stereotiep, wrede Chinezen versus godsvruchtige kloosterlingen, en ergens daartussenin onze Engelse bergbeklimmers.,De verboden tempel is het debuut van Patrick Woodhead, een jonge Engelse professionele bergbeklimmer. Hoofdpersoon is Luca Matthews. Samen met zijn vaste maatje Bill Taylor probeert hij een hoge berg in Nepal te bedwingen. Terwijl Bill last van hoogteziekte krijgt, gaat Luca alleen verder naar de top. Onderweg ziet hij in de verte een piramidevormige berg van grote schoonheid liggen. Eenmaal terug in Engeland blijkt de berg op geen enkele kaart te vinden te zijn. Wel zijn er documenten die verwijzen naar een mythische koninkrijk in de Himalaya. Luca’s wens om de mysterieuze berg te beklimmen wordt er alleen maar groter door. Samen met Bill Taylor gaat hij zonder visum naar het door China bezette Tibet om de klus te klaren. Ondertussen branden de Chinezen boeddhistische kloosters af en laten geen middel ongemoeid om de Tibetanen te knechten. Maar er gloort hoop. Een klein jongetje weet aan de moorden te ontsnappen en maakt zich op weg om de nieuwe geestelijk leider van het land te worden.
De verboden tempel wordt geafficheerd als thriller. Dat is het niet. Het verhaal is recht toe, recht aan, zonder plotwendingen en zonder één poging om de lezer op het verkeerde been te zetten. De verboden tempel is een avonturenboek waarin twee Engelse bergbeklimmers op nogal naïeve wijze betrokken raken bij de jacht van de Chinese bezetter op de toekomstige Lama.
De Tibetaanse setting heeft Patrick Woodhead goed getroffen. De kloosters, de monniken in hun gewaden en draaiend aan hun gebedsmolens, de armoedige huizen, de modder, de houtvuurtjes, het majestueuze landschap… je ziet de film al voor je. Met het opbouwen van spanning weet Woodhead beduidend minder goed raad. Het boek duizelt van de actie. In bijna ieder hoofdstuk worden er huiveringwekkend steile rotswanden bedwongen, worden de personages gegeseld door ijzige wind en wordt er gillend naar onderweg ontstane verwondingen gegrepen, er wordt geschoten, verder gestrompeld, kou geleden, afgezien, maar toch wordt De verboden tempel nergens spannend. Het is te veel van hetzelfde, een overdaad aan adjectieven.
Maar het grootste bezwaar is dat de karakters van bordkarton zijn, stereotiep, wrede Chinezen versus godsvruchtige kloosterlingen, en ergens daartussenin onze Engelse bergbeklimmers. Ik heb sterk de indruk dat Woodhead zo door zijn eigen actieverhaal was gegrepen dat hij de psychologie van zijn karakters vergeten is. Dat is jammer, want van de twee klimvrienden was meer te maken. Verder neemt Woodhead regelmatig een loopje met de geloofwaardigheid. Omdat zijn personages zich in het bergachtige Tibet van A naar B moeten verplaatsen lijkt zelfs een dikke, kettingrokende, alcoholische kroegeigenaar geen moeite te hebben loodrechte rotswanden en ander ongemak.
Complimenten voor Woodheads literaire agent. Het feit dat van een middelmatig, vlak debuut in hetzelfde jaar een Nederlandse vertaling verschijnt mag opmerkelijk worden genoemd.

Reacties op: Maar het grootste bezwaar is dat de karakters van bordkarton zijn