Guus Bauer Specialist

Het is unfair om elk boek langs dezelfde (strenge) literaire meetlat te leggen. Taaltechnische innovaties, een subtiele ondertoon, een doordachte vorm kunnen een tekst weliswaar naar een hoger plan tillen, maar een verhaal kan op zich natuurlijk ook bestaansrecht hebben, intrigerend genoeg zijn. De auteursboog hoeft niet altijd maximaal gespannen te zijn.

Josine Marbus (1966) publiceerde eerder vier goed ontvangen romans en heeft voor Waar je ook heen gaat verregaand geput uit eigen ervaringen. Haar vader vertrok toen ze jong was en tegen het einde van zijn leven heeft ze hem nog een keer ontmoet. Verwachtingen, gemis, beeldvorming. Op z’n zachtst gezegd een interessant gegeven. Al zeker in het tijdperk van de emo-tv. Weet Marbus het tranentrekken te voorkomen?

Hoofdpersoon in Waar je ook heen gaat is Alma Keur. Op 4 november 2010 zal een cruiseschip in de haven van IJmuiden aanmeren. Alma (ziel) heeft via via bericht gekregen dat haar vader B. Keur aan boord is. De man die op haar derde uit haar leven verdween en zich in Engeland vestigde. Een medewerkster van de ‘Guest Service Desk’ heeft namens hem een briefje aan Alma geschreven met een uitnodiging. Is mister Keur zo belangrijk dat hij zich via een soort secretaresse laat aankondigen, interesseert hem zijn dochter eigenlijk niet of is er misschien iets met hem aan de hand?

Marbus splitst het verhaal in tweeën. Werkt doorgaans prima. Er wordt het een en ander uit de doeken gedaan over het leven van Alma als volwassen vrouw. Ze werkt niet geheel naar tevredenheid op een kantoor, heeft zo nu en dan weinig  inspirerende affaires met mannen, is op het moment eigenlijk alleen. Haar studie psychologie heeft ze nooit afgemaakt. Het is een kwestie van wachten op een enorme crisis. Op dat moment krijgt ze de kans om tussen 13.00 en 19.00 uur haar vader te ontmoeten. Een venster van zes uur op het verleden in de haven van IJmuiden. Wat ga je vragen, wat wil je zo iemand na al die tijd zeggen? Zal een verklaring van zijn kant haar helpen om haar jeugd beter te begrijpen?

De roman opent met haar autoritje naar IJmuiden. En vervolgens gaan we terug naar Alma op haar negende verjaardag. Ze woont samen met haar moeder en haar, excusez le mot, halfgare halfbroertje Christiaan. Daarnaast dient zich af en toe wat manvolk aan als surrogaatvader. De vader van Christiaan, Wim genaamd, bijvoorbeeld.

‘Haar moeder kon wel duizend keer willen dat ze “hallo Wim” zou zeggen, maar dat was ze niet van plan. “Ik breng Wim even naar de bushalte.” “Goed.” “Zeg eens gedag.” Ze groette de Donald Duck.’

Meer van dit soort ogenschijnlijk simpele, maar krachtige beelden hadden het boek goed gedaan. Het was ook wel handig geweest om in de eerste pagina’s  de naam van de moeder te laten vallen. Even voor alle duidelijkheid, voor de flow, zullen we maar zeggen, al begint direct na de cliffhanger in haar jeugdverhaal, ‘Waarom heb ik geen papa?’, het Parijse liefdesverhaal van ene Kat en Beer. Het verhaal van een behoorlijk scheve verhouding, tevens de ontstaansgeschiedenis van Alma in een hotel vlak bij de Pont de l’Alma, u weet wel, die waar de tunnel onderdoor gaat waar prinses Diana verongelukte. Vertel je zoiets aan een kind van negen jaar?

Het liefdesverhaal is hier vormtechnisch niet op z’n plaats en overschrijdt – zoals wel vaker in deze roman – de fijne grens van het verdraagbare sentiment.

‘Als het kon zou ik niets van je willen weten. Ik zou jou ook niets over mij vertellen. Wij kunnen elkaar alles wijsmaken. Ik kan jou laten geloven dat ik de beste geliefde ben die je je wenst, dat ik bij je pas. Dat ik je gelukkig ga maken. Ik ga de wereld namelijk veroveren. Wanneer ik niet bij je ben, voel ik je huid, nog sterker dan nu, nu ik je streel. Als ik niet bij je ben, vul je me helemaal, ik kan je ruiken en proeven.’

De overgangen tussen de stukken zijn vaak onzorgvuldig, soms te abrupt. Zo zit je bij Alma in de auto tussen de weilanden – ze zal om 12.15 in IJmuiden aankomen – zo ben je met haar en haar eerste vriendje Melle bij een vijver met waterlelies. Hij duikt onder om er eentje voor haar te plukken en vervolgens wordt er achter haar met de lichten geknipperd. Een witregel hier en daar had niet misstaan.

Het is begrijpelijk dat heden en verleden in elkaar grijpen, vooral als je achter het stuur zit, maar Marbus had dit beter moeten scheiden. De gekozen vorm zorgt voor onnodige complicatie, doet afbreuk aan de dynamiek. De goede stukken over de jeugd, over de wijze waarop ze over haar vader fantaseert, hem aan anderen voorstelt als een wereldreiziger, over de manier waarop ze haar halfbroertje aan zijn lot overlaat, de verhouding met de diverse vaders, de vele verhuizingen hadden baat gehad bij een duidelijkere constructie.

De sfeerbeschrijvingen van IJmuiden zijn goed getroffen. Geografisch klopt het ritje niet helemaal, maar laten we niet vergeten dat Waar je heen gaat een roman is. Het samenvoegen van indrukken mag, nee, is een must. Er zijn tranen aan het einde. Niet van blijdschap. Er is geen hereniging in de trant van Opsporing verzocht. Op de achterflap zegt actrice Ariane Schluter het volgende:  ‘Zinnelijk, hard, brutaal, soms ongeremd, fantasierijk en bovenal kwetsbaar. Het slot is verpletterend. De weg ernaartoe ontroerend.’

De tekst is op sommige plekken eerder vlak dan al het voorgaande. Natuurlijk valt het zeer te prijzen dat Marbus zich kwetsbaar heeft opgesteld, maar wellicht omdat het gebeuren zo dichtbij ligt, heeft ze het sentiment niet kunnen uitbannen. Daardoor is ontroering nagenoeg uitgesloten.  Dat is jammer, er had – zeker met het gegeven aan het einde – voor de romanschrijfster zo veel meer ingezeten.

Reacties op: Geen plek voor ontroering