Advertentie

Zegt iemand “Quasimodo”, dan heb jij al een levendig beeld van het uiterlijk van dit personage. Ook bij Esmeralda zul jij je direct iets kunnen voorstellen. Iedereen weet de Notre-Dame te vinden op de wereldkaart, en wanneer de kathedraal zo akelig in brand staat, dan staat internet vol met afbeeldingen van de treurende gebochelde. De klokkenluider van de Notre-Dame is een klassieker, bekend van tientallen adaptaties. Wanneer je met die kennis aan de oorspronkelijke roman begint, dan komen daar dus wel wat verwachtingen om de hoek kijken. In hoeverre kan Victor Hugo’s boek uit 1831 deze verwachtingen nog waarmaken?

De klokkenluider van de Notre-Dame was niet de titel die Victor Hugo zelf aan zijn roman gaf. Hij schijnt niet blij geweest te zijn met de verandering van zijn Notre-Dame de Paris naar een alternatief dat de focus zo op een van de menselijke personages legde. Als je graag een boek wil lezen waarin de mismaakte klokkenluider van begin tot einde een heldenrol speelt, dan zul je er van opkijken dat Quasimodo eigenlijk niet eens zoveel voorkomt op de pagina’s. Er gaan hoofdstukken voorbij die totaal niet om hem draaien. Hij heeft ook amper dialogen met andere personages: de arme Quasimodo is namelijk niet alleen misvormd, maar ook doof. Toch is hij het iconische gezicht van dit verhaal en de ster van de meest indrukwekkende passages. Ondanks zijn isolatie van de rest van de wereld is hij degene die Esmeralda eigenhandig bij de galg vandaan plukt en die geheel eigenhandig de Notre-Dame verdedigt tegen de immense boevenbende die haar uit haar kerkelijke asiel weg wil sleuren.

Toch is Quasimodo niet de spil om wie het verhaal draait. Je zou die rol eerder toekennen aan Esmeralda – niet door de acties die ze doet of de beslissingen die ze neemt, maar om wie ze is. Enerzijds is ze de exotische verleidster die met blote voeten en schouders op het plein danst. Anderzijds is ze het onschuldige kindmeisje dat met blote voeten en schouders op het plein danst. Beide kanten van deze representatie zijn natuurlijk problematisch, maar daar gaat het verhaal niet om. De gebeurtenissen komen tot stand door de manier waarop de verschillende mannen om haar heen op haar reageren. Dit maakt Esmeralda haast eerder tot symbolisch thema van het verhaal dan tot handelend personage.

De mannen met wie Esmeralda in aanraking komt, reageren allemaal vanuit hun eigen standpunt. In tegenstelling tot de adaptaties laat Hugo’s roman maar mondjesmaat strijd zien tussen verschillende sociale groepen: geen clash tussen ordeminnende Parijzenaren versus de onderdrukte zigeuners. In tegenstelling tot zijn andere grote roman Les Miserables vormen klasse en omstandigheden amper drijfveren. In plaats daarvan hebben we een bonte verzameling personages die allemaal handelen op basis van hun karakters en de zwaktes daarin.

Geen enkel personage is volledig goed of volledig slecht. Quasimodo gedraagt zich heldhaftig wanneer hij Esmeralda beschermt, maar hij is ook blind onderdanig naar degenen die zich ondanks zijn uiterlijk om hem bekommeren. Aartsdiaken Frollo is obsessief, bezitterig en gaat tot het uiterste om te voorkomen dat andere mannen er met Esmeralda vandoor gaan, maar hij heeft zich ook over Quasimodo en over zijn verweesde broertje ontfermd en ervoor gezorgd dat zij hun plaats in de wereld kregen. Legerkapitein Phoebus is de knappe held die weerloze dames van ontvoering redt, maar hij ruilt het ene meisje net zo gemakkelijk in voor een ander meisje dat hem op dat moment beter uitkomt. Dichter-filosoof Gringoire is nadenkend en gevoelig, maar het ontbreekt hem aan daadkracht om de vreselijke verwikkelingen te stoppen. Zelfs Esmeralda zelf, die toch niets anders doet dan dansen op het plein en trucjes leren aan haar schattige geitje, is niet helemaal vrij van karakterfouten: als zij meer inzicht had in welke gevoelens zij wel of niet in anderen losmaakte, dan had ze de rampen in haar verhaal kunnen vermijden.

De combinatie van karakterfouten en de ongezonde obsessie door Esmeralda stuurt aan op de dramatische verwikkelingen waar je als lezer alleen maar om kunt vrezen. Verwacht geen Disney-einde waarin iedereen nog lang en gelukkig leeft; Victor Hugo’s verhaal is geschikter als je niet van zoetsappigheid houdt en niet bang bent voor sterfgevallen onder de personages. Dat betekent niet dat De klokkenluider van de Notre-Dame alleen maar een deprimerende tranentrekker is. Juist voor de meest dramatische momenten brengt Hugo opvallend wat humor op de pagina’s, van de dove rechter die de dove verdachte verhoort tot de koning die zich drukker maakt om de kosten van een technisch hoogstaande kooi dan om zijn bewoner tot het treurige lot van Phoebus in het voorlaatste hoofdstuk.

Optimistischer is het feit dat de kathedraal alle misstappen van de mensen overleeft. Mensen maken elkaar het leven onmogelijk, maar wat er ook gebeurt, de Notre-Dame blijft. Hugo’s titel Notre-Dame de Paris verraadt daarmee precies waar het in het boek om draait. Met dit in gedachten is het minder vreemd dat Hugo ons trakteert op hele hoofdstukken over het belang van architectuur en de plaats van het gebouw in de Parijse samenleving. Hij laat Frollo ook een heel betoog houden over de relatie tussen boek en kerkgebouw: “dit [het boek] zal dat [het kerkgebouw] doden”. Waar het steen van de kerk plaatsgebonden is, heeft het boek als sterk punt dat het gedachtegoed zich over verschillende mensen, groepen en plaatsen kan verspreiden en daardoor minder kwetsbaar is voor vernietiging. Interessante gedachte, maar wel taai – een heldhaftige klokkenluider doet het beter in de marketing en in de adaptaties.

En ja, bij zo’n boek over zo’n monumentaal gebouw horen ellenlange beschrijvingen. Misschien helpt het om te bedenken dat de Fransen anno 1831 nog niet zo’n waarde hechtten aan het behoud van monumenten. De Franse Revolutie was nog niet uit het geheugen van de Parijzenaren verdwenen, en in die tijd waren ze niet zo gevoelig als het om de afbraak van eigen erfgoed ging – te beginnen met de Bastille. Gotische architectuur was niets om trots op te zijn, maar oude zooi die veel te veel deed denken aan het oude gezag, en maar beter plaats kon maken voor een nieuw Parijs van het volk. Hugo’s pleidooi voor de Notre-Dame is een breuk in die destructieve manier van omgaan met cultuur. Toch hebben we als eenentwintigste-eeuws lezerspubliek misschien niet allemaal meer het geduld voor uitvoerige beschrijvingen. We hebben nota bene net gelezen hoe Gringoire aan een wisse dood ontkomt door in de boevenbende te trouwen; wat kan het ons dan schelen hoe iedere galerij, zuil en steen van de kathedraal eruitziet en op welke daken van welke delen van de stad de klokkentorens uitzicht bieden?

En toch: nu die prachtige Notre-Dame in 2019 zo treurig deels in vlammen ten onder ging, is het vooral fijn om haar pracht nog in volle glorie op de bladzijdes terug te kunnen zien. Hopelijk houden ze De klokkenluider van de Notre-Dame daar in Parijs bij de hand bij de renovatie.

Reacties op: Dit zal dat doden of laten herrijzen

49
De klokkenluider van de Notre-Dame - Victor Hugo
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker