Op de allereerste pagina van Bloeden, het thrillerdebuut van Joan Brady, vertelt de blinde advocaat Hugh Freyl, in de ik-stijl, dat degene die bij hem in de kamer is, op het punt staat hem te vermoorden. Een indringend beeld dat meteen de toon zet voor een van de meest originele en indrukwekkende boeken die ik ooit heb gelezen.

Hugh Freyl, telg uit een invloedrijke familie uit Springfield, wordt ook daadwerkelijk vermoord. Maar met zijn dood is zijn verhaal niet ten einde, daarmee begint het pas. Vanuit zijn graf vertelt Hugh in flash backs het verloop van zijn carriere, zijn plotselinge blindheid, zijn moeizame revalidatie en zijn nieuwe levensvervulling: het les geven aan gedetineerden in de gevangenis. De leerling aan wie hij het meeste voldoening beleeft is de nauwelijks aanspreekbare David Marion, een jongen van 15 jaar die zijn pleegvader en diens zoon beestachtig heeft afgeslacht.

Achttien jaar later weten Hugh Freyl en zijn assistente Stephanie om de jongen uit de gevangenis te bevrijden. Hugh geeft David een baan om te kunnen wennen aan de maatschappij. Niet lang daarna wordt Hugh op gruwelijke wijze vermoord. David Marion is uiteraard de hoofdverdachte. Maar is hij ook werkelijk de moordenaar? Niemand die het weet, ook de soms wezensvreemde David niet. Om zekerheid te krijgen gaat hij op onderzoek uit.

De hoofdstukken in de ik-stijl, met het levensverhaal en de zieleroerselen van Hugh, worden afgewisseld door hoofdstukken in de 3e persoon, waarin het moeizame gevecht van David met zijn leermeester en mentor Hugh en de maatschappij wordt beschreven.
Brady beschrijft op confronterende wijze de ontmoetingen tussen de ex-gedetineerde en de zogenaamde elite van Springfield. Een botsing tussen aardse onschuld en valsheid en misleiding. Brady laat zien hoe leden van de hogere klasse elkaar de bal toespelen en elkaar dekken, hoe bedrog, corruptie en financiele malversaties alom aanvaarde onderdelen zijn van het machtsspel. Het is een ontluisterend beeld van een verziekt systeem, waarin onschuld wordt bestraft en oneerlijkheid beloond. Temidden van al die valsificaties staat David, een man met een getroebleerd verleden, belezen maar onaangepast, slim maar bang voor de buitenwereld en voor de duistere en onbeheersbare krachten in zichzelf.

Met een wonderbaarlijk gevoel voor psychologie beschrijft Brady de diverse stadia van Davids geestelijke ontwikkeling. Alleen een geniale auteur is in staat om de lezer sympathie te laten opvatten voor een man die meerdere moorden heeft gepleegd en die nog steeds in staat is om te moorden. Joan Brady krijgt mij moeiteloos zo ver. Als lezer vat je niet alleen sympathie op voor David, maar raak je ook ontroerd door de manier waarop hij zich ondanks alles staande heeft weten te houden. Een straatkind met een bikkelharde jeugd, al vroeg alleen op de wereld, mishandeld en gemarteld in diverse pleeggezinnen, vrijwel nooit warmte of genegenheid ontvangen, op zijn vijftiende veroordeeld tot levenslange gevangenis. Kind en roofdier tegelijk, nergens thuis. Het taalgebruik van Brady is prachtig verzorgd, vol verrassende en originele beeldspraak.

Haar verhaalopbouw is schitterend, afwisselend, meeslepend. Haar spanningsboog onovertrefbaar. Zij zet de lezer keer op keer op het verkeerde been. Niet alleen door ingenieuze plotwisselingen, maar ook door de constant veranderende en onvoorspelbare bewegingspatronen en gevoelskleuren van David. Met Bloeden toont Joan Brady aan dat een verhaal boven zichzelf kan uitstijgen als plot en karakterontwikkeling evenwaardig zijn. Val McDermid laat op de flaptekst aantekenen: “Een masterclass in suspense”. Daar valt niets aan toe te voegen.

Reacties op: Met Bloeden toont Joan Brady aan dat een verhaal boven zichzelf kan uitstijgen als plot en karakterontwikkeling evenwaardig zijn.