In Rusland heeft Vladimir Makanin met de roman Asan behoorlijk wat stof doen opwaaien. Het boek behandelt de achillespees van van alles wat pro-russisch is: de oorlogen in Tsjetsjenië ( 1995 en 1998-2002).

De roman gaat niet over de veldslagen, maar over de mens in de oorlog. Asan is het verhaal van de corrupte en egoïstische, maar niet antipathieke majoor Alexander Zjilin Hij verrijkt zich door brandstof te transporteren en te verkopen aan wie het kan betalen – of het nu federale troepen zijn of Tsjetsjenen. Hij begrijpt dat het in oorlog om niets draait, behalve om geld. Zonder gevaar is dit alles niet. Het leven van de majoor kan erbij in schieten als een deal mislukt, als een ontmoeting met een contactpersoon uit de hand loopt.

Op een onderkoelde manier beschrijft Makanin de dunne grenslijn tussen leven en dood in deze rauwe oorlog.  Majoor Zjilin speelt een riskant pokerspel. Hij heeft machtige beschermers en velen zijn van hem afhankelijk. Totdat ook hij zijn hand overspeelt. De lezer voelt de ontknoping aankomen, maar heel virtuoos weet Makanin de spanning vast te houden. 
Asan is een verhaal dat de lezer raakt. Makanin doet dit niet door dramatische woorden te gebruiken, maar door de kracht van de vertelling zelf. Er wordt geen oordeel over Zjilin geveld. De auteur laat het aan de lezer over om zich een mening over de corrupte majoor te vormen. Dit is misschien wel het knappe van deze roman. Misschien was majoor Zjilin toch een edel mens omdat hij zich oprecht inspande om twee soldaten met een shellshock te helpen. Eigenlijk laat Makanin op een heel bijzondere manier zien dat waarheid en leugen, goed en kwaad, recht en onrecht, in een oorlog lastig te onderscheiden zijn. De scheidslijn loopt in ieder geval niet gelijk aan de frontlinie. De lijn tussen recht en onrecht kan niet getrokken worden tussen ‘wij’ en ‘zij’. Het is een verwarrende wereld en elk mens is zelf een mengeling van goed en kwaad. 

Reacties op: Corruptie en mededogen