Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

Esther Gerritsen (1972) is een auteur met een reeks opmerkelijke romans. In Dorst en Roxy zet ze steeds karakters die erg van elkaar verschillen naast en tegenover elkaar. Het zoeken naar identiteit, het elkaar moeilijk kunnen bereiken komt steeds terug in haar werk. In een andere roman van haar Superduif komt het redden van de mens naar voren. In De Trooster zien we dat allemaal terug.

De gladde politicus Henry Loman, staatssecretaris van financiën, heeft zich niet aan de regels gehouden en gaat op retraite in een klooster. Bij zijn entree ontmoet hij Jacob. Jacob is conciërge, klusjesman en staat buiten de kloostergemeenschap, maar voelt er zich thuis. Hij heeft sinds zijn geboorte een scheef gezicht en daardoor neemt hij een wat andere plaats in de samenleving in, zo ook in het klooster. ‘De mensen glimlachen naar me als iemand die troost nodig heeft.’ Troost speelt door het hele boek heen. Maar wie is nu de trooster? Jacob of Henry?

Jacob houdt van de rust in het klooster. ‘De stilte was weldadig’. Henry heeft aanvankelijk niet zijn aandacht. Hij kletst teveel, over ‘een volgende fase in mijn leven…nieuwe wegen…tijd voor bezinning.’ ‘Elke harmonie, iedere rust die hier normaal heerste was ver te zoeken door het geklets van Loman.’ Daar waar het klooster voor Jacob een veilige plek is, is het voor Henry een plek waar hij tijdelijk aan de wereld kan ontsnappen. ‘Henry weet niets van de liturgie. Hij was geboeid als een toerist die zich gewillig liet informeren.’
Jacob heeft geen vrienden en is prettig verrast dat Henry hem als aanspreekpunt, zelfs leidsman in het klooster benadert. Zelfs zijn scheef gelaat is voor Henry geen probleem. Er ontstaat vriendschap tussen de twee personen. Vriendschap is een kernthema in het boek. Het gaat ook over werelden die zo anders zijn, over falen, over vergeven, een wereld van geloven en niet geloven, de waarde van het vormen van een gemeenschap.

Het geloof geeft Jacob houvast en hij geniet van de rituelen die daarbij horen, vooral in de Paastijd, voor gelovigen toch het hoogtepunt van het kerkelijk jaar Zo probeert Jacob Henry over het geloof te vertellen, maar trekt Henry dat in het belachelijke. Dat refereert direct aan hoe mensen vaak tegen het geloof aankijken als iets zweverigs, iets van vroeger, iets waar geen bewijs voor is. Gerritsen laat aan de andere kant zien dat mensen die gelovig zijn ook vaak goede mensen zijn. Bovendien toont ze dat ‘misbruik’ overal in de samenleving voorkomt met Henry als exponent daarvan.

Hoewel men in het klooster pleit voor het houden van afstand ten opzichte van de gasten voelt Jacob zich enorm betrokken bij Henry, zelfs als die een van de gasten verkracht. Jacob probeert Henry zvan zijn zonde verlossen. In een scene in de keuken probeert hij hem te vrijwaren door net als bij het Joodse Pascha het bloed van een lam aan de deurpost te smeren. Maar niet het bloed van het lam, maar dat van Jacob zelf (hij snijdt zich) vloeit. Jacob is duidelijk buiten zijn eigen grenzen gegaan in zijn ambitie de ander te helpen. Dat gebeurt nog een keer als hij door Henry meegetroond wordt naar het heidense Paasvuur. Hij denkt het geluk te ervaren, maar…

Gerritsen heeft de roman laten spelen in de Paastijd en geeft daardoor verdieping. Als het bijvoorbeeld Witte Donderdag is , ‘de droevigste dag van het jaar in de kerk, maar dichter bij het leven van Jezus kun je niet komen’, wordt een relatie gelegd tussen Jezus in het Hof van Getsemane en eenzaamheid en op Goede Vrijdag met het lijden. En dan is er nog de vergeving. De vrouw van de politicus is het daar bijna het symbool van. Henry heeft haar verlaten en zijn toevlucht in het klooster gezocht. Hij zoekt als het ware regels, structuur, iets waar hij in het dagelijks leven zich niet aan stoort. Zij komt hem opzoeken, vergeeft hem alles en als hij later een gast verkracht vergeeft zij hem opnieuw.
De taal die Gerritsen hanteert is sober, helder. Dat past wel bij de sfeer van het klooster, een plek voor contemplatie. Ze observeert perfect: ‘Alleen terug in de gang leek de rust meteen weergekeerd. Ik hou erg van de tegelvloer daar. Voor ik mijn voet neerzet, rusten mijn ogen altijd kort op de tegel die ik zo zal raken, waardoor mijn stappen in een perfecte mal vallen, een opeenvolging van telkens op de juiste plek aankomen. Dat alles op een zacht zoemende innerlijke melodie. Het is de melodie waarop ik loop en zo lijkt mijn gang nooit mijn eigen gang, meer een gehoorzaam volgen.’

Esther Gerritsen heeft een boek geschreven dat tot nadenken stemt, over jezelf, over de maatschappij, het leven, religie. De Trooster is een gelaagde en rijke roman. Er zijn veel verwijzingen naar het lijdensverhaal van Jezus, maar je kunt de roman ook los daarvan lezen. Het is wel handig dat je iets van de christelijke achtergrond weet. Het is vooral de worsteling waar Jacob mee te kampen heeft die ontroert.

Reacties op: Wie wordt er getroost?

328
De trooster - Esther Gerritsen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 12,50 Bestel het e-book € 7,99
E-book prijsvergelijker