Advertentie

Het verhaal begint in 1938. Fing Boon is een jong meisje, woonachtig in Zuid-Limburg. Ze woont samen met haar strenge oma Mei, haar vriendelijke vader die 'de Paps' wordt genoemd en haar 3 zussen en broers. Haar moeder is overleden. Ze is slim en wordt door de directrice van haar school voorgedragen om elders te gaan leren voor lerares. Een uitzonderlijke kans en Fing noemt het dan ook haar Gouden Toekomst. Echter steekt haar oma een stokje voor deze droom en in plaats daarvan moet Fing gaan werken bij de rijke Sigarenkeizer en zijn Duitse vrouw. Fing krijgt de taak Liesl onder haar hoede te nemen, het contactschuwe nichtje van de vrouw van de Sigarenkeizer. Een opgedrongen, betaalde vriendschap, zo blijkt later, want in eerste instantie is niet helemaal duidelijk wat Fing daar dan moet gaan doen. Met tegenzin gaat ze aan de slag. Dit alles gebeurt tegen de achtergrond van de dreigende oorlog. Het leven wordt steeds verder bemoeilijkt en uiteindelijk slaat het noodlot toe. Niet alleen voor Fing en haar familie, maar ook zeker voor Liesl ...

Lindelauf schetst het verhaal tegen een prachtige achtergrond. Een klein dorpje in Zuid-Limburg, uiterst gedetailleerd beschreven. Lindelauf zegt geïnspireerd te zijn door de omgeving van Sittard, hoewel de beschreven omgeving niet geheel overeenkomt met de werkelijkheid. Het is een veilige, maar arme omgeving. Het leven valt mensen zwaar, hoewel het maagdelijke geluk van kinderen toch ook duidelijk naar voren komt. Het is een beproeving om rond te komen en om alle mondjes te kunnen voeden. Mede daardoor gaat de droom van Fing in rook op. Betaald werk is beter dan school. Oma bepaalt; zij is duidelijk degene die het voor het zeggen heeft in huis. Hoewel zij streng en soms onsympathiek overkomt, is zij wel de steunpilaar van het gezin. Het verdriet en het onbegrip over die keuze van oma is voelbaar bij Fing. Hoe een talent onbenut wordt gelaten en wordt ingeruild voor een op het oog nutteloos baantje waarvan de werkelijke inhoud in eerste instantie niet eens duidelijk is.

'Nog geen halfuur later stonden we buiten. Twee maanden voordat ik van school zou gaan had ik de eerste betrekking van mijn leven, terwijl oma Mei noch ikzelf ook maar het flauwste benul had waarvoor ik aangenomen was.' (Pagina 81).

'Zo begon mijn toekomst. Geen gouden, zoals de Dreuvige (directrice) beloofd had, maar een oude'. (Pagina 90).

Het verhaal is in de ik-vorm geschreven vanuit het perspectief van Fing. Gedurende het verhaal volg je de ontwikkeling van Fing als adolescent. Ze wordt voor het eerst ongesteld, ze wordt verliefd en ook binnen het verhaal merk je dat de verhoudingen verschuiven; Fing krijgt steeds meer verantwoordelijkheid en wordt steeds meer geacht zelf belangrijke keuzes te maken.

'Mijn vader had zijn hele leven lang rampen veroorzaakt, die oma Mei weer moest rechtbreien. Het was nooit anders geweest en het zou ook nooit veranderen. Wat had ik eraan dat hij vond dat het allemaal zijn schuld was ? En waarom viel hij me daar uitgerekend nu mee lastig ? Ik vouwde een arm om mijn hoofd heen. Ik drukte zo hard tot ik alleen nog maar het ruisen van mijn bloed hoorde. (Pagina 101).

Regelmatig overdenkt Fing haar leven in gedachten. Zoals hierboven, maar ook nadat het Fing duidelijk is geworden dat ze niet voor de huishouding is aangenomen maar om Liesl onder haar hoede te nemen. Ze voelt zich duidelijk ongelukkig. Ze mijmert nog vaak over haar droom als lerares. De jonge lezer kan zich identificeren met Fing. Wat als mij zoiets overkomt ? Ze maakt dezelfde ontwikkelingen door als alle andere leeftijdsgenootjes, alleen in een andere tijd en context.

De historische context binnen het verhaal is treffend. Het eerste deel van het verhaal is bijna sprookjesachtig; de romantische omschrijving van de geborgenheid van het dorp, het arme meisje dat bij het rijke gezin mag gaan werken. Lindelauf doet het met gevoel. Je ziet de omgeving voor je door zijn fijne, gedetailleerde beschrijvingen. Dit maakt de historie tastbaar voor (jonge) lezers. Voor de doelgroep 12-15 jaar biedt dit de kans kennis te maken met het verleden. Tussen de regels door voel je langzaam het naderende onheil van de opkomende oorlog doorsijpelen, maar ook de fundering van het gezin begint steeds meer te kraken.

In het tweede gedeelte van het boek is het gevoel van een sprookje duidelijk verdwenen en wordt het een stuk spannender dan in het eerste deel. Doordat Liesl een diefstal heeft gefingeerd, is Fing haar baantje bij het gezin van de Sigarenkeizer kwijtgeraakt. Intussen heeft de oorlog Nederland bereikt, de NSB rukt op, ook binnen de vriendengroep van Fing. Binnen het gezin van Fing slaat tevens het noodlot toe. Haar vader en broers worden afgevoerd naar werkkampen en de vrouw van het gezin waar Fing werkte wordt op transport gezet. Fing komt voor steeds meer keuzes te staan. Want hoe gaat ze om met het vriendje dat zich aangesloten heeft bij de NSB terwijl het lot van haar vader en broers onduidelijk is ? En wat is er gebeurd met Liesl nadat duidelijk is geworden dat de Sigarenkeizer zijn gedeporteerde vrouw achterna is gereisd ? De geborgenheid van het gezin en het dorp zijn duidelijk verdwenen. Fing moet als jongvolwassene het nodige verdriet ondergaan. Het gemis van een deel van het gezin en de onzekerheid die de oorlog met zich meebrengt vergt het nodige van haar. Zeker als haar jongste zusje Jes onterecht op transport gezet gaat worden.

'De heren soldaten zien toch wel dat Jes geen ster draagt ? Kijk dan, heren. Heren ? Maar de mannen staan met opeengeklemde kaken en wijken niet'.

Naarmate de oorlog vordert, merkt Fing dat haar rol in de gemeenschap steeds groter en belangrijker wordt. Het bereikt een hoogtepunt wanneer Fing het verdwenen meisje Liesl kan helpen in een situatie van leven of dood. Tegen een grimmige achtergrond werkt het verhaal naar een climax toe. In het laatste hoofdstuk vindt een flashback plaats. Essentieel om het verhaal 'rond' te krijgen.

Mooi is de symboliek in het verhaal tussen het mijnenpaard uit het dorp 'Heivisj' en Fing. Het paard kan als gevolg van een traumatische ervaring in de mijnen daar niet meer werken; het heeft angst voor de duisternis. En de duisternis in het leven van Fing neemt naarmate het boek vordert steeds hevigere vormen aan. Is er licht aan het einde van de tunnel ? Heivisj betekent 'thuiskomen' in het Limburgs.

Ik raad dit boek aan. Het is uitermate geschikt voor de doelgroep 12 tot 15 jaar. Niet alleen vanwege het historische element, maar ook vanwege de identificatie met een leeftijdsgenoot. Thema's als oorlog en vriendschap spreken tot de verbeelding. Het verhaal van Fing is aangrijpend. De hevige gebeurtenissen in haar leven zijn herkenbaar uitgewerkt in het verhaal. Je kunt je moeiteloos inleven, omdat het verdriet en de ellende voelbaar zijn. De opbouw van het verhaal is duidelijk doordat het chronologisch verteld is. De hoofdstukken zijn kort en feiten volgen elkaar snel op. Alleen het laatste hoofdstuk gaat even terug in de tijd. Maar dit hoofdstuk geeft wel een antwoord op een belangrijke vraag die op dat moment nog onbeantwoord is. Hoewel 'oorlog' een zwaar thema is, houdt Lindelauf het verhaal tot op zekere hoogte luchtig zonder ongeloofwaardig te zijn. Het maakt het boek makkelijk en prettig leesbaar.

Het boek won diverse prijzen :
Woutertje Pieterse Prijs (2011)
Dioraphte Jongerenliteratuurprijs (2011)
Nienke van Hichtumprijs (2011)

Reacties op: Meeslepende jeugdroman

39
De hemel van Heivisj - Benny Lindelauf
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 16,50
E-book prijsvergelijker