Advertentie

De omslag en de titel van het boek zien er veelbelovend uit. Onder de titel Wachten op Doggo staat een silhouet van een hondje. Boven zijn hoofd staat een aureool getekend. Dat wekt hoge verwachtingen: wat zal er gaan gebeuren? En waarom wachten we op deze hond? Nou, verwacht maar geen ingewikkelde intriges, want dan zal dit boek erg tegenvallen...

Uit het niets val je het verhaal binnen. Een verhaal dat gaat over de dertigjarige Daniel, die in de steek is gelaten door zijn vriendin Clara. Ze laat achter: een laffe brief en een lelijk hondje. Daniel heeft een baan in de reclamewereld, waarvan de invulling neerkomt op een potje biljart en dart tijdens werktijd (met als doel creatieve ingevingen te krijgen, uiteraard), een drankje drinken op een terrasje, en je collega’s het leven zuur maken. Hij gaat samenwerken met Edith, een zeer aantrekkelijke collega, die hem weer een beetje tot leven brengt. Niet alleen Edith zorgt daarvoor, ook het lelijke hondje Doggo speelt daarin zijn rol. Hij houdt Daniel als het ware een spiegel voor. Zo gaat Daniel op zoek naar de identiteit van Doggo, door informatie te vragen bij het asiel waar ze de hond gevonden hebben. Tegelijkertijd doet hij ontdekkingen over zijn eigen identiteit. Als Daniel in de put zit, haalt Doggo hem er weer uit. Hij wordt Daniels ‘beschermengel’ (vandaar de aureool op het omslag, zeker!).

Problemen waarmee jonge mensen (alias verlate studenten) te maken hebben staan centraal. Deze worden echter niet echt uitgediept. Er worden feiten en op zichzelf staande handelingen vermeld, in plaats van gevoelens en karakterbeschrijvingen. Wat dat betreft doet deze roman sterk aan een filmscript denken. De verdiepende inleving van de karakters, zoals emotie, moet door de acteur worden ingevuld. Of in dit geval: de lezer. Door gedachtes, blikken, gebaren en houding te beschrijven, probeert Mills zijn karakters vorm te geven. Er is een subtiele ontwikkeling in Daniel te vinden, maar die had sterker gekund. Of in ieder geval sterker uitgewerkt kunnen worden door meer openheid van zijn gevoelens te geven.

Dat Mark B. Mills ook thrillers schrijft zie je aan zijn manier van schrijven. Vaak verwerkt hij in zijn hoofdstukken een soort cliffhangers of open einden, waarin niet alles gezegd wordt maar de afloop wel duidelijk is. Karakters worden geselecteerd naar ‘goede’ en ‘slechte’ mensen. Bovendien werkt Mills met aanwijzingen: zijn hoofdpersonage vindt voor al zijn veronderstellingen aanwijzingen. Bijvoorbeeld dat Daniel erachter komt dat Clara hem heeft verlaten: dat plan had zij bedacht en voorbereid. Of Tristan, die zichzelf op een oneerlijke manier hogerop wil werken. Daniel is een soort rechercheur.

Dat Mills kan schrijven is zeker, maar het taalgebruik en het bijzondere relaas in Wachten op Doggo laten zien dat dit geen literatuur is. Toch is deze roman ook aan te prijzen vanwege Mills' vertelstijl die jonge, ‘hippe’ mensen aanspreekt. Hij schrijft met de humor en het taalgebruik van deze generatie. Ook het gedrag van zijn personages past hij daarop aan: zo wordt alles vastgelegd met de telefoon en wil men niet hard weken, maar wél veel geld verdienen. Mensen worden onderverdeeld in types van ‘oké’ of ‘doortrapt’. Je kunt niet alleen naar een feestje: als single moet je dan een date hebben.

Wachten op Doggo lees je moeiteloos uit en biedt ontspanning na een drukke dag: niet teveel diepgang, maar gewoon een verhaal over een heel benaderbaar persoon. Geen avondje bankhangen voor de buis, maar wél een avondje visualiseren.

Reacties op: Filmscript of roman?