Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

Uitgeverij Historische Verhalen bestaat drie jaar en is eigenlijk niet meer weg te denken in het landschap van de historische fictie. Ieder jaar brengt wordt een verzamelbundel uitgebracht en het is steevast een feest om die verhalen te lezen. In de vijftien verhalen in deze bundel gaat de lezer dwars door de geschiedenis, van de dertiende eeuw voor Christus tot aan 1975. De inkleuring van de historie gebeurt door fictie. Iedere auteur zorgt ervoor dat alles klopt, de setting, de voorwerpen die een rol spelen. Het verhaal wordt gevolgd door een artikel dat de historische achtergrond belicht en door literatuurverwijzingen. Speuren op Internet laat zien dat veel van de auteurs al meer gepubliceerd hebben en de nodige schrijfervaring hebben. Een kort c.v. van de auteurs, met een korte publicatielijst zou een meerwaarde aan de bundel geven.

Wist u dat in de achttiende eeuw in Engeland kinderen vanaf vier jaar door een ‘master chimney sweeper’ gekocht werden en de vaak nauwe schoorstenen ingedreven werden om die te vegen? Regelmatig kwamen die kinderen, die in erbarmelijke omstandigheden leefden, om. Er kwamen wetten om dit te voorkomen, maar die werden vaak ontdoken. In 1875 kwam nog een 12-jarige jongen om in een schoorsteen. Een kille ochtend van Marjolijn van de Gender gaat over Martha, een jong meisje van negen jaar, dat in 1774, doodsbang door een bullebak van een baas in een voor haar te nauwe schoorsteen gestuurd wordt. Van de Gender, met twee verhalen in deze bundel in deze bundel opgenomen, schrijft met veel gevoel voor sfeer en taal. Wat te denken van deze zinnen ‘Gisteren had (de kou) haar gemarteld en gebeten, maar nu streek de sneeuw bijna liefdevol over haar kaak, die gloeide en bonsde. Elke smeltende sneeuwvlok tegen haar huid betekende een seconde van troost.’ Marjolijn is pas 24 jaar en het is echt uitkijken naar haar eerste roman ‘Ooit’, die bij Atlas Contact dit jaar gaat verschijnen.

Een aantal van de auteurs is inmiddels bekend. Hay van den Munckhof heeft al veel gepubliceerd en zijn prachtige dubbelroman ‘Alya’ heeft veel belangstelling getrokken. In deze bundel laat hij de lezer iets van ‘The Killing Fields’, het werken in de slavenkampen van de Rode Khmer, ervaren. Mooi hoe hij een periode van drie jaar in een pakkend, ontroerend verhaal van slechts twaalf pagina’s weet neer te zetten.

Ook Paul Christiaan Smis heeft al het nodige gepubliceerd in het genre van de historische fictie. In Rachab weet hij de val van de stad Jericho een persoonlijke touch te geven. Hij wijkt af van het Bijbelverhaal, maar het levert wel een heerlijk verhaal op waarin Rachab, herbergierster in Jericho ‘waar mannen iets meer konden kopen dan alleen dadels, wijn en onderdak’ de Israëlitische legeraanvoerder Jozua (de opvolger van Mozes) helpt als spionne in ruil voor de veiligheid van haar familie en haar buurgenoten. Het slot van het verhaal is verrassend. Wat schrijft Smis prachtige zinnen, zoals ‘ongevraagd zegende de goden haar schoot.’ Alleen de titel van het verhaal is ‘Rachab’ en niet ‘Jericho’ zoals in de inhoudsopgave vermeld staat.

Een goed verhaal speelt zich als het ware voor je ogen af en is geloofwaardig. Maar het wordt pas echt mooi als je de emoties ook voelt in de dialogen. Zo schrijft Ilse Bockstaele in de beginscene van het verhaal Koninklijke liefde (over de buitenechtelijke affaire van Koning Leopold II van België, de man die Congo als zijn persoonlijk bezit zag): ‘Voor jou’, zei hij. Zachtjes, alsof zij breekbaar was, legde hij de broche tussen haar borsten. ‘Wat mooi,’ spinde Caroline tevreden.’ Dit verhaal is gebaseerd op de relatie die de toen 64-jarige Leopold had met de 16-jarige Blanche Delacroix. Blanche werd ook Caroline genoemd en werkte in Parijs als barmeid en prostituee. Op zijn sterfbed trouwde Leopold II met haar. De eerste ontmoeting tussen de twee is voor de auteur aanleiding om een verhaal te schrijven dat zo gebeurd zou kunnen zijn. Leopold gebruikte zijn Force Republique om Congo uit te buiten, bijvoorbeeld in de rubberproductie. Een zin als deze : ‘De gombomen lieten als lekkende kranen het goedje naar buiten stromen. Iemand moest het toch opvangen,’ lijkt een legitimatie voor zijn handelen. Zo subtiel omschreven door de auteur.

Van een heel andere orde is de homoseksuele liefde. In de tijd van Lodewijk XIV in het Parijs van 1669 is homoseksualiteit verboden, behalve voor de mensen die aan het hof verblijven. Ook toen al waren sommigen meer gelijk dan anderen, om met George Orwell te spreken. Matthijs van der Loo schrijft daar een heerlijk verhaal over ‘De minnaar van Lotharingen’ waarin gekonkel en gevlei aan het hof beschreven worden. Philippe, een ridder uit Lotharingen heeft een liefdesrelatie met de hertog van Orléans, dit tot groot ongenoegen van de hertogin. Zij spreekt er Philippe op aan. Maar die weet dat Lodewijk XIV een oogje op haar heeft. Vilein is dan het antwoord dat Philippe misschien wel uit had kunnen spreken: ‘Er schijnt anders nog een bed in het kasteel van Versailles te staan waar u erg welkom bent.’

In ieder verhaal valt er veel te genieten en binnen het raam van deze recensie is het onmogelijk alle auteurs evenveel recht te doen. Het is zo mooi dat allerlei gebeurtenissen uit het verleden door een verhaal een ‘gezicht’ krijgen. Zoals in Dichter bij de dood de liefdesgeschiedenis van Joseph Mary Plunkett en Grace Gifford, fijngevoelig geschreven door Marloes Jongewaard. Joseph was de leider van de Paasopstand in de strijd om de Ierse onafhankelijkheid in 1916. Hij werd gevangen gezet en zou geëxecuteerd worden. In de gevangenis trouwde hij kort voor zijn dood.

Hoe sterk een moederband is blijkt uit het verhaal van Sandrine van der Velde die de geschiedenis van de moeder van Margaretha van Parma (in de zestiende eeuw landvoogdes van Nederland) beschrijft. Moeder, Jeanne, was bijslaap van Keizer Karel V en raakte zwanger van hem. Haar dochter wordt bij haar weggenomen. Karel zorgt voor een pensioentje en een nieuwe echtgenoot. Als die moet verhuizen naar Brussel, de plek waar haar dochter woont, ziet ze haar dochter bij een fontein in de stad. De band met haar kind blijft.

Bijzonder is het verhaal van Wouter van Gurp over Abul Abbas, de laatste olifant van Karel de Grote, die hij cadeau gekregen heeft van een kalief Harun-el-Rashid. Een olifant was zo rond 810 een bijzondere verschijning. In Aken werden het ‘grijze varkens met vreemde toeters’ genoemd. De Abul waadde ooit door te Rijn en dat was er teveel aan. Het dier wordt ziek. Maar moet hij nu begraven worden (met het hoofd naar Mekka) of gecremeerd? Een hilarische discussie levert dat op.’ De relatie tussen Karel en Abul is bijzonder. Als hij aan het sterven is komt de vorst hem aaien. Het verhaal eindigt met deze fraaie zin: ‘Abul houdt de herinnering vast tot hij niet meer vasthouden kan.’

Iris Versluis heeft een intrigerend verhaal geschreven over de totstandkoming van de beroemde buste van Koningin Nefertiti, de echtgenote van de Egyptische farao Achnaton, de vader van Toetanchamon. Thoetmosis, de beeldhouwer zou die buste, te zien in het Neues Museum in Berlijn, gemaakt hebben. Iris verbindt de afwijkende beeldhouwkunst die Achnaton voorstond met een ontwikkeling naar een meer realistische beeldhouwkunst. Nefertiti van wie gezegd werd dat ze de mooiste vrouw was vindt dat ze afgebeeld wordt als een zwangere koe. Ze geeft Thoetmoses de opdracht binnen zeven dagen een buste van haar te maken die haar schoonheid meer recht doet. Een uitdaging. Wat zich in 1343 voor Christus afgespeeld heeft had zo maar echt gebeurd kunnen zijn. En dat geldt voor alle verhalen in deze heerlijke bundel.

Reacties op: Het zou zomaar gebeurd kunnen zijn

6
Historische Verhalen - verzamelbundel III -
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 15,00
E-book prijsvergelijker