Advertentie
    Jannelies Smit Hebban Recensent

Ergens in Irak liggen belangrijke kleitabletten verborgen. Op deze tabletten staat het verhaal over de schepping van de wereld, zoals God dat aan Abraham heeft verteld. Abraham op zijn beurt vertelt het verhaal aan een jonge schrijver, Shamas.
Ergens in Amerika ontdekt een groep van vier oude vrienden dat de man die hun leven in het kamp, tijdens de Tweede Wereldoorlog, tot een hel heeft gemaakt nog leeft.
Ergens in Egypte woont een man die van plan is Irak van zijn kunstschatten te beroven.
Ergens in Italië woont een jonge priester die een vreselijk geheim met zich meedraagt.
En in het Witte Huis zit een man die van plan is een land binnen te vallen.


Al deze verhaallijnen hebben met elkaar te maken en Julia Navarro heeft er bijna 600 pagina’s voor nodig om deze verhalen te vertellen. Het aantal hoofdpersonen in dit verhaal is erg groot. Je hebt als een van de belangrijkste Alfred Tannenberg, maar ook zijn kleindochter Clara Tannenberg en haar man Achmed Hoesseini spelen een cruciale rol. Clara is de archeologe die van Alfred de eer krijgt de kleitabletten te mogen ontdekken. Achmed is haar Iraakse man, een belangrijk politiek kopstuk en aanhanger van Saddam Hoessein. (In de flaptekst staat foutief dat Clara een Irakese is; zij is echter van geboorte een Egyptische. Haar man Achmed is een Irakees, maar hij heeft in Amerika gestudeerd.) Dan heb je de oude vrienden Mercedes, Bruno, Hans en Carlo, waarmee het boek begint. Al snel wordt duidelijk dat zij in grote opwinding verkeren omdat zij menen in Alfred Tannenberg de beul uit hun jeugd te herkennen. De jonge priester Gian Maria reist met een smoesje naar Irak omdat hij Clara wil beschermen tijdens de opgravingen. En dan is er nog senator Wagner, die snode plannen heeft omdat hij precies weet op welke dag Bush Irak gaat binnenvallen. Politiek gezien is daarvan te profiteren.
De jonge schrijver Shamas wordt gevolgd tijdens zijn leertijd, en gedurende de periode dat hij een warme vriendschap met Abram (zoals die toen nog genoemd werd) opbouwt zodat hij van hem het verhaal van de schepping mag opschrijven.


De verborgen kleitabletten is een van de vele boeken die ‘meeliften’ op het succes van Dan Brown. En als Julia Navarro zich nu gehouden had aan de verhaallijn waar de titel van het boek aan ontleend is, namelijk de ontdekking van de kleitabletten met hun belangrijke inhoud, dan was dit boek ongetwijfeld een stuk beter geslaagd. Helaas gaat het verhaal ten onder in de enorme hoeveelheid feiten, feitjes, gebeurtenissen en personen die er soms met de haren worden bijgesleept. Dat de verschillende groeperingen elkaar naar het leven staan, wordt al snel duidelijk. Maar als dan ook nog blijkt dat die groeperingen onafhankelijk van elkaar dezelfde bureaus inhuren waar men blijkbaar met het grootste gemak een huurmoordenaar kan bestellen, raakt de lezer toch al snel redelijk de draad kwijt. Een van de belangrijkste andere verhaallijnen, die van de oude vrienden die hun kampbeul terugvinden, is zo versnipperd weergegeven dat de aandacht van de lezer de neiging krijgt te verslappen. De jonge schrijver Shamas die ten tonele wordt gevoerd, krijgt uiterst stijf klinkende teksten in de mond gelegd, en dat en passant ook even het hele scheppingsverhaal in het boek verweven wordt, is te veel van het goede. Het had volstaan om hier en daar een stukje op te schrijven van hetgeen Shamas gedicteerd krijgt. Men mag toch gevoeglijk aannemen dat iemand die de Bijbel kent, het verhaal niet meer hoeft te lezen, en iemand die de Bijbel niet kent, geen zin heeft in eindeloze hoofdstukken er uit?
Dan de politieke kant van het verhaal. De kleitabletten liggen in Irak en het verhaal speelt zich voor een groot deel af gedurende de maanden voorafgaand aan de inval van Bush in dat land. Julia Navarro vond het nodig om een uitgebreid essay te schrijven over de voors en tegens van deze inval, dat ook in het verhaal verweven zit. Hier en daar is het vermomd als een beschrijving van het dagelijks leven van de ‘gewone’ bevolking, maar desalniettemin is het een uitgebreid verhaal dat eigenlijk gewoon te veel toevoegt, in plaats van te zorgen voor de benodigde achtergrondinformatie. Ze heeft zorgvuldig haar best gedaan om geen kant te kiezen, wat natuurlijk ook niet de bedoeling is in een roman, maar het verhaal van de naderende inval maakt het verhaal absoluut niet spannender, integendeel.
Dat ‘te veel’ is iets wat voortdurend in het boek terugkomt. Elke hoofdpersoon krijgt een uitgebreide achtergrondbeschrijving mee, maar ook hun familie, vrienden, neven, nichten, het personeel, de portier, de chauffeur en noem maar op, iedereen wordt beschreven en van iedereen krijgen wij te horen waar ze vandaan komen en hoe ze over de politieke situatie denken. Je mag toch hopen dat dit zou bijdragen tot een beter begrip van de belangrijke spelers in dit verhaal. Niets is minder waar. Alle personen blijven tweedimensionaal omdat Navarro geen kans ziet om ze tot leven te brengen door hun handelingen. Het enige wat namelijk iedereen in dit boek doet, is verschrikkelijk kwaad, ongelukkig en chagrijnig zijn. Niemand heeft ook maar een goed woord voor iemand over. Iedereen geeft iedereen voortdurend bevelen: vaders aan zonen, moeders aan dochters en ga zo maar door. Niemand praat normaal, het is allemaal: ‘Ik heb je gezegd je er niet mee te bemoeien,’ en woorden van gelijk strekking. Voeg daarbij het feit dat Julia Navarro een schrijfstijl heeft die eerder geschikt is voor een brochure dan voor een roman, en u begrijpt dat het heel wat inzet vergt van de lezer om die bijna 600 pagina’s door te komen.
De verborgen kleitabletten zou een spannend boek geweest kunnen zijn over een belangrijke ontdekking. Helaas wordt het allemaal nergens spannend vanwege de overmaat aan informatie, de soms lastig te volgen verhaallijnen, de tweedimensionale karakters en de ook al genoemde taaie schrijfstijl.

Reacties op: Een gemiste kans