Advertentie
    Kim Schreurs Genreclub

De Shannara-trilogie van Terry Brooks is een van de epische fantasyseries met een klassiekerstatus. Het eerste deel, Het zwaard van Shannara, verscheen in 1977 en was meteen ontzettend populair, maar werd ook bekritiseerd omdat het te veel op Tolkiens In de ban van de ring zou lijken. Heeft deze klassieker de tand des tijds doorstaan?

Het is lastig om boeken te beoordelen die tientallen jaren geleden verschenen. Het is immers niet eerlijk om ze met de ogen van nu te bekijken. Aan het eind van de jaren zeventig was (het beeld van) fantasy heel anders dan nu. In de ban van de ring was lang voordat de boeken succesvol verfilmd werden een van dé series voor fans. Het is dus wellicht niet zo verwonderlijk dat Brooks zich sterk door Tolkien heeft laten beïnvloeden. Het zwaard van Shannara was dan wel het eerste, maar zeker niet het laatste en ongetwijfeld nog niet eens het slechtste zwakke aftreksel van deze reeks. Waar er op zich niets mis is met je laten beïnvloeden door anderen – in de Renaissance deden kunstenaars niet anders en werd een kunstwerk dat geen nabootsing was zelfs als minderwaardig beschouwd omdat werken uit de klassieke oudheid als het ideaal gezien werden – is het wel belangrijk dat een werk kwalitatief goed is en tegenwoordig zien we er ook graag iets eigens in terug. Hier schiet Brooks zwaar tekort.

Zelfs – of wellicht: juist – in 1977 zagen lezers al dat Brooks weinig moeite gedaan heeft om origineel te zijn. Hij lijkt sommige dingen een op een overgenomen te hebben van het verhaal van Tolkien en enkel de namen en wat kleine details aangepast te hebben. Ook voor iemand die enkel de hoofdlijnen kent, zijn de overeenkomsten opvallend.
Het kwaad dreigt terug te keren en enkel een magisch zwaard kan de wereld redden. Alleen de halfelf Shea is in staat dit Zwaard van Shannara te hanteren. Achtervolgd door de volgelingen van de Tovervorst gaat Shea met een divers gezelschap op zoek naar dit machtige wapen. De groep wordt bijgestaan door de mysterieuze Allanon, een man met veel kennis en macht.
Erg spannend is het verhaal niet. Allanon verschijnt met de waarschuwing dat Shea moet vluchten omdat kwaadaardige wezens achter hem aan zitten, Shea en zijn ‘broer’ Trick vertrekken van huis, het reisgezelschap wordt gevormd en wat volgt is een ellenlange beschrijving van hun tocht naar Paranor, waar het zwaard bewaard wordt. De verwachte clichés worden netjes afgevinkt: de groep komt onverwacht vijanden tegen, de ‘helden’ weten steeds heel toevallig het gevaar nét te ontlopen, mensen raken gewond, iemand offert zich op, enkele personen verdwijnen en er wordt een voorspelling gedaan. Nergens wordt het boek echt spannend of komt Brooks origineel uit de hoek. Zelfs een iconisch moment uit In de ban van de ring wordt gekopieerd en je hoeft niet geniaal te zijn om te weten dat de afloop gelijk zal zijn. Tot zover het je druk maken om het lot van de personages.

Dat is echter nog niet eens het ergste. Voor iemand die Engelse taal en letterkunde gestudeerd heef, heeft Brooks weinig verstand van hoe een verhaal verteld moet worden. Hij lijkt elke denkbare schrijfregel te willen breken: show don’t tell, actief schrijven, dialooglabels niet overdrijven… Hoewel het boek 550 pagina’s telt en erg langdradig en saai is, doet het bij vlagen aan als een samenvatting. In plaats van dat interessante gebeurtenissen en discussies worden getoond, wordt in één zin op een droge manier medegedeeld wat er aan de hand is. De infodumps zijn ook niet van de lucht. Het boek is prima scannend te lezen, want zelden helpt een alinea het verhaal daadwerkelijk vooruit.
De actiescènes zijn lachwekkend omdat voordat een situatie echt spannend kan worden door de opbouw van de zin al verklapt wordt hoe iets zal aflopen. Tot slot zijn er nog de vele adjectieven die de helft van de tijd ook nog eens verkeerd gekozen zijn (iedereen is regelmatig ‘beteuterd’ of ‘ongerust’) en de onnodig ‘creatieve’ verwijzingen naar personages: ‘de rijzige zwerver’, ‘de reusachtige Druïde’, ‘de bejaarde mysticus’. En dat zijn dan alleen nog de omschrijvingen die gebruikt worden voor Allanon (en niet eens alle).
Het zwabberende perspectief maakt het af. Brooks hanteert een vreemd soort afstandelijk meervoudig perspectief waarbij hij regelmatig binnen één alinea van personage naar personage springt zonder duidelijke reden, behalve dat hij zo kan laten zien dat sommige leden van de groep dingen achterhouden zonder dat hij deze geheimen hoeft te onthullen en dat hij hierdoor kan voorkomen dat hij diep in de huid van een personage moet kruipen om diens gevoelens te beschrijven.

Op de personages is ook veel aan te merken. Omdat hun gevoelens nauwelijks beschreven worden, op de incidentele mededeling dat iemand ‘beteuterd’ is na, blijven ze van bordkarton. Bovendien zijn ze niet van elkaar te onderscheiden. Ze zijn allemaal zo impulsief en opvliegend dat ze zelfs irritant zijn. Je gaat niet met ze meeleven en bekommert je dus ook niet om hun lot. Shea is aan het begin geen sympathieke underdog en is aan het eind ook geen sympathieke held.
De personages zijn verder allemaal onvoorstelbaar dom. Zelfs de zogenaamd briljante Allanon lijkt zelden na te denken. Er zijn conflicten enkel omdat er conflicten moeten zijn, waarbij de personages gewoon maar wat roepen wat nergens op slaat. Ze staan niet eens stil bij dingen die voor de lezer wel pijnlijk duidelijk zijn – zo duidelijk zelfs dat elke poging tot foreshadowing bijna een spoiler is, met als dieptepunt de voorspelling. Zowel de dialogen als de handelingen van de personages zijn volstrekt ongeloofwaardig. Beide worden ook nog eens regelmatig opgeleukt met woorden die totaal misplaatst zijn.
Over het gebrek aan vrouwelijke personages kan beter niets gezegd worden. Verwacht in dit boek geen sterke vrouwelijke personages, zoals die wel te vinden zijn in de televisieserie die gebaseerd is op de Shannara-trilogie – een van de weinige goede dingen aan deze productie. Het enige vrouwelijke personage in het hele boek mag enkel de rol van dame in nood en potentiële geliefde vervullen (waarbij Brooks erin slaagt aan te tonen dat ‘instalove’ niet iets van de laatste tien jaar is). Met de blik van nu is er veel te weinig diversiteit (zelfs voor een verhaal dat wemelt van de gnomen, dwergen en trollen) en dit is het meest in het oog springende pijnpunt, maar het boek is gemodelleerd naar In de ban van de ring waar er ook geen vrouwen tot het reisgenootschap behoren en tja, het is nu eenmaal een boek uit 1977 waarbij het ontbreken van vrouwen helaas niet eens zo gek was. Dit is Brooks dus nog wel te vergeven.

Is dan werkelijk alles slecht? Nou nee. De post-apocalyptische setting is aardig, maar helaas zien we veel te weinig restanten van onze beschaving en is de wereld nauwelijks uitgewerkt. De rol die het zwaard speelt is ook nog wel interessant, al kan de onthulling (handig bewaard voor de laatste dertig pagina’s, voor de lezer die dan nog niet afgehaakt is) over hoe het wapen gebruikt moet worden het boek bij lange na niet redden.

Hoewel het wellicht niet reëel is om alle eisen die we tegenwoordig aan fantasy stellen op dit boek te betrekken, zouden een goede schrijfstijl en een meeslepende manier van vertellen toch niet te veel gevraagd moeten zijn. Er zijn genoeg klassiekers die beter gerijpt zijn.
Achteraf gezien schijnt de auteur dit ook niet zijn beste boek te vinden. Het tweede deel (gelukkig met andere personages, onder wie zelfs een vrouwelijke hoofdpersoon) zou beter zijn, al zullen enkel de meest volhardende fans zich daar na deze epische mislukking aan wagen. Leuk voor tieners die nog weinig fantasy gelezen hebben en die op zoek zijn naar meer van hetzelfde, maar niet voor de veeleisende lezer met wat meer literaire bagage.

Reacties op: Epische mislukking

64
Shannara 1 - Het zwaard van Shannara - Terry Brooks
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker