Advertentie

Het is voor velen vanzelfsprekend om een hyperlink in een tekst aan te klikken. Je komt zo op een andere pagina terecht. Er is, geloof ik, weleens onderzoek gedaan onder jongeren met als onderzoeksvraag of al die hyperlinks in teksten gevolgen hebben voor het leesbegrip. Ik meen dat het wel meeviel.

In boeken kun je ook fijn doorklikken. Schrijvers gebruiken daar noten of andere verwijzingen voor. Ik moest tijdens mijn studie eens enkele delen uit de Wereldtheorie-cyclus van Immanuel Wallerstein lezen. Ik verbaasde me tijdens het lezen over het enorme aantal noten dat onderaan de pagina’s stond. Sommige noten namen meer dan de halve pagina in beslag. Zo uitgebreid had ik het nog nooit gezien. Ik besloot de noten tijdens eerste lezing te laten voor wat het was, anders kreeg ik geen grip op de tekst. Bij tweede lezing bekeek ik ook de noten.

[Heterdaad van Johan Harstad is een literair werk dat je alle kanten opstuurt. De uitgever noemt het een pastiche, maar ik vind het een boek van niets. Maar als je je wilt laven aan notenspelerij dan ben je bij Harstad aan het goede adres. Verhalen in verhalen, noten binnen noten. Harstad biedt het allemaal.]

Ik had eens een therapeut die me probeerde te verbieden boeken te lezen waarnaar in boeken die ik las verwezen werd. Ik marcheerde volgens hem zo in ras tempo naar de uitputting. Het was een van de redenen waarom ik tegenover hem zat. Ik fiets nog steeds regelmatig naar de bibliotheek om een boek na te slaan dat door een auteur aangehaald dan wel geciteerd wordt. Ik kan het gewoon niet laten. Zo zocht ik na lezing van Mensen op Mars van Joris van Casteren een boek van Arthur Koestler (The Sleepwalkers) in de onlinecatalogus van de bibliotheek. Omdat ze het niet hadden, klikte ik automatisch door naar bol.com, alwaar ik het bestelde.

Het boek van Van Casteren is een heerlijk werk over het idee dat de mens de aarde moet verlaten om de soort in stand te houden. Een inslag van een meteoriet zou zomaar het einde van mens kunnen betekenen. Daarenboven wonen wij de planeet uit. De sprong vanaf aarde de ruimte in is onvermijdelijk. Van Casteren volgt mensen die zich aangemeld hebben om als marstronaut de ruimte in geschoten te worden. Al deze deelnemers zien zichzelf als geschikte kandidaat om marskolonist te worden. Ze weten dat er alleen een heenweg is. Ze zullen nooit meer terugkeren naar aarde. Door de keuze om mee te doen aan de selectiewedstrijd vallen huwelijken en families uiteen. Mensen worden lokale beroemdheden, maar krijgen ook te maken met de keerzijde van een selectiesysteem. Enkele afvallers kunnen maar moeilijk verkroppen dat ze in de ogen van de organisatie ongeschikt zijn om naar Mars te gaan. Zo denkt een croupier toch echt dat de vaardigheden die hij nodig heeft om zijn beroep uit te oefenen op Mars van pas komen.

En met de organisatie zelf is ook het nodige aan de hand, zo blijkt uit het boek. Er wordt getwijfeld aan de haalbaarheid van de plannen en intern is er het nodige gerommel gaande. Uit dit alles krijg je het beeld dat een groep vreemde mensen een plan heeft dat verder niemand in de wereld interesseert. Ik zal heel eerlijk zijn, voordat Van Casteren met dit boek media-aandacht kreeg had ik nooit van het initiatief gehoord.

Verhalen over ‘vreemde’ mensen interesseren mij overigens enorm. Of het nu literatuur of non-fictie is, ik ben dol op (parallelle) werelden die door schrijvers worden beschreven. Het zijn werelden die me totaal ontgaan en die door de letteren dichtbij komen. Ik ben dol op het werk van David Vann, ben blij als er een nieuw boek van Willy Vlautin verschijnt, heb Our Kids in een ruk uitgelezen en zat aan mijn stoel genageld toen ik naar het toneelstuk keek dat gebaseerd is op het boek Een klein leven van Hanya Yanagihara.

Maar goed, dit terzijde.

Kent u die mop van die mensen die naar Mars wilden? Precies. De club is failliet en de zekerheid (‘We gaan in 2029!’) is daarmee teruggebracht tot een droom. De rode planeet blijft nog even het terrein van robots.

Mensen op Mars is een veelomvattend boek. Van Casteren beschrijft namelijk ook de levens van onderzoekers als Brahe, Kepler en Christian Huygens. Die laatste is wat mij betreft de meest aansprekende persoon uit de vaderlandse geschiedenis, maar voor een 17e eeuwse wetenschapper krijg je de handen in Nederland niet op elkander. En dat is jammer, want Huygens was een fascinerende en veelzijdige man. Hij rekende aan de kwadratuur van de cirkel, ontwikkelde het slingeruurwerk, ontdekte de ringen rond Saturnus en zag als eerste de maan Titan. Hij keek naar en rekende aan ons zonnestelsel en publiceerde een boek waarin hij speculeerde over buitenaards leven en nadacht over het koloniseren van de planeten in ons zonnestelsel.

Zowel Van Casteren als Vincent Icke beschrijven hoe respectloos met het landgoed alwaar Huygens woonde en werkte is omgegaan. Er staat een treinstation waar eens de tuin was en een van de A-wegen loopt langs het huis. Het boek van Icke is een meesterlijk werkje. Hij legt uit wat het belang van Huygens voor de wetenschap is en welke bijdrage hij heeft geleverd aan natuurkunde en wiskunde. Icke bespreekt ook Huygens’ boek Cosmotheoros, waarnaar ik hierboven al verwees. Icke beklaagt zich in zijn boek terecht over het feit dat er over Huygens zo weinig waardering is en dat er zo weinig over hem geschreven is.

De ruimte van Constantijn Huygens van Icke is een prima doorklikboek. Op basis van Mensen op Mars klikte ik evenwel ook terug. Ik moest tijdens het lezen over Brahe en Kepler denken aan de prachtige roman Kepler van John Banville. Banville beschrijft hoe Brahe als een moederkloek op de data van zijn berekeningen over de baan van Mars zit en eigenlijk niet wil dat Kepler, die bij hem komt werken, er met uitkomsten vandoor gaat. Het is evenwel Kepler die tot de ontdekking komt dat Mars niet in een cirkel rond de zon draait, maar in een elliptische baan. Een kwestie van rekenen.

Laat ik nog even terugkeren naar het boek van Icke. Het eerste hoofdstuk zou gelezen kunnen worden als een zeer korte introductie in de wetenschapsfilosofie. In de tijd van Huygens werd gebroken met het postulaat. De ontwikkeling in de wetenschap verschoof ‘van stelling naar veronderstelling’. Icke laat zien dat vaste waarheden onderuit werden gehaald en dat wetenschappelijke kennis geen absolute zekerheid garandeert. Icke beschrijft de kritische spiraal ‘waarmee de blinde natuurkundige mol zich door de duistere grond van terra incognita wroet.’ Een mooie reden om hem wat langer aan het woord te laten over die spiraal:

Stap 1: een waarneming, gedaan met de zintuigen of met een instrument of beide. Stap 2: een opmerking over die waarneming, meestal in verband met andere, eerdere waarnemingen en theorieën. Stap 3: een veronderstelling over het mechanisme dat die waarnemingen verklaart. Stap 4: een voorspelling over nieuw te verrichten waarnemingen of proeven op grond van die veronderstelling. Stap 5: is weer een waarneming, dus een Stap 1 van de volgende omwenteling van de schroef.

Volgens Icke zijn voor het werk van een onderzoeker twee eigenschappen belangrijk, namelijk opmerkzaamheid (bij Stap 2) en vindingrijkheid (bij Stap 3). Nieuwsgierigheid is niet zo belangrijk, maar opmerkzaamheid en vindingrijkheid zouden onderwezen moeten worden op school, aldus de natuurkundige.

Daar ga ik de komende dagen eens over nadenken. Naar Mars gaan vind ik toch geen optie. En als u wilt lezen waarom u beter thuis kunt blijven, dan raad ik u aan om Darlah van Johan Harstad te lezen. Huiveringwekkend. En zonder noten.

Reacties op: Literair doorklikken

18
Mensen op Mars - Joris van Casteren
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het e-book € 11,99
E-book prijsvergelijker