Jean-Paul Colin Hebban Recensent

Van Italiaanse thrillerauteurs lusten we steeds meer pap. Andrea Camilleri, Donna Leon, Monaldi & Sorti: wie kent ze inmiddels niet? Aan dit illustere gezelschap mag stilaan een nieuwe auteur worden toegevoegd. Zijn naam: Luca Di Fulvio. Een begrip in de Italiaanse theater- en filmwereld wiens eerste naar het Nederlands vertaalde boek, De Tinseltown-maffia, werd bejubeld door recensenten. Nu in de schappen: De trap naar Dionysos. Een meesterwerk dat al na een paar hoofdstukken een diepe buiging verdient.

Di Fulvio heeft een voorliefde voor het jaar 1900. Dit bleek reeds uit De Tinseltown-maffia en zien we nu nogmaals bevestigd in De trap naar Dionysos. De zeer gerespecteerde inspecteur Milton Germinal wordt op de vooravond van de 20e eeuw betrapt op het gebruik van heroïne. Hij wordt onmiddellijk in rang teruggezet en overgeplaatst naar een Londense sloppenwijk. Een moordenaar heeft het uitgerekend in die wijk voorzien op vrouwen van rijke aandeelhouders van een suikerfabriek. Eerst wordt het personeel omgebracht waarna de dame des huizes een veel bruter einde wacht. Germinal vermoedt een verband met een eerder gepleegde moord op een smid. Voor de opstandige arbeiders, wier socialistische denkbeelden sterk botsen met de kapitalistische levensstijl van de elite, zijn de moorden een zegen. Ze maken zich veel meer zorgen over een circustent met duistere figuren die zonder vooraankondiging is neergestreken in hun wijk. Germinal valt direct op de bloedmooie ballerina, naar wie hij steeds meer toegroeit. Tegelijkertijd sluit hij vriendschap met de zwaar mismaakte dokter Noverre van het Instituut der Misvormingen, die de autopsies leidt op de vermoorde vrouwen. Germinal leert het nodige van hem al twijfelt hij er steeds meer aan of Noverre is wie hij zich voordoet.

Wie van een weelderige, diepzinnige schrijfstijl houdt zal zijn vingers aflikken bij dit boek. Di Fulvio’'s fijngevoelige pen doet denken aan die van Carlos Ruiz Zafón. Hij verstaat de kunst zijn lezers te raken. Vooral op de momenten dat dokter Noverre als belangrijke pion naar voren wordt geschoven. Hij lijdt aan focomelie, een aangeboren afwijking waarbij ledematen onderontwikkeld zijn, of zelfs ontbreken. Er ontstaat een ontroerende symbiose tussen hem en de lichamelijk gezonde maar geestelijk onderontwikkelde Zola. Het samenspel tussen de dokter en zijn reusachtige bediende wordt zeer intens omschreven. Heel langzaam voel je hun innerlijke schoonheid door de monsterlijke buitenlaag heen breken. Het gevaar van vooroordelen wordt zelden zo sterk benadrukt als in De trap naar Dionysos.

Wie meer begaan is met het werk van Poe en Doyle komt minstens zo goed aan zijn trekken. Iedere scène ademt een donker sfeertje uit. Duisternis en ellende omringen je tot het einde toe. Aan obscure personages eveneens geen tekort. Neem bijvoorbeeld De Chemicus die zich verplaatst in de zogenaamde Kakkerlak, een op een doodskist gelijkend rijtuigje, of de Mechanische man, een reus vervaardigd uit vlees en messing die duels aangaat met toeschouwers van het circus. Om vooral niet De Graaf zonder mouwen te vergeten, de bijnaam van de focomolielijder Noverre die directeur is van de Stad der Beesten, een instituut voor zwaar mismaakte mensen die op de meest onverwachte momenten bloeddorstig gedrag vertonen.

Zodra het boek ten einde lijkt wacht zowaar een nog grotere verrassing. In een uitvoerige terugblik op het leven van Noverre wordt de verwantschap tussen de personages ontsluierd. Datgene wat hen in hun jonge jaren uit elkaar heeft gedreven of tot elkaar heeft gebracht. Een vleugje minder bloedstollend dan het voorafgaande maar des te aangrijpend. Een sluitstuk dat tot je diepste vezels doordringt. Passend bij een eye-opener van grote klasse.

Reacties op: Dringt tot in je diepste vezels door