Advertentie

Een boek uit 1933, van een Vlaamse schrijver. Is dat nog wel te lezen voor de hedendaagse lezer? En meer dan dat: kan een lezer van nu er nog plezier aan beleven?
‘Kaas’ bewijst dat dit zeker kan. Elsschot schreef dit boek na een radiostilte van zo’n tien jaar. Naar eigen zeggen voltooide hij het in tien dagen en berichtte vervolgens heel opgelucht aan Jan Greshoff, zijn vriend en inspirator, dat het hem toch weer gelukt was. Het ei (of eigenlijk de kaas) was gelegd. En wat voor een ei: een prachtig rond verhaal over de wensen en verlangens van ieder mens om het leven in eigen hand te houden, om boven jezelf uit te stijgen en jezelf te verbazen. En ook over dat je als mens ook moet leren leven met je eigen beperkingen, en je niet moet blind staren op alles wat je niet hebt. Geluk zit ‘m in berusting en aanvaarding, dat lijkt in elk geval de boodschap van dit boek.
Kort gezegd gaat ‘Kaas’ over Laarmans, een klerk met een rustig, geordend en burgerlijk leven. Na de dood van zijn moeder besluit vindt hij het tijd worden zijn leven een andere wending te geven. Hij besluit daarom ‘in zaken’ te gaan. Hij wordt vertegenwoordiger van een Nederlands bedrijf, Gafpa, dat in Edammer kazen handelt. Hij verbrandt niet meteen alle schepen achter zich, maar meldt zich ziek op kantoor om zo de kaashandel op te kunnen starten. Uiteindelijk komt er van echte handel niets terecht: verder dan briefpapier, een bureau, en wat omtrekkende en verkennende bewegingen in de kaashandel komt hij niet. Uiteindelijk ziet hij in dat de (kaas)handel en hijzelf twee onverenigbare grootheden zijn. Hij neemt zijn verlies, en gaat weer terug naar zijn kantoor. Sadder and wiser. Maar vooral wiser: hij beseft dat zijn leven veel goeds omvat.
Menno ter Braak, die toch bekend staat als een zeer kritische lezer, schreef kort na het verschijnen over ‘Kaas’: ‘Geen woord te veel, geen gebaar te dik, geen opmerking overbodig’. Dat klopt precies, het verhaal past volledig in elkaar, er is geen woord of zin waar je van denkt: ’ Daar had een redacteur nog eens goed naar moeten kijken’, alles past en alles klopt. Nu was Elsschot ook wel gepokt en gemazeld in het schrijven, als reclameman draaide hij zijn hand niet om voor pakkende en gelikte teksten. Maar hij stijgt – anders dan bijvoorbeeld een hedendaagse schrijver als Kluun, ook heel goed thuis in reclame en marketing, ver uit boven het ambachtelijk-vaardig de pen hanteren. Als je zijn stijl vergelijkt met een hedendaagse schrijver als Kluun, ook heel goed thuis in reclame en marketing, wordt wel duidelijk dat het boek van Elsschot ver uitstijgt boven het ambachtelijk-vaardig de pen kunnen hanteren.
Wat blijft is een onvergetelijk portret van een man die worstelt met het leven dat hij leidt. Herkenbaar: wie droomt niet zo nu en dan van een ‘groots en meeslepend leven’ en voelt zich wat teleurgesteld als hij eerlijk naar zijn eigen leven kijkt. Wie wil nooit eens iets heel anders? Televisieprogramma’s zoals ‘Het roer om’, ‘Ik vertrek’, ‘Helemaal het einde’, waarin mensen – vaak ontevreden met hun huidige leven – een heel nieuwe draai aan hun leven proberen te geven, draaien op deze menselijke neiging.
Herkenbaar dus, heel goed geschreven. En geestig. Als Laarmans bijvoorbeeld beschrijft hoe hij aan de naam Gafpa komt. Hij weegt allerlei alternatieven af: te Vlaams, te kazig, te ondernemerig, en komt dan uiteindelijk op Gafpa uit (General Antwerp Feeding Products Association), want: Engels (omdat, aldus Laarmans, Engeland een verdiende wereldfaam heeft op handelsgebied) en vooral: er zit geen kaas in de naam (want Laarmans houdt helemaal niet van kaas). Hij verzucht elders in het boek, als al duidelijk is dat de kaashandel ten dode is opgeschreven: ‘..ik heb nog nooit iets verkocht. En nu ineens kaas. Was het nog mimosa.’
Of als hij druk bezig is zijn ‘kantoor’ – een kamertje in zijn huis – in te richten en zich druk maakt over het behang dat jacht- en vispartijen voorstelt. Hij vertelt dan dat hij eigenlijk nieuw behang wilde: ‘een strenge eentonige achtergrond, … en dan niets anders ophangen dan een scheurkalender en bijvoorbeeld een landkaart van het Nederlandse kaasgebied.’ Maar zijn vrouw vindt dat dit kan wachten, waarop Laarmans mijmert: ‘Toch deed ik beter mijn wil door te zetten, want wie staat er aan het roer van het kaasschip, mijn vrouw of ik?’.
Herkenbaar, geestig. En ontroerend. In zijn hulpeloosheid, in zijn besef van zijn mislukking, in zijn menselijkheid. Aan het eind van het verhaal, als hij een bezoek brengt aan het graf van zijn moeder, en een hoop gedoe en twijfels heeft over waar het graf nu is en wat hij met de meegebrachte chrysanten aan moet: ‘Ik kan gerust zijn. Die hier liggen hebben van mijn kaasgeschiedenis niets gehoord, anders was moeder trouwens naar de Gafpa gekomen om mij te troosten en bij te staan.’ En het prachtige einde: niemand praat ooit meer over kaas, zijn vrouw zorgt ervoor dat er geen kaas meer op tafel komt. ‘Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw’.

Reacties op: Kaas: een tijdloze klassieker

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het boek bij Libris vanaf 17,50 Bestel het ebook bij Libris voor 9,99
Bestel het boek bij Blz. vanaf 17,50 Bestel het ebook bij Blz. voor 9,99
bestellen
bestellen
bestellen
bestellen
Proxisbestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders



Bestel dit luisterboek voor  €10,35 bij

bestellen