Advertentie

De Argentijnse schrijver Juan Filloy is erg onbekend, maar werd zeer bejubeld door niemand minder dan Sigmund Freud en Julio Cortazar, een van mijn helden. De Nederlandse vertalingen van "Op Oloop" en "De bende" kregen jaren geleden ook opmerkelijk positieve recensies, en leidden zelfs tot een bescheiden wereldwijde herontdekking. Onlangs las ik Roberto Arlt, ook zo'n vergeten Argentijnse klassieker, en toen ik die uit had dacht ik: hup, door met Filloy. En ik koos voor "De bende", uit 1937. Nou, daar had ik geen spijt van.

"De bende" draait om de lotgevallen van zeven zwervers, allen uiterst kleurrijk maar ook schilderachtig mislukt, en afkomstig uit verschillende delen van de wereld. Maar nu hebben ze, "schijnbaar zomaar, als rollende kiezelstenen", elkaar gevonden ergens in Argentinië. En daar zwerven ze, met idealen en dromen voor ogen maar zonder een duidelijk doel of duidelijke richting, "op een toeristische reis naar het ideaal van anderen". In die reis maken ze meerdere mensen geld afhandig, en met dat geld financieren ze een illegale staking. Ook verijdelen ze op even bizarre als komische wijze een Nazistisch spionagecomplot. Maar wat ze vooral doen is reizen en zwerven zonder plan, zowel in de fysieke ruimte als in de ruimte van hun geest en verbeelding. Dat leidt tot heel merkwaardige omzwervingen en bijzonder vermakelijke ontmoetingen met een stoet aan bizarre en prettig of onprettig gestoorde personages. En het leidt ook tot curieuze omzwervingen van de speculatieve geest. Bijvoorbeeld: "Al heel vaak had hij, tijdens zijn hardnekkige zwerftochten, plotseling stilgestaan bij de raadselachtige boodschappen, bij de ongehoorde alarmsignalen van het onbeduidende. Als hij daar, in het nietszeggende, in dat wat door niemand gerespecteerd en door iedereen versmaad wordt, al verheven correspondenties ontdekte, wat voor bezielde schimmen en geesten zouden er dan niet te vinden zijn in de gebieden van het transcendente? Zijn blik richtte zich sindsdien op het verdiepen van de betekenis van wat hij zag. Hij legde daarbij niet, als een willekeurig schip, aan bij de kleurige rede of de strakke lijn van de kade. Nee. Hij drong door tot het wezen, tot het arcanum, tot de substantiële havens waar de hierarcheia zetelt: de goddelijke orde van de wereld. Het universum was voor hem dan ook geen fysieke opeenhoping van mensen en hemellichamen, Hij haatte het concrete: wat objectief vaststelbaar is versterkt de platvloersheid! Voor hem was het universum: de afdruk, het spoor, het zog... Niet de elektrische vonk van de bliksem, maar de zigzaglijn die daaruit ontstond. Niet het water van de rivier, maar de herinnering van het voorbijstromen aan de tak van de wilg". De zwervers haten de rechte lijn, het conventionele pad, de objectieve feitelijkheid, en zoeken naar sporen van het totaal andere dat aan de gangbare werkelijkheid ontsnapt. Niet het grijpbare interesseert hen, maar het mysterie. Niet het begrip en het tastbare, maar het ongrijpbare. Niet de aankomst, maar de oneindige en onvoorspelbare reis door ongewone fysieke en mentale ruimtes.

Dat zwerven door ruimte en geest komt mooi tot uiting in de structuur van het verhaal: de plot zwerft al net zo als de zwervers zelf, beweegt al net zo onconventioneel en zoekend van het ene ongewone tafereel naar het andere. En het komt naar mijn smaak nog mooier naar voren in de wel heel ongewone stijl en beeldspraak van de roman. Bijvoorbeeld: "De nacht was een wonder van blauwe doorschijnendheid. De opkomende maan, een schijnsel tussen de bomen, bloeide op in de takken als een extra magnolia". Of: "De ideeën verschenen als met ectoplasma geschreven aan de hemel, alsof een heel klein, mysterieus vliegtuig ze daar had achtergelaten". Of ook: "Onweerslucht. Laaghangende wolken die langs het firmament joegen als huisvrouwen in barensnood. Laaghangende wolken, geur van seks. Aan de horizon verlichtten bliksemschichten kortstondig de binnenkant van hun rokken". Op elke pagina staan meerdere van zulke behoorlijk buitenissige zinnen. Daardoor wordt steeds opnieuw alles wat vertrouwd was vreemd gemaakt en alles van zijn ogenschijnlijk vastomlijnde gedaante beroofd. En op die manier zuigt de stijl van Filloy ook mij als lezer helemaal mee in een zwerftocht door een uitermate vreemde wereld.

Die zwerftocht vond ik heel mooi om mee te maken. Ook mooi vond ik het anarchistische verzet dat er in doorklinkt: het verzet tegen de maatschappelijke orde, en tegen de versimpelende conventies van de brave burgerman. Die zwervers zijn allemaal gemarginaliseerd en uitgestoten, en zijn vanuit conventioneel oogpunt onbeduidend, maar ze kiezen voor hun uitstoting en houden van het onbeduidende en van de sporen van onbekende schoonheid die het onbeduidende bevat. Dat soort tegendraadsheid is voor mij heel stimulerend en goed voor mijn humeur. Ook stimulerend en soms erg ontroerend vond ik de volkomen onorthodoxe vriendschap en camaraderie tussen deze zwervers, hun kameraadschappelijke ruzies, hun onderlinge solidariteit van marginalen. En bovendien zit "De bende" ook vol met barokke humor, waar ik erg van hou.

Kortom, ik heb mij prima vermaakt met Filloy. Over niet al te lange tijd zal ik ook "Op Oloop" maar eens gaan proberen. Bovendien heb ik nu ook weer zin gekregen om mijn held Cortazar te gaan herlezen, vermoedelijk omdat de anarchistische tegendraadsheid van Filloy mij erg aan Cortazar deed terugdenken.

Reacties op: Heerlijk, zulke anarchistische literatuur.