Jannelies Smit Hebban Recensent

Uitgeverij De Fontein heeft met De linkerhand van God wat mij betreft volkomen in de roos geschoten! Dit uitermate spannende verhaal wordt niet, zoals meestal, verteld vanuit het gezichtspunt van de rechercheur, maar vanuit het standpunt van de moordenaar. Of niet? Dexter Morgan is de hoofdpersoon, werkzaam op het forensisch laboratorium van de politie van Miami. Hij is dol op bloed, vandaar dat hij dit werk is gaan doen. Daarnaast was zijn stiefvader bij de politie en daar heeft hij veel van geleerd. Nog meer zelfs dan wij denken, want in zijn vrije tijd vermoordt Dexter moordenaars. Zelf is hij een zogenaamde sociopaat, een man die absoluut geen gevoelens heeft. Alles wat hij uit moet drukken speelt hij: genegenheid, boosheid, verdriet. Alleen heel soms komt er iets bij hem boven dat hij met moeite kan herkennen als genegenheid, en dat is als hij met zijn zusje Deborah is. Hoewel zij zijn stiefzusje is, zijn ze erg aan elkaar gehecht. Dexter is al zo jong bij zijn nieuwe familie komen wonen, dat hij zich niets meer van zijn eerdere leven kan herinneren. Denkt hij. Zijn vader heeft hem geleerd dat, aangezien hij toch een onbedwingbare neiging heeft tot moorden, hij zich dan maar moet richten op het vermoorden van de échte slechteriken: de mannen en vrouwen die kinderen vermoorden bijvoorbeeld, en die nog niet gepakt zijn.


Het verhaal verandert op de dag dat er iemand opduikt die prostituees begint te vermoorden, op een manier die Dexter zelf heel aantrekkelijk vindt. En plotseling wordt Dexter geplaagd door nachtmerries, iets waar hij nog nooit last van heeft gehad. Nachtmerries die hem inzicht geven in de beweegredenen van deze moordenaar. Dexter probeert zijn zusje te helpen, die verschrikkelijk graag de moordenaar wil pakken, maar die ernstig tegengewerkt wordt door haar meerderen. De nieuwe vrouwelijke politiecommissaris heeft hier zo haar eigen gedachten over.


Op het achterplat staat een quote uit Publishers Weekly (een zeer gezaghebbend tijdschrift over boeken): ‘Het is jaren geleden dat er zo’n originele thriller is verschenen.’ Ik kan niet anders dan hierin meegaan. Het lijkt echt of Jeffry Lindsay in het hoofd van Dexter is gekropen. Bovendien is het geheel geschreven als een soort eindeloze monoloog, die dan wel onderbroken wordt voor de noodzakelijke handelingen, maar die eigenlijk van het begin tot het eind van het boek één lange weerspiegeling is van de gedachten van Dexter. Bijzonder knap gedaan. Ook heel mooi vertaald trouwens!

Reacties op: Bijzonder knap gedaan