'Gek van God' is gebaseerd op het leven van de Siamese tweeling Chan en Eng Bunker. Ze werden in de 19e eeuw geboren in het verre Azië, waar ze uiteindelijk werden ontdekt door een Engelsman, die wel brood zag in het tweetal. Hij nam ze mee naar Europa, waar ze als een ware sensatie werden onthaald. Duizenden verdrongen zich om maar een glimp op te vangen van het tweetal. Na verloop van tijd luwde de belangstelling en werden ze aan hun lot overgelaten. Berooid (iedereen had geprofiteerd, behalve Chang en Eng) zwierven ze door de achterbuurten van Londen, om uiteindelijk opgepikt te worden door een Amerikaan die ze meenam naar Amerika, waar ze opnieuw werden geëxploiteerd, deze keer door Barnum, het bekendste circus uit die tijd. Na drie jaar eisten ze hun geld op om vervolgens een boerderij te kopen in Amerika. Chang en Eng trouwden, kregen kinderen en bleven tot hun dood in Amerika, waar ze ook hun achternaam aannamen.

Mark Slouka vertelt dit (waargebeurde) verhaal in een adembenemend mooie stijl, de valkuil van goedkoop sentiment elegant vermijdend. In plaats van Chang en Eng opnieuw uit te benen als in de freakshows van weleer laat hij Chang, de hoofdpersoon, verhalen van de moeiten, angsten, pijnen, maar ook de vreugde van het bestaan. Daarbij tilt hij deze vertelling uit boven de middelmaat, behandelt universele waarden als liefde en haat, waarbij de begrenzing van het aan elkaar verbonden zijn uiteindelijk benauwende vormen aanneemt, zoals wanneer Eng zich tot het Christendom bekeert, terwijl Chang daar niets van moet hebben.

In het laatste deel van het boek komt het dan ook tot een uitbarsting tussen beide broers, die overigens naar huidige medische maatstaven gemakkelijk te scheiden waren geweest. Een prachtig boek, dat veel lezers verdient: vijf sterren.

Reacties op: Recensie Gek van god