Advertentie

Blijkbaar kun je als best-seller-schrijver zelfs je boodschappenlijstje in boekvorm uitbrengen. Volgens mij lacht Wolfe stiekem in zijn vuistje: dat zelfs deze rommel door zijn trouwe fans als zoete broodjes werden opgevreten. Want laten we eerlijk zijn: wat moet je nou met ruim 700 pagina’s aan platgeslagen clichés? Wolfe wordt niet de Dickens van Amerika genoémd, nee: hij maakt zélf die vergelijking en plaatst zichzelf in het rijtje Steinbeck, Dickens en Zola als kritische observeerder van de hedendaagse maatschappij. En natuurlijk kun je dat doen door de meest platgeslagen stereotypen ten tonele te voeren, wat Wolf ook echt heel meesterlijk doet. Maar daar blijft het vervolgens bij, en dan kijk je na 700 pagina’s toch even om je heen: was dit het?! Wie of wat neemt hij dan op de hak? Waar blijft de kritische blik? Op die manier blijft het boek steken op het niveau van de National Lampoon (Animal House / John Belushi), films die ik tegenover mijn puberende kinderen graag mag bestempelen als ‘puberhumor’. Maar helaas: zelfs de sexscenes weet hij vakkundig om zeep te helpen, waarvoor hij dan ook de Bad Sex Award heeft mogen ontvangen.

Voorlopig geen Wolfe meer voor mij.

Reacties op: Puberhumor