Jannelies Smit Hebban Recensent

Martina Cole kreeg het idee voor Vrouwen zonder gezicht naar aanleiding van een gesprek met een prostituee, die aan Martina vertelde dat zij het zo voelde: vrouwen die zich prostitueren hebben geen gezicht voor de bezoekende mannen. Overigens is het andersom ook zo, zei dezelfde vrouw er direct bij. Alleen gaat dit boek daar niet echt over. Dit boek gaat over een vrouw, Marie Carter, die na een gevangenisstraf van dertien jaar clean en met een goede opleiding de gevangenis uitkomt. En ze is nog maar even in de dertig… Als kind lag Marie al dwars, en op haar vijftiende kreeg ze een dochter, Tiffany. Twee jaar later volgt zoon Jason. Weer enkele jaren later wordt Marie veroordeeld tot een lange gevangenisstraf vanwege de moord op twee ´vriendinnen´, net als Marie verslaafde hoertjes. Marie wil graag haar kinderen weer leren kennen en een gewoon leven leiden. Dat wordt haar echter welhaast onmogelijk gemaakt. Haar moeder wil van geen contact meer weten, alsmede haar zuster Lucy. Haar vader wil wel contact met haar, maar hij weet zich niet zo goed een houding te geven. Jason woont bij een liefdevol pleeggezin, en Tiffany… Tiffany is zelf op een hellend vlak terecht gekomen: zij heeft een kind van een pooier, ene Patrick. Deze Patrick is echter ook de vader van Jason.

Ga er maar aan staan dus. Marie moet in een tijdelijk opvanghuis wonen, en een eenvoudig baantje accepteren. Verder wordt ze geacht een keurig leven te leiden, anders zit ze zo weer gevangen. Onnodig te zeggen dat dit boek de strijd van Marie op een menswaardig bestaan kleurrijk en met vaart laat zien. De treurigheid van het leven van een onopgeleid, maar knap meisje (met Marie en Tiffany als voorbeelden) wordt duidelijk neergezet. Naar mijn gevoel zijn de dialogen soms wat geforceerd en ik moest even wennen aan de stijl, maar ik heb dit boek met genoegen gelezen. Na mijn ontmoeting met Martina Cole begreep ik overigens beter waarom zij schrijft zoals ze schrijft… zie daarvoor het interview in het Crimezone Magazine van juni 2003.

Reacties op: Ik moest even wennen aan de stijl