Advertentie

De schoonheidslijn, de roman waarmee Alan Hollinghurst de Man Booker Prize 2004 won, is een prachtige roman over een door schoonheid geobsedeerde twintiger.
Aan het begin van de jaren tachtig neemt Nick Guest, een letterenstudent die zijn proefschrift schrijft over het werk van de Amerikaanse schrijver Henry James, zijn intrek in het ouderlijk huis van zijn beste vriend Toby Felden. Toby's vader is een vooraanstaand politicus en een rijzende ster in de partij van premier Thatcher. Nick komt daardoor in aanraking met de weelde van de Feddens en met macht en roem. Op een feest danst hij, onder invloed van drank en cocaïne, zelfs met de premier. Intussen leert Nick ook de liefde kennen, en juist daardoor komt zijn verblijf bij de Feddens onder druk te staan.

Het boek schetst op fijnzinnige wijze de ontnuchterende ontwikkeling van de jonge homoseksueel Nick Guest en portretteert de Britse upper class tijdens de Thatcheriaanse jaren tachtig. Hollinghurst beschouwt zichzelf dan ook niet als een moralist. Hoewel de idylle van de net aan Oxford afgestudeerde en bij de rijke familie Fedden inwonende Nick uiteindelijk uitmondt in een heuse deconfiture, waarbij overspel, fraude, ziekte en recessie hoogtij vieren, leidt dit niet tot ondubbelzinnige conclusies omtrent de schuldvraag. In de schijnwereld van dineetjes, soireetjes, liefdeloze seks en ongebreidelde cokeconsumptie van De Schoonheidslijn triomfeert de dubbelzinnigheid. De conversatie is van ironie doordrenkt; elke uitspraak, elke blik heeft een dubbele bodem De dubbelhartigheid die de communicatie tussen de personages kenmerkt uit zich ook in het veelvuldige gegrijns en gefrons dat ten beste wordt gegeven.

De sfeer- en karaktertekening in De schoonheidslijn getuigt van verbluffende overtuigingskracht. Van de zelfingenomen, eerzuchtige nouveau riche Gerald Fedden en zijn manische en verveelde dochter Catherine tot en met de ijzige, aan coke en porno verslaafde miljonairszoon Wani Ouradi en de IJzeren Dame herself ('onhandigheid omgezet in macht'): het zijn stuk voor stuk levensechte en tegelijk tot de verbeelding sprekende personages, ieder met zijn eigen idioom en handelingspatroon.

De beschrijvingen waaieren alinea’s lang uit, zodat de vergelijking met Henry James (bekend van Portrait of a lady, 1881), of zelfs Louis Couperus (bijvoorbeeld de standsbewuste zedenroman Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan) goed te maken zijn. De schoonheidslijn kan met recht een moderne zedenroman genoemd worden, zeker als de barsten zich beginnen af te tekenen in de relatie tussen Nick en zijn geadopteerde familie.

Reacties op: Schone schijn