Advertentie

Sommige boeken lezen we en vergeten we direct weer; sommige boeken blijven ons bij. Sommige boeken blijven een generatie bij, of een land bij. Sommige boeken zijn zelfs zo typerend voor een generatie, een tijd of een cultuur dat ze nog moeilijk te vergeten zijn ook. De Triffids komen (The Day of the Triffids) is zo’n boek. Geschreven in 1951 en geplaatst in Londen, weet auteur John Wyndham met dit debuut zijn eigen tijdsgeest perfect in een postapocalyptische setting te plakken.  

We volgen hoofdpersoon Bill Masen, die na een oogoperatie wakker wordt in het ziekenhuis en ontdekt dat hij weer kan zien – terwijl de rest van de wereld blind is geworden. Paniek en chaos alom: hoe functioneert een samenleving als (bijna) niemand kan zien? Niet, is het antwoord, en alles wat gisteren nog zo vanzelfsprekend was, lijkt vandaag op te lossen in het niets. Uiteraard ontmoet Bill wel een aantal mensen die hun zicht, net als hij, niet verloren zijn, waaronder de schrijfster Josella, een groep zienden die demonstratief voor zichzelf kiezen en een jong meisje genaamd Susan. Maar wat is de oorzaak van deze plotseling blindheid? Heeft het iets van doen met die meteoorstorm? En wat hebben de Triffids hiermee te maken? De Triffids, dat zijn de reusachtige levende planten die via hun bladeren met elkaar communiceren en er steeds meer op gebrand zijn om hun menselijke overheersers te doden. En met deze nieuwe chaos maken ze eindelijk een kans…  

Een beetje achtergrondinformatie kan dienen als een helpende hand bij dit boek en het genre in het algemeen – dat cosy catastrophe wordt genoemd. Na de Tweede Wereldoorlog is er een soort schisma ontstaan tussen Britse en Amerikaanse sciencefiction. Groot-Brittannië ervoer een culture schok na de oorlog. Zij waren niet de winnaars, ze waren slechts onderdeel van het winnende team, dat in ons collectief geheugen werd geleid door Amerika. Het Verenigd Koninkrijk ging van wereldmacht naar een klein landje. Natuurlijk speelde ze nog altijd mee aan de grote pokertafel, maar een imperium was het niet meer. Het was opeens veel moeilijker voor Groot-Brittannië om relevant en belangrijk als land aan deze grote pokertafel te zitten. Voor de USA gold, kun je beargumenteren, haast het tegenovergestelde. In macht en popcultuur groeide zij juist. Cultuur en tijdsgeest worden perfect weerspiegeld in literatuur en zeker in sciencefiction is dit goed te zien. Amerikaanse scifi is avontuurlijk, politiek rechts georiënteerd, imperialistisch, kleurrijk, kijkt omhoog naar het heelal en de ruimte. Er wordt grof geschut gebruikt. Big bangs. Britse sciencefiction, daarentegen, is veel kleinschaliger en gaat over het leven van alledag, gewone mensen die plots moeten overleven en plots helden worden terwijl ze dat eigenlijk niet zijn, op de schaal van de middenklasse. Over chaos en het einde van de wereld, maar met een kopje thee erbij overleven we het allemaal vast wel; een cosy catastrophe. Kort gezegd, waar Amerikaanse scifi uit deze tijd dealt met intergalactische battleships en het vergaan van de wereld, schrijft Groot-Brittannië over… wandelende takken.  

De Triffids komen gaat over overleven, vervreemding, menselijke sterfelijkheid en sociale stress; thema’s die vaker centraal staan in Wyndhams werk. Ook The Chrysalids (1955) en The Midwich Cuckoos (1957) bevaren deze wateren en zijn eveneens geplaatst tegen de achtergrond van de koude oorlog. Wat deze twee boeken echter niet gemeen hebben met De Triffids komen, is de focus op hulpbronnen en –middelen. Op een haast zakelijke wijze krijg je lijsten en informatie voorgeschoteld van en over wapens, voedsel, kleding, gebouwen, brandstof… Voor ons lijkt dit overdreven en vreemd, maar in Engeland in de jaren ’50 was alles schaars. Op de kleintjes letten was volstrekt normaal en de lezers van die tijd moeten precies hebben begrepen hoe de hoofdpersonen zich voelden toen ze een kans kregen een taartenwinkel te beroven. Ook ligt de oorlog nog heel vers in het geheugen. De personages zijn niet eens echt verbaasd dat de wereld nu plots vergaat. Het is niet dat ze iets dergelijks niet allang in hun achterhoofd hadden, met een wapenwedloop tussen west en oost. Het enige frappante is dat de uiteindelijke klap helemaal niet komt van een huidig politiek probleem. Wyndham plaatst zijn verhaal in het toentertijdse nu, maar geeft er wel meteen een draai aan. 

Het grappige en tegelijkertijd verwarrende is dat er drie problemen tegelijkertijd gaande lijken te zijn. Ten eerste is er de blindheid waar zo ongeveer 90% van de bevolking aan lijdt. Ten tweede zorgt dat voor een complete meltdown van de samenleving. En op de achtergrond walsen de wandelende planten voorbij. Wat past waarin? Wie is verantwoordelijk voor wat en hoe hangt het samen? Zijn de Triffids verantwoordelijk voor de blindheid of zijn zij weer een apart probleem waar apart mee gedeald moet worden? Het is verwarrend, maar houdt wel je aandacht vast. De Triffids komen is te lezen als een over-heldhaftige James Bond-spinoff, zowel belachelijk en overdreven als slim en indrukwekkend. Het is makkelijke literatuur en hapt heerlijk weg, terwijl je tegelijkertijd een dosis recente geschiedenis meekrijgt. Lekker én gezond dus!

Reacties op: Apocalyps in huis, tuin en keuken