onderzoeken. Hij wordt zelfs verdacht, in dit geval een onwaarschijnlijke twist, maar door Turow zo overtuigend beschreven, dat het logisch wordt. Door de schitterende dialogen en een plot met allure wekten boek en film hoge verwachtingen. Die Turow vervolgens inloste. Turow is geen schrijffabriek, advocatuur speelt niet altijd een hoofdrol, en vooral zijn anti doodstraf-roman Cassatie, werd een wonder van nuance en karaktertekening. Als het een pamflet tegen de doodstraf is, dan is het in ieder geval het beste en meest subtiel geschreven verhaal dat ooit als zodanig dienst deed. Turow veranderde in een oprecht sociaal bewogen schrijver.
Doodgewone Helden is een doodgewone titel. Meer is er niet doodgewoon. Turow verlaat de rechtbank en laat de persoon Stewart Dubinsky een papieren speurtocht ondernemen naar zijn vader, David Dubin. Dubinsky (Turow?) wist niet meer over zijn vader dan dat hij in Frankrijk en de Ardennen heeft gevochten. Van een voormalige verloofde hoorde hij dat zijn vader later, nadat hij zijn moeder uit een kamp had bevrijd, door de krijgsraad is berecht.
Een deel van het verhaal komt uit de pen van Dubin. Pas tegen het eind van de oorlog komt hij achter de linies terecht. De grote slagen zijn bijna allemaal beslist, wat rest is een desolaat Noord Frankrijk, waar het land en bewoners getekend zijn door oorlogsmoeheid. Juist in die dagen, als het leven zich weer lijkt te herstellen krijgt Dubin te maken met de donkerste kant van oorlog: hij komt terecht in een maatschappij die ondoorzichtig is. Orders zijn, of lijken onlogisch en de Robert Martin, volgens de legerleiding een saboteur, die hij moet oppakken confronteert hem hard met de ‘regels’ waarvan de belangrijkste is dat een oorlog pas nadat het allerlaatste schot heeft geklonken. Door Dubin’s ogen zien we geen helden, maar een soort schimmenspel. Die beschrijving geeft, tenminste in mijn visie, een indringender beeld van het leven onder een koepel van angst. Losjes baseerde Turow zich op de herinneringen aan zijn vader, die Bergen Belsen mee bevrijdde. Turow schreef er een passage over die juist in zijn eenvoud, door merg en been gaat. Het is geen echte avonturenroman, maar toch is er een goede plot. Het meest bewonderenswaardige is dat Turow, een man van na de oorlog, zo’n indringend en eerlijk verhaal kon maken, zonder maar een moment larmoyant te worden. De meest cynische observatie: in de vernietigingskampen worden de ‘dokters’ er meteen door de Amerikanen uitgepikt. Niet om voor de rechter te verschijnen. Integendeel: hun ‘kennis’ wordt door de Amerikanen bewonderd. En dus werden de grootste kampbeulen, een paar maanden later, keurig genaturaliseerd. Waarna ze hun biowapens in Amerika verder perfectioneerden. Cynisch? Tsja, Turow laat een kant zien die je bij Spielberg’s heroes moet missen….
Twee minpuntjes: Turow schrijft over en bedankt zijn bronnen. De Nederlandse uitgever heeft de bronnen helemaal weggelaten. Turow had beter verdiend. En dat geldt ook voor de vertaling. J.J. de Wit zal vast geen moeite hebben met Grisham. Maar Turow vraagt om een betrokken, en geen standaard vertaler.

Reacties op: