Advertentie

Tegen de achtergrond van het opkomende nazisme in het Duitsland van de jaren ’30, en het daardoor stijgende antisemitisme in heel Europa, vertelt de Vlaming Londersele ons het verhaal van een geheim genootschap met een angstaanjagend plan. Zij willen niemand minder dan Albert Einstein laten vermoorden, die op dat moment op verzoek van Koning Albert zijn toevlucht heeft gezocht in België. Aan het hoofd van de groep staat Baetens; wapenhandelaar en bevlogen redevoerder van de fascistische boodschap. Op een dag staan er twee nazi’s voor zijn deur met de opdracht om zowel Einstein als de koning te vermoorden. Ze schatten de groep achter Baetens veel hoger in dan daadwerkelijk het geval is, maar toch grijpt deze de opdracht met beide handen aan. Zijn gebrek aan mankracht vult hij aan met een passionele hart voor de zaak. Hij ziet zichzelf bijna als een groteske revolutionair, die het land zal redden van het juk waar het onder zwicht.
Baetens’ partner in crime, de werkloze Simoens, rolt bij toeval in het complot. Als zijn vrouw hem in de steek laat voor een rijke Jood, besluit hij om bij Baetens een pistool aan te schaffen. Deze geeft hem het wapentuig met het verzoek hem een wederdienst te bewijzen, indien nodig. In een van de sterkste scènes uit het boek lezen we hoe de aartssukkelaar Simoens zijn vrouw bedreigt met het wapen, waarop deze antwoordt dat ze hem veel te laf inschat om daadwerkelijk tot een daad over te gaan. Ze heeft gelijk, want hij druipt af met een gekrenkt ego en een minderwaardigheidscomplex. In Einstein, ook Joods van afkomst, ziet hij een personificatie van de man die zijn vrouw heeft afgepakt. Het wekt de wens in hem op om de wetenschapper te vernietigen en zo te laten zien dat hij een echte vent is.
En dan is er nog de jonge, uit Duitsland gevluchte Jood David Weinberg, die inwoont bij Baetens en die lucht krijgt van de moordplannen op Einstein. Uit wraak voor zijn eigen traumatische verleden, besluit hij zich op te werpen als de reddende engel van het beoogde slachtoffer. Hij mengt zich in de strijd als medestander, maar eigenlijk is het hem er slechts om te doen de aanslag te verijdelen. Uiteindelijk zal het spel tussen de drie mannen eindigen in een voor alle partijen onbevredigende climax.
Op de kaft prijkt de ietwat pretentieuze genreaanduiding “literaire thriller.” Helaas heeft Londersele niet de schrijfstijl om dat predikaat waar te maken. Zijn zinnen zijn geschreven in het houterige staccato van een kinderboekenschrijver, waarbij hij veelvuldig gebruik maakt van flauwe taalkundige clichés. Het boek leest dan ook minder fijn weg dan had gemoeten. Daarbij schiet het ook als thriller ietwat tekort, mede door de fragmentarische opbouw van het verhaal en de veelvuldig wisselende perspectieven. De vaart wordt er namelijk constant uit gehaald door de passages rond ’de mens’ Einstein, die helaas niet interessant genoeg zijn om een meerwaarde aan het boek te geven. Van de briljante natuurkundige die de man was, zien wij als lezer helemaal niets meer terug in de beschrijvingen over hem. Het had net zo goed over de tuinman of de kok kunnen gaan; zo zouteloos en eenvoudig zijn de innerlijke gedachtes en uitspraken van de man.
Maar ondanks de tekortkomingen heeft de roman wel een plaatsje in mijn hart verkregen, want Londersele weet wel de sfeer van opkomende antisemitische sentimenten te raken. De nationaal-socialistische protagonisten zijn zielenpoten die vanuit hun eigen tekortkomingen dwepen met het ridicule gedachtegoed van Hitler. Hun gedragingen worden geenszins mooier of nobeler in beeld gebracht dan zij verdienen. Het is overigens ook eens fijn om een oorlogsverhaal te lezen dat niet over het verzet gaat, maar juist over de Vlaamse variant op de NSB’ers. Uiteindelijk is De vernietiging zeker de moeite van het lezen waard voor de liefhebber van faction, de samentrekking van historische feiten en fictie. Helaas valt er dus wel het een en ander op aan te merken. Hier had meer in gezeten.

Reacties op: Collaborateurs centraal