Auteur Glenn Kurtz haalt een familiefilmpje van onder het stof. Het is het beeldverslag van de reis die zijn grootouders in de zomer van1938 maakten naar Nederland, België, Polen, Zwitserland en Engeland. Naast de klassieke toeristische beelden, bevat de film ook een straatopname van drie minuten in Nasielsk (Polen), de geboorteplaats van Kurtz’ opa. De mensen op de opname zijn allemaal Joods en de auteur beseft dat dit wellicht de laatste beelden zijn van een gemeenschap die exact een jaar later zal gedeporteerd worden. Gefascineerd door deze gedachte gaat hij op zoek naar wie op dit filmpje te zien zijn. Wie van hen overleefde de Holocaust? Hoe was het leven in Nasielsk vòòr de oorlog? Enkele jaren zoekwerk brengen hem niet veel verder dan de juiste naam van het stadje (een fout in de familieoverlevering deed hem eerst geloven dat het om Berezne ging, de geboorteplaats van zijn grootmoeder), een paar namen van toenmalige inwoners en enkele foto’s. Tot de kleindochter van Maurice Chandler op de site van het Holocaust Memorial Museum (Washington D.C.) de link naar het filmpje aanklikt en haar grootvader herkent in het gezicht van een dertienjarige jongen … Maurice (Morry) Chandler werd Kurtz’ ‘steen van Rosetta’ om het filmpje dat zijn grootvader in 1938 maakte te ontcijferen.

In Drie Minuten in Polen brengt Glenn Kurtz minutieus verslag uit over zijn moeizame, maar passionele speurtocht naar de namen, relaties en verhalen (een enkele keer zelfs een sappige dorpsroddel) achter de gezichten op de reisfilm van zijn grootouders. Kurtz vertelt zo begeesterd over zijn missie dat ook de lezer - die tenslotte ver van dit filmpje af staat - geboeid moét raken door het onderwerp. Wie tijdens het lezen de ingeving krijgt om het filmpje op het internet te googelen, geraakt helemààl in de ban van Kurtz’ werk. De originele beeldopnames van Kurtz’ grootvader in Nasielsk intrigeren omdat ze enkel de informatie bieden die je ogen registreren. Zonder muziek en zonder commentaar zijn het stille, sterke getuigen van een gemeenschap die enkele maanden later om het leven zal worden gebracht. Slechts 100 van de 3000 Joden uit Nasielsk overleven de Holocaust. Naar die overlevenden moet Kurtz op zoek om in zijn zelf opgelegde doel te slagen.
Waar Kurtz aanvankelijk dacht om het leven in Nasielsk terug ‘tot leven te wekken’ door de namen en verhalen van de mensen op de film te achterhalen, gaf hij de 100 overlevers en hun nakomelingen vooral hun roots terug; hun vergeten jeugd was weggeveegd door wat daarna kwam. Bovendien had ‘het verlies (van het Nasielsk van voor 1939) niet alleen het leven van de overlevenden zelf, maar ook dat van hun familieleden getekend’, schrijft Kurtz. De Holocaust ontnam hele families het gezicht van en herinneringen aan hun grootouders, ooms, tantes, neven en nichten.
Tijdens zijn project achterhaalt de auteur beetje bij beetje dat de overlevenden niet zozeer hun kindertijd in herinnering hadden gehouden, maar alles wat daarna, tijdens de oorlog, was gebeurd. ‘Niet hun kindertijd hen had gemaakt tot wie ze waren, maar de oorlog die hen van alles, behalve van hun leven had beroofd’, besluit Kurtz.

Voor het samenstellen van zijn ‘reconstructie’ van het Nasielsk uit 1938 is Glenn Kurtz grotendeels aangewezen op de herinneringen (en dus het geheugen) van het achttal overlevenden dat hij nog kon spreken. ‘Het Nasielsk dat nu alleen in de herinnering bestaat, is het toevallige voortbrengsel van degenen die het langste leven vergund is’, zegt Kurtz op pagina 276. Hiermee geeft hij expliciet te kennen er rekening mee te houden dat de herinnering een raar beestje is. Ook op andere plaatsen in het boek zoomt Kurtz in op de eigenaardigheden van de memorie en de bij elke mens verschillende werking van het geheugen (auditief, visueel …). Trouw aan de historische kritiek toetst Kurtz daarom elke herinnering af aan de feiten en aan andere getuigenissen. De zeldzame keren dat hij zich aan veronderstellingen waagt, vermeldt hij het er nadrukkelijk bij. Dit maakt het werk tot een betrouwbare bron voor verder historisch onderzoek.

Bijzonder pakkend zijn de hoofdstukken waarin zowel Morry Chandler als Leslie Glodek (een andere overlevende uit Nasielsk) vertellen hoe ze de oorlog doorkwamen en uit handen van de Duitsers konden blijven.
Kurtz blijft ook hengelen naar de indrukken en gevoelens die de Holocaust bij de overlevenden heeft teweeg- gebracht. Het valt hem daarbij op dat hij vaak achter het net vist: ‘Hoeveel is er (na vijfenzeventig jaar van vergeten, verdringen, bewerken en gladstrijken door de herhaling) nog mededeelbaar van alle indrukken die de overgeblevenen zich nog konden herinneren?’ (p. 276)

Kurtz sluit het boek af met de reconstructie van het leven van zijn grootouders in Brooklyn (New York). Ook al bleven zij van de Holocaust gespaard en staat Kurtz dichter bij hen dan bij de Nasielskers, toch valt het hem op dat ook over hun jongvolwassen leven niet veel meer te achterhalen valt. Dat brengt de lezer bij de gedachte wat er van een mensenleven überhaupt overeind blijft. Een anekdote, een foto, een indruk … Dit inzicht doet het ontzag voor Kurtz’ prestatie alleen maar toenemen.
Het opzet om met het filmpje van zijn grootvader de talloze uiteengerafelde draden van het weefsel van de Joodse gemeenschap van voor de oorlog terug aaneen te hechten, bleek na jaren onderzoek behoorlijk geslaagd. Maar een misschien nog grotere verdienste van Kurtz’ werk, is dat de overlevers van Nasielsk hiermee uit hun isolement konden treden. Na de oorlog hadden de kleine 100 overlevenden zichzelf als ‘menselijke restanten’ beschouwd van een gemeenschap die volledig van de kaart was geveegd. Elk afzonderlijk probeerden ze na 1945 hun leven weer op te bouwen, in Parijs, in New York, in Israël … Kurtz’ filmpje bracht hen (en hun nakomelingen) weer met elkaar in verbinding: de opa van de ene, bleek de jeugdvriend van de opa van weer iemand anders te zijn geweest ... Het weefsel van de Joodse gemeenshap in Nasielsk sloot zich na meer dan 72 jaar.

De boeiende en vlotte schrijfstijl van Glenn Kurtz (én het knappe vertaalwerk van Gerard Rasch) verdienen alle lof.
Drie Minuten in Polen is niet alleen een huzarenstukje van geschiedschrijving, maar beschrijft ook een werkelijkheid die de verbeelding ver overtreft. Het is een zoveelste beklijvende getuigenis van de Holocaust die voortaan in een adem genoemd mag worden met sterke klassiekers zoals Is dit een mens? (Primo Levi), De Hel van Treblinka (Vasili Grossman) Schindler’s Ark (Thomas Keneally) …

Reacties op: Nieuwe Holocaustklassieker