Advertentie

De Iers/Turkse schrijver Joseph O‘Neill heeft zijn jeugd in Nederland doorgebracht en heeft dit een plaatsje gegeven in zijn derde roman Laagland. De hoofdpersoon en verteller van het verhaal, Hans van den Broek, is van Nederlandse afkomst en blikt zo nu en dan terug op een jeugd in Den Haag. Inmiddels woont O’Neill zelf al ruim tien jaar in New York, dat het belangrijkste decor vormt van zijn succesvolle roman. Netherland werd door de New York Times uitgeroepen tot een van de beste boeken van 2008 en won de PEN/Faulkner Award.

Laagland is weliswaar een verslavend maar ook behoorlijk complex boek met meerdere lagen. Om te beginnen is het te lezen als een meeslepend verhaal over een wonderlijke vriendschap tussen twee mannen die niets met elkaar gemeen lijken te hebben. Hans is succesvol in de financiële wereld waar hij miljoenen heeft verdiend, terwijl de charismatische sjacheraar Chuck Ramkissoon uit Trinidad zich meer beweegt in de onderwereld van New York en niet vies is van louche praktijken. Ze leren elkaar kennen tijdens een cricketwedstrijd en Chuck biedt Hans zijn hulp aan bij het opnieuw behalen van zijn rijbewijs. Intussen gebruikt hij Hans handig als chauffeur voor zijn illegale handeltjes. Tijdens de eindeloze autoritten waarbij ze van het ene zakenadresje of cricketveld naar het andere rijden, ontspinnen zich ontwapenende, filosofische gesprekken tussen de beide mannen. Of eigenlijk is het vooral Chuck die veel aan het woord is: ‘hij was voortdurend bezig zijn ideeën en herinneringen en bevindingen om te vormen tot monologen’. Naar aanleiding van een telefoontje over de vondst van Chucks verdronken lichaam – wat al op de eerste pagina’s gemeld wordt, maar niet leidt tot een spannende whodunnit – vertelt Hans zijn vrouw in een terugblik over deze vriendschap en Chucks louche kanten. Zij merkt op dat Hans hem op een voetstuk heeft geplaatst: ‘Jij hebt hem nooit echt willen kennen (…) Je vond het gewoon leuk met hem te spelen. Met Amerika is het hetzelfde (…) Je kijkt niet verder dan de buitenkant’.

Hun verschillende kijk op Amerika en de gevolgen van de aanslagen van 11 september 2001 zorgde voor een verwijdering tussen Hans en zijn Engelse vrouw Rachel. Een tweede verhaallijn, die de lezer in een terugblik krijgt voorgeschoteld, is dan ook die over het gezin als thuishaven en de worstelingen binnen een huwelijk. Hans en Rachel wonen ten tijde van de aanslagen in New York. Na 11 september gaat Rachel uit angst voor een nieuwe aanslag met hun zoontje Jake terug naar Londen en blijft Hans alleen in New York wonen, in het beroemde maar enigszins vervallen Chelsea Hotel. De communicatie verloopt door de fysieke afstand alleen maar stroever en tijdens de weekendbezoeken aan Londen is hun zoontje Jake de enige schakel die hen bij elkaar lijkt te houden: ‘ik onderdrukte de impuls om tegen Rachel te zeggen dat ze de pot op kon met haar vermoeidheid. Ik kwam met een of andere opmerking over Jake waar we ons allebei aan vast konden klampen’. Een schrijnend maar sprekend beeld van de staat van hun relatie is dat van Hans achter de computer, met behulp van Google Earth surfend naar de Londense achtertuin waar zijn zoontje speelt. Het onvermogen om verder in te zoomen maakt hem zo duidelijk de afstandelijke toeschouwer van zijn eigen gezin. Echter al vroeg in de roman weet de lezer dat het allemaal weer goed komt tussen hen, dus net zomin als bij Chucks dood is er rond deze breuk sprake van een spanningsboog. Daar waar de relatie tussen Hans en Rachel zich van een neerwaartse naar een opwaartse beweging ontwikkelt, maakt de vriendschap tussen Hans en Chuck een tegengestelde beweging.

Laagland gaat niet alleen over deze vriendschap en dit huwelijk, het is daarnaast ook een prachtige beschrijving van de stad New York. In lyrische bewoordingen laat O’Neill zijn stad zien: ‘Soms is het in de beschaduwde delen van Manhattan net of je in een Margritte loopt: de straat is nacht terwijl de lucht dag is. Het was op zo’n bedrieglijke, droomachtige avond in januari 2003, op Herald Square, dat ik het gebouw uitstrompelde waar het New Yorkse Department of Motor Vehicles gevestigd was.’ Op hun tochtjes door de wijken van de stad, komen Hans en Chuck op de meest afgelegen, onbekende en bjizondere plekken. Ze komen vooral veel in Brooklyn, waar Chuck woont en zijn droom wil realiseren.

De roman is bovenal ook een lofzang op cricket, een liefde die Hans en Chuck gemeen hebben. Gelukkig is kennis van deze complexe sport niet nodig om van de beschrijvingen te genieten, ook omdat het hierin vaak gaat om hoe Hans zich voelt als hij het spel speelt. Gedachten over zichzelf en herinneringen aan zijn jeugd hangen regelmatig samen met de sport. Daarnaast staat cricket in de roman symbool voor hoe Amerikanen naar het niet-eigene kijken, want het is een sport die in New York alleen door, meestal gekleurde, immigranten wordt beoefend. Net zomin als de Amerikaan cricket ziet, is al het andere niet-eigene voor hem zichtbaar. Cricket is een wereld binnen een wereld, zich afspelend op de velden en in de parken die door de hele stad verspreid liggen, maar die voor velen onzichtbaar is. Chuck wil hier verandering in brengen. Als een ware Great Gatsby streeft hij een Amerikaanse Droom na, het bouwen van een groot cricketstadion in Brooklyn en cricket tot een belangrijke Amerikaanse sport maken. Hij gelooft dat ‘alle mensen, Amerikanen of maakt niet uit wie, op hun beschaafdst zijn als ze cricket spelen’. Hij kan zijn droom echter niet waarmaken.

Tot slot kent Laagland nog een laatste laag, die in het voorgaande al doorschemerde, waarin ideeën over identiteit en immigratie worden onderzocht. O’Neills roman gaat over ontworteling en het verlangen naar een thuishaven als er chaos rondom heerst. De zoektocht naar de eigen identiteit en de bijbehorende haven is voor ieder personage verschillend, maar wel van even groot belang. Op Hans’ dwaaltocht door New York krijgt de lezer inzicht in zijn gedachtegangen en inzichten terwijl hij langzaam uitdoktert hoe hij zijn leven weer kan opbouwen.

De complexiteit van deze gelaagde roman – die nauwelijks een plot heeft –, het weinig sexy onderwerp van cricket en het feit dat de lezer vooral Hans’ contemplaties volgt, zouden af kunnen schrikken. Toch is Laagland boeiend en een aanrader, juist misschien omdat het een zogenaamde ‘slow read’ is en niet, zoals veel andere bestsellers, een plotgedreven ‘sneltrein’. Het is dan weliswaar niet de spanningsboog in het plot die de lezer steeds weer terug het boek intrekt, maar wél de taal. Na het lezen van enkele regels ben je meteen weer in de ban van de betoverende schoonheid van O’Neills lange, bedwelmende en verslavende zinnen. Zoals de hoofdpersoon door New York dwaalt – zonder eenduidig doel, maar zijn omgeving in zich opzuigend – zo dwaalt de lezer door O’Neills boek. Het lezen van Laagland wordt zo een sfeerbeleving en op een geheel eigen wijze meeslepend.

Reacties op: Een thuishaven in de chaos

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het boek bij Libris vanaf 38,20
Bestel het boek bij Blz. vanaf 38,20
bestellen
bestellen
bestellen
bestellen
Proxisbestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders