Guus Bauer Specialist

In de nacht van 15 op 16 oktober 2012 werden uit de Kunsthal te Rotterdam zeven schilderijen ontvreemd met een geschatte waarde van rond de achttien miljoen. Gauguin, Picasso, Monet, Matisse. De dieven wisten wat ze mee moesten nemen. Een weloverwogen kraak, verkondigde men in die tijd. Niets bleek minder waar. Een inbraak uit verveling, omdat het mogelijk was. De beveiliging was zo lek als een zeef. Binnen twee minuten naar binnen en buiten met in het donker lukraak van de muur geplukte werken.

Al snel hield men Roemeense verdachten aan. En een aantal vermoedelijke medeplichtigen. Voorzichtige eindconclusie van kunstexperts van het Nationaal Museum in Roemenië: de doeken zijn hoogst waarschijnlijk allemaal verbrand in de woning van de moeder van hoofdverdachte Radu Dogaru. Een conclusie die als het klopt de verveling, de zinloosheid nog eens onderstreept.

Schrijfster Mira Feticu (1973) heeft voor haar derde boek, een roman getiteld Tascha, deze culturele gruweldaad aangegrepen om opnieuw over de spleen te schrijven die zij zelf ervaart als Roemeense woonachtig in Nederland. Het perspectief van de vriendin van de hoofdverdachte is daarbij een gelukkige keuze. Het biedt de mogelijkheid om het verhaal van een medeplichtige te vertellen. Maar medeplichtig aan wat? Is zij niet eerder ook een slachtoffer, ook een gestolen ‘kunstwerk’?

In een laatste poging om nog iets van de schilderijen terug te vinden gaat arrestante Tascha met twee Nederlandse politiemannen naar Roemenië. Volgens Tascha heeft zij samen met haar schoonmoeder in het holst van de nacht de schilderijen begraven op het plaatselijke kerkhof in Carcaliu in Oost-Roemenië. De moeder realiseert zich dat haar zoon iets verschrikkelijks heeft gedaan en wil hem beschermen, al begrijpt ze niet waarom dat geklieder zoveel waard is.

Feticu schept duidelijkheid in de beweegredenen van de moeder.  Zij leeft in een rurale samenleving. Een gemeenschap waar het strikt om het overleven gaat. Dat haar zoon haar regelmatig geld heeft gestuurd doet daar niets aan af. En voor hoe hij dat geld verdiend heeft, sluit ze bijna traditioneel gezien haar ogen. Het verstoppen van de schilderijen en het uiteindelijk vermoedelijk verbranden in haar betegelde oven hoort daar spijtig genoeg bij. Dit alles onder het mom van ‘ze hebben toch niemand vermoord.’

Feticu laat haar roman voorafgaan door een waar woord van de bekende kunstdetective Robert Wittman: ‘De echte kunst van een kunstroof zit ‘m niet in het stelen, maar in het verkopen.’  Radu heeft behoorlijk lopen leuren met de schilderijen. Hij heeft ze proberen te slijten aan de Russische maffia en aan een bekende Roemeense magnaat. Maar niemand wilde ze hebben, want de roof trok internationaal veel aandacht. Radu komt in dit kader nogal naïef over. Maar je kunt geen enkel moment sympathie voor hem opbrengen, want zijn vriendin Tascha, met een pront stel borsten, heeft hij overgehaald om in Rotterdam de hoer te spelen.  Zij gaat akkoord, voor een jaar, met het idee dat ze dan samen een huis kunnen kopen.

Zo af en toe is Feticu net zo inventief als in haar vorige boeken. Tascha in het vliegtuig:

‘… de aarde leek een reusachtige paardenhuid. En door de bewegingen van het vliegtuig scheen het Tascha toe dat het paard van tijd tot tijd de vliegen van zich af schudde.’

Dergelijke beelden zie je voornamelijk terug in de beschrijvingen van Oost-Roemenië. Op die momenten is Feticu op haar sterkst. Maar het vertelde verhaal – en dan met name dat van Tascha zelf als een slachtoffer van een loverboy, van een pooier – heeft baat bij een aanpak die meer rechttoe rechtaan is. Is de mensenhandel niet erger dan de kunstroof? Maar wat graag willen de Nederlandse agenten dat ze toegeeft dat ze gedwongen is tot prostitutie. De Roemenen lijkt dat niet zoveel  te kunnen schelen.

‘Toen haar nog een keer gevraagd werd of ze haar werk vrijwillig deed, verzekerde Tascha dat ze de waarheid sprak. “En hoe is het om de waarheid te spreken? Vroeg de vrouw. “Een opluchting,’ loog Tascha.’

Feticu schetst een goed beeld van de leegloop van de dorpen, van de gevolgen van de economische vlucht naar het westen. De dorpsbewoners die eropuit trekken om te gaan stelen in plaats van het leven van hun ouders en grootouders te kopiëren en tot voldoening met eigen handen een huis te bouwen.

Tascha wordt uiteindelijk in Rotterdam vrijgelaten. Of dit conform de gebeurtenissen is, is onduidelijk, maar doet niet ter zake. Zij kan eindelijk haar leven oppakken, maar wat zijn haar opties?

Voor de goede verstaander is deze roman ook een oproep tot verdraagzaamheid. Er wordt dezer dagen met betrekking tot vreemdelingen uit het Oostblok in Nederland steeds sterker vooringenomen gereageerd. Feticu heeft voor het schrijven van dit boek een werkbeurs gekregen van het Nederlandse Letterenfonds.

‘Zonder te overdrijven kan ik zeggen dat de beurs mij iets van mijn verloren identiteit heeft teruggegeven. Door de toekenning van het stipendium voelde ik dat het niet alleen zo was dat ik Nederland wilde, maar dat Nederland mij ook wilde!’

Er komt zoals blijkt ook een hoop fijnzinnigheid uit Oost-Europa. Tascha is een geslaagd achtergrondverhaal. Jammer dat de presentatie van het boek niet in de Kunsthal mocht plaatsvinden.

p.s.

Radu Dogaru is door de Rechtbank in Boekarest tot zes jaar en acht maanden gevangenisstraf veroordeeld, waar achttien jaar was geëist. Daarnaast moet hij met zijn mededaders de geschatte waarde van de gestolen werken terugbetalen. Hetgeen in de praktijk neerkomt op verbeurdverklaring van hun bezittingen en het tot de dood betalen van een groot gedeelte van hun salaris. Maar ja, wat verdient een loverboy?

Reacties op: Een oproep tot verdraagzaamheid

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het boek bij Libris vanaf 17,95
Bestel het boek bij Blz. vanaf 17,95
bestellen
bestellen
bestellen
Proxisbestellen
Boeken.combestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders