Advertentie

Ari woont met man Paul en zoontje Walker van één jaar in een slaperig voorstadje van New York. De keizersnee was een drama waar ze maar niet overheen komt, lichamelijk en geestelijk zit ze in een diepe put en als het verhaal begint heeft ze moeite haar leven op te pakken. Ze ontvangt een beurs van de universiteit om te promoveren, maar komt tot niets. Ze klampt zich vast aan andere vrouwen, tot blijkt dat ze niet de gedroomde boezemvriendinnen zijn. Haar redding, het homostel in de straat dat haar van joints voorziet, gaat een jaar op reis en steeds dieper zakt Ari weg in haar ellende. Haar man lijkt er niet te zijn, houdt niet van feestjes, gaat op oudjaar om negen uur al naar bed en heeft haar weinig te bieden in de vorm van steun. En dan komt Mina Morris in de straat wonen, ex-zangeres van een cult-vrouwenband. Na een leven vol drank, drugs en poëzie trekt Mina, negen maanden zwanger, het leven van Ari in. Het begin van de emotionele monoloog vol hoogte- en dieptepunten die Tropenjaar is.

Elisa Albert (1978) woonde zelf een half jaar met man en kind in Wassenaar en volgens de achterflap van het boek leerde ze zo uit eerste hand het begrip ‘tropenjaar’ kennen. Als het boek maar enigszins op haar eigen ervaringen gebaseerd is, was dat niet de beste tijd van haar leven.

Ari is een vervelende, zeurende vrouw. Onaardig, zich wentelend in haar depressie. Het krijgen van een kind is een lichamelijke ramp en als lezer wil je haar al snel een schop onder de kont geven. En toch…iets in de zwartgallige humor en de eerlijkheid van Ari over zichzelf maakt dat ze niet alleen onsympathiek is, ze raakt je in haar eenzaamheid en langzaam ga je met haar mee in haar tocht door haar depressie.

Albert heeft een vlijmscherpe pen en haar observaties zijn vaak prachtig. Parels van zinnen waar met een paar woorden een karakter wordt geschetst. Zo hoort Ari regelmatig de stem van haar moeder in haar hoofd, die jong gestorven is. "Ik wist al op jonge leeftijd dat alles wat zij me niet kon bieden in boeken te vinden was. Dat heeft ze me in elk geval meegegeven." Alleen jammer dat aan deze twee zinnen anderhalve pagina vooraf gaan met een uitgebreide omschrijving van deze zelfde moeder. "Als ze in een goede bui was, nam ze me mee uit winkelen, of gingen we ergens een ijsje halen, gaf ze etentjes met een opgetogen, enigszins opgefokte blik in haar ogen. Als ze in een rothumeur was, dreigde ze alles kort en klein te slaan, ging tekeer, lag dagenlang in bed, zei vreselijke dingen tegen mijn vader en mij." Dit voegt weinig toe.

Het hele boek is een lange tirade van Ari. Dat maakt het vlot, maar ook wat eentonig en schreeuwerig. Het mist een rustpunt, een moment om adem te halen. Dat is tegelijk de tragiek van Ari, die zonder adem te halen doorgaat, en niet lijkt te kunnen genieten van wat ze heeft.

Reacties op: Vlijmscherpe observaties in emotionele tirade jonge moeder