“In tien jaar tijd heb ik slechts met vier mensen kunnen praten, waarvan één mijn kidnapper is. Ik heb geen middelbare schooldiploma kunnen behalen, niet kunnen leren autorijden, geen telefoongesprek kunnen voeren, niet geweten hoe het is om een sms’je te sturen of een IPad te gebruiken, of Twitter of al die andere dingen die ik op TV zie. Ik neem het hem zo kwalijk dat hij me van de wereld heeft afgesloten.”

Een gevoel van boosheid en wrok overheerst bij de drie vrouwen die door Ariel Castro, de Cleveland-kidnapper, voor een periode van tien jaar worden vastgehouden in zijn huis aan de Seymour Avenue in Cleveland, Ohio. En dan betreft bovenstaande opsomming alleen nog maar de dingen die ze hebben gemist en niet de dingen die hun leven tot een hel maakten. Opgesloten in de kelder of op een slaapkamer, constant geketend en daardoor een zeer beperkte bewegingsruimte. Geen daglicht en het allerergste: steeds maar weer worden verkracht, soms drie tot vier keer per dag, door de man die volgens eigen zeggen een seksuele stoornis heeft. Terug te voeren op het feit dat hij als kind in Puerto Rico zelf seksueel was misbruikt.

Ariel Castro had drie vrouwen in huis, Michelle Knight, Amanda Berry en Gina DeJesus. De laatste twee vertellen hun verhaal in dit boek. Michelle Knight heeft besloten niet aan dit boek mee te werken maar zelf haar verhaal te vertellen. Naast de eigen verhalen van Gina en Amanda, deels gebaseerd op de aantekeningen die werden gemaakt op servetten, papieren zakken, losse velletjes of wat dan ook maar, deels gebaseerd op video-opnamen van Ariel Castro, komen er ook beschouwingen van buitenaf voor. Deze zijn geschreven door de journalisten Mary Jordan en Kevin Sullivan van Washington Post, die in belangrijke mate aan het tot stand komen van het boek hebben bijgedragen. Het is ook hun verdienste dat het boek genoeg afwisseling biedt om boeiend te blijven. De gruwelijkheden die de vrouwen meemaken, zijn aangrijpend en schokkend. Toch dreigt het gevaar van een opsomming van feiten, waarbij een beschouwing als hierboven van wat ze in tien jaar tijd missen, dreigt onder te sneeuwen in al het waargebeurde geweld. Zo nu en dan een andere invalshoek lost dat probleem op en aan het eind komt de beschouwende kant pas echt aan de beurt.

Wat het meest fascineert, is het feit dat de vrouwen pas na tien jaar hebben weten te ontsnappen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat er niet eerder een poging wordt gedaan. Toch weet het boek, door het beschrijven van de sfeer van angst bij de vrouwen en wantrouwen bij Castro, duidelijk te maken waarom dat niet is gebeurd. De volgende zin zegt wat dat betreft veel: “Ik wil er zeker van zijn dat ik je kan vertrouwen, zegt hij altijd, je weet wat ik met je kan doen.” Dat Amanda een kind van Castro baart, maakt de onderlinge verhoudingen gecompliceerder en nog fascinerender. Castro leeft steeds meer in zijn eigen fantasiewereld en zegt bijvoorbeeld: “wij zijn een gelukkig gezinnetje”. “Hij wil het perfecte gezinnetje dat hij nooit heeft gehad. Hij heeft zijn eigen wereld geschapen en beseft niet dat dat allemaal nep is”, aldus Amanda.

Die wereld stort in elkaar als de vrouwen toch weten te ontsnappen. De onverwoestbare hoop dat ze een keer vrij zouden komen, wordt waarheid. De strijd die daar in de tien jaar aan vooraf ging wordt indrukwekkend beschreven evenals de volhardende en wanhopige pogingen van families en instanties om de vrouwen terug te vinden. De meest gehoorde omschrijvingen van dit verhaal zijn: aangrijpend, afschuwelijk, onvoorstelbaar, ongelooflijk, verschrikkelijk, ontroerend en onverwoestbaar. En dat is het.

Reacties op: "Wij zijn een gelukkig gezinnetje"