Advertentie
    Jannelies Smit Hebban Recensent

De hand van St. Euphemia begint met een sfeervolle beschrijving, door de hoofdpersoon Petroc, van een avondje drinken met zijn medestudenten en vrienden. Helaas loopt het avondje bijna verkeerd af, omdat de akelige ex-tempelridder, Sir Hugh de Kervezey, zijn oog heeft laten vallen op Petroc. En niet met de beste bedoelingen. Vanaf dat moment is Petroc’s lot bezegeld: Sir Hugh heeft Petroc nodig als hulpmiddel bij een ingewikkeld plot. Hoe ingewikkeld? Daar kom je als lezer langzaam maar zeker achter.


Petroc is een monnik, maar niet van harte. De studie kan hem niet altijd bijster interesseren, de leefomstandigheden zijn abominabel en de leraren niet al te goed. Maar zo was het leven een paar honderd jaar geleden: elke familie was gedwongen een zoon aan de kerk te geven. En Petrocs ouders leven niet meer, dus wat moet hij anders, als 18-jarige wees?
De dag na het eigenaardig verlopen drinkavondje wordt Petroc echter bij de bisschop geroepen, waar hij Sir Hugh ook weer aantreft. Het lijkt een onschuldige ontmoeting, maar voor Petroc het weet lijkt het of hij de koster van de kerk heeft vermoord en de kostbare ‘hand van St. Euphemia’ heeft gestolen.
Vervolgens neemt Pip Vaughan-Hughes ons mee op een tocht die over de halve wereld voert, en waar Petroc zijn geloof zal verliezen en weer zal vinden, al is het op een andere manier dan hij denkt. Hoofdpersoon Petroc ontwikkelt zich gedurende het verhaal tot een interessante man. Veel van de mensen – en dieren – waar hij mee te maken krijgt, zijn overigens erg leuk getroffen.


Is dit boek een thriller? Nou nee. Het is een leuk, lekker leesbaar, vlot verhaal met de nodige humor en hier en daar wat spanning. Er ligt een ingewikkeld complot achter de schijnbaar op zichzelf staande gebeurtenissen, en er vallen doden. Maar dit alles maakt een verhaal nog geen thriller. Het heeft het meeste weg van een schelmenroman met wat spannende trekjes. De beschrijving van Petrocs, soms ingewikkelde, reizen houdt de aandacht van de lezer goed gevangen. Vooral ook omdat het boek in de ik-vorm is geschreven. Bovendien is het goed dat er wel degelijk nog een ‘staartje’ aan het verhaal zit.
Al met al is De hand van St. Euphemia een boek dat meelift op de belangstelling voor echte ‘historische thrillers’, maar niet onverdienstelijk.

Reacties op: Doet denken aan een schelmenroman