Advertentie

Het verschijnen van een biografie over iemand die nog geen dertig jaar oud is, is eigenlijk een beetje vreemd. Een mens heeft dan normaal gesproken nog heel wat jaren voor de boeg. Voor een topsporter is zo'n biografie al wat minder vreemd aangezien de gemiddelde topsporter op 35-jarige leeftijd meestal wel klaar is met zijn of haar carrière. Voor een toptennisser als Novak Djokovic is het verschijnen van een biografie op 27-jarige leeftijd misschien wel de gewoonste zaak van de wereld.

De huidige nummer 1 van de wereld heeft net als zijn grote rivalen Roger Federer en Rafael Nadal een geweldige uitstraling en is door zijn charisma en gedrag een waardig vertegenwoordiger van de tennissport en van zijn land Servië. Bovendien is het verhaal van Novak Djokovic een bijzonder verhaal. Hij groeide op in de tijd dat Joegoslavië verscheurd werd door oorlogen en uiteenviel in verschillende landen: Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Macedonië, Servië en Montenegro (en ook Montenegro is inmiddels afgescheiden van Servië en onafhankelijk).

Het gezin Djokovic woonde in Belgrado tijdens de maandenlange bombardementen op de stad. 's Nachts bivakkeerden ze in de schuilkelders, overdag trainde de kleine Novak op de grotendeels verlaten tennisveldjes. Al snel werd duidelijk dat hij een ongelofelijke drive en wil om te winnen had. Dat hij de sport tennis koos was eigenlijk nogal bijzonder. De nationale sporten van Servië zijn teamsporten als voetbal, basketbal en handbal en veel voorbeelden van toptennissers had Novak niet in zijn land. Toch zou hij uitgroeien tot een absolute grootheid als tennisser en in zijn rol als sportende ambassadeur van Servië.

Alles in zijn leven stond in dienst van het tennis en om de beste in deze sport te worden; aan een van zijn coaches die jaren in Australië had gewoond vroeg hij om Engels tegen hem te spreken: "ik moet goed Engels kunnen spreken als ik de nummer 1 ben. Dan moet ik al mijn interviews en persconferenties in het Engels geven  ..."

Het 'ambassadeurschap' voor Servië voelt Djokovic als een grote verantwoordelijkheid: "Ik voel de druk. Het komt omdat het voor ons Serviërs moeilijk is om succes te hebben in het leven, vanwege het (oorlogs)verleden dat we hebben gehad, vanwege de geschiedenis ..."
Door zijn grote natuurlijke charme 'speelt' hij zijn rol met verve: zeer populair maakt hij zich bijvoorbeeld met zijn imitaties van andere grote spelers en speelsters.

Inmiddels heeft Novak Djokovic 7 grandslamtitels op zijn naam en staat hij nummer 1 op de wereldranglijst, zoals hij zelf ooit eigenlijk al voorspelde: "kampioen worden moet je zelf willen".
 
Dit boek van Chris Bowers is meer dan een gewone biografie, het is een mengeling van de persoonlijke geschiedenis van Novak Djokovic en de heftige geschiedenis van Servië. Het geeft weliswaar de visie weer van de auteur (de biografie is niet officieel geautoriseerd)  en dus niet die van Djokovic zelf, die later als hij gestopt is zelf een (auto)biografie wil schrijven. Hoewel hier en daar misschien wel erg uitvoerig als het de geschiedenis van Servië betreft (en een slordigheidje in de vertaling: het Nederlandse woord trainer en de Engelse variant betekenen niet hetzelfde!), moet het eindoordeel toch zeer positief luiden.

Een  zeer positief oordeel aangezien het een vlot geschreven en goed leesbaar boek is, dat de ware sportliefhebber beslist moet lezen, maar ook voor de lezer die wat minder sportminded is, valt er genoeg te genieten. Het geeft een nauwgezet en interessant inkijkje in de achtergrond en ontwikkeling van een zeer tot de verbeelding sprekend mens, in dit geval een van de beste en meest charismatische tennissers van zijn generatie.

Reacties op: Kampioen worden moet je zelf willen