Advertentie

Een kind van de MTV-generatie legt De nachtkamer ongetwijfeld na de eerste pagina al terzijde. Ik ben van een andere generatie, maar na mijn 350 pagina's lange worsteling met de mystieke hocus pocus van Peter Straub, betwijfel ik of dat een voordeel is. Alleen het begin al. Ellenlange zinnen van 8 of 9 regels, ondoordringbaar taalgebruik, onzinnige beeldspraak die meer versluiert dan versterkt en een zeer omslachtige manier van vertellen. En dan heb ik het nog alleen over de vorm. Ook op de inhoud valt het een en ander aan te merken, hoewel het basisgegeven origineel en intrigerend is.


In De nachtkamer volgen we, vanuit wisselend perspectief, de levens van Tim Underhill en Willy Patrick. Hij, schrijver van detectives. Zij, schrijfster van kinderboeken. Tim en Willy hebben veel met elkaar gemeen. Beiden hebben zij dierbaren uit hun naaste omgeving verloren (door moord of ernstig ongeval). Een verlies dat zij niet echt hebben kunnen verwerken. Beiden hebben een zwak zenuwgestel en een enorme verbeeldingskracht. Bij stress worden hun geesten het bovennatuurlijke ingetrokken, waarbij de dode geliefden zich in realistische vorm aandienen. Beiden hebben het gevoel hun greep op de werkelijkheid te verliezen en gek te worden. Beiden zijn verstrikt in een gecompliceerd en angstaanjagend heden. Tim Underhill ontvangt lugubere e-mails van dode klasgenoten en van een geheimzinnige bovenaardse macht. Verder wordt hij achtervolgd door een gestoorde fan en door allerlei zinsbegoochelingen. Al met al genoeg om Tim in een permanente staat van achtervolgingswaanzin te dompelen. Hij ziet geesten, engelen en bovennatuurlijke verschijnselen.


Ook Willy is volledig de weg kwijt. Zij staat op het punt te trouwen met de duistere Mitchell Faber die haar dag en nacht laat bewaken en die de erfenis van haar vermoorde echtgenoot Jim Patrick wil inpikken. Als zij het bedrog ontdekt en vlucht, geeft Peter Straub een ingenieuze draai aan het verhaal. Op dat moment blijkt dat Tim Underhill in zijn nieuwste detective exact de situatie van Willy aan het beschrijven is. Zonder dat zij elkaar overigens kennen.


Via de ruwe opzet van Tim's boek krijgen we dan de verdere belevenissen van Willy te lezen. Na verloop van tijd gaan we weer terug naar de realiteit van Willy zelf. Als Tim haar op een bepaald moment ontmoet, kent hij de gevaren die haar te wachten staan en wil hij haar redden.


Peter Straub (een kloon van Stephen King), heeft hier gebruik gemaakt van de boek-in boek-in boek-constructie waarbij de lezer constant op het verkeerde been staat. Tot zover alles prima. Maar De nachtkamer wordt vergiftigd door de constante paranoia, de lange beschrijvingen van Tim's geest die zwerft tussen waan en werkelijkheid, stemmen uit het hiernamaals, geestverschijningen, bovenaardse entiteiten, openbaring van engelen en gedaantes die zich vormen uit kwikdampen. Het is een aaneenschakeling van hallucinaties, van duivels en demonen. Een zoektocht door het labyrint van de geest, op weg naar de uiteindelijke confrontatie met het kwaad en de verlangde verlossing. Niets is wat het lijkt.


Samenvattend: vorm en inhoud zijn: pompeus, bombastisch, wazig en ondoordringbaar. Je krijgt geen seconde om lekker in het verhaal te komen. Aan mij is het niet besteed. Het eerste deel van De nachtkamer wordt ingeleid met de tekst: "Willy is haar verstand weer aan het verliezen/ en Tim ook." Ik zou daar graag aan toe willen voegen: "en Kees ook".  

Reacties op: Duivels en demonen