Wat hebben een aanslag op een joodse club in 1994 in Buenos Aires, de menora uit de tweede tempel, Marco Polo, Franco, Eichmann, Mengele, Priebke, de Amerikaanse regering, Nero en Titus, de CIA, NSA, Mossad, Evita Peron, de vrijmetselaars, Berlusconi, geschifte katholieken, de Borgia’s, de bloeitijd van de islam in de 9e eeuw in Bagdad, de Mormonen en fanatieke Israëlische Joden o.a. met elkaar gemeen? Nou, het wordt er aan de haren bijgesleept om een pretentieus, maar zwak plot rond de menora een beetje aannemelijk te maken. Dat lukt niet helemaal, mede door de nogal houterige schrijfstijl. Er gebeurt, behalve in de -hilarisch slechte- finale, ook niet zo veel. Er wordt vooral veel aan elkaar uitgelegd. De hoofdpersonen zijn overigens een 64-jarige journalist en zijn ‘love interest’, een 39-jarige joodse therapeute.
Wat verder niets aan het verhaal toevoegt is de naïeve politieke boodschap die er te dik bovenop ligt (islam is goed, Israël fout) en enige onjuistheden, zoals de constatering dat de Tempelberg veel eerder een islamitische dan een joodse berg is geweest (blz. 173). Curieus, want op blz. 90 e.v. wordt juist het tegenovergestelde verteld. En het woord ‘islam’ betekent geen ‘vrede’, maar ‘onderwerping’ en dat moet de auteur, een oud-correspondent van de Volkskrant, toch weten.
Volgens de achterflap is die een tweede Umberto Eco, maar dat is ietwat optimistisch, want als thriller is dit debuut niet echt geslaagd.

Reacties op: Niet bepaald de Nederlandse Umberto Eco