Advertentie
    Jannelies Smit Hebban Recensent

Dr. William (Bill) Bass is een heel verstandig man. Dat heeft hij natuurlijk al bewezen door ‘de Bodyfarm’ te beginnen (die officieel ‘The Antropology Research Facility’ heet) en daar een succes van te maken, en door talloze forensisch antropologen op te leiden, maar nu hij zich op het schrijven van fictie heeft gestort, heeft hij gekozen voor een hoofdpersoon die een alter ego van hemzelf is. Het lijkenhuis schreef hij echter onder de naam Jefferson Bass, een pseudoniem voor Bill Bass en Jon Jefferson, de journalist waarmee hij al eerder samenwerkte.

Dr. Bill Brockton is werkzaam op de Bodyfarm; hij doet onderzoek en geeft les in (forensische) antropologie. Hij is enkele jaren geleden weduwnaar geworden en hij heeft het daar nog steeds heel moeilijk mee. Zijn zoon ziet hij nauwelijks meer, niet omdat de zoon dat niet wil maar omdat hij het niet aankan, en hij heeft zich meer dan ooit op zijn werk gestort. Op een dag wordt hij te hulp geroepen door ene sheriff Kitchings van Cook County, een van de meest ruige gebieden in Amerika. Cook County ligt in de Appalachen en dat gebied staat bekend om zijn ruige landschap en al even ruige bewoners. Na een ingewikkelde tocht die hem en de sheriff naar een grote grot brengt, treft Brockton daar het lichaam aan van een jonge vrouw. Dat ze een jonge vrouw is kan hij in eerste instantie niet zien, want het gehele lichaam is tot ‘adipocere’ oftewel ‘lijkenvet’ verworden. Dit is tamelijk bijzonder en Brockton is dan ook zeer benieuwd naar de oorzaak van de dood van de vrouw. En hoe ze in die grot terecht is gekomen natuurlijk…
Al snel merkt Brockton echter dat de sheriff een verborgen agenda heeft. En niet alleen de sheriff, maar ook alle andere personen die hij gedurende het onderzoek in Cook County ontmoet. Koppig zet Brockton door en niet zonder gevaar voor eigen leven weet hij uiteindelijk – wie had ook anders verwacht? – het raadsel op te lossen.
Zoals gezegd, Bill Brockton is een soort alter ego van William Bass, en waar Patricia Cornwell in haar Kay Scarpetta een interessante hoofdpersoon heeft geschapen, heeft Bill Bass hiervan met Bill Brockton de mannelijke tegenhanger neergezet. Vanaf de eerste pagina wordt al duidelijk dat we hier te maken hebben met een man met een scherpe geest, gevoel voor humor en doorzettingsvermogen, maar ook met pijnlijke herinneringen aan de dingen die hij – al of niet bewust – verkeerd heeft gedaan. Ik trek overigens deze vergelijking ook omdat Bill Bass meerdere malen Patricia Cornwell in dit boek noemt, net zoals hij dat heeft gedaan in Death’s Acre, het non-fictie boek dat hij samen met Jon Jefferson schreef over de Bodyfarm.
Kortom: alle fans van intelligente, vlot lezende, spannende boeken met regelmatig leuke uitleg over forensische antropologie dienen zich na het uitkomen van dit boek naar de winkel te spoeden om het aan te schaffen.

Reacties op: De mannelijke tegenhanger van Scarpetta