Advertentie

"De kop in het zand" is het 4e deel van de serie "De grote eeuw". De eerste drie delen las ik in een ruk tijdens mijn zomervakantie in 2014, en met veel plezier, maar ik schreef er niks over en talmde ook behoorlijk met het lezen van deel 4. Dat laatste was onterecht: deel 4 was zonder meer meeslepend, en ik ga nu meteen door met deel 5.

"De grote eeuw" vertelt het verhaal van de 20e eeuw door de lotgevallen te volgen van drie Noorse broers, die bij al hun verschillen een grote overeenkomst hebben: ze zijn alle drie uiterst begaafd als ingenieur, al neigt een van de drie -Sverre- vooral naar modernistische kunst. Vooral de oudste - Lauritz- maakt carrière met werkelijk ongehoord meeslepend beschreven bruggenbouwprojecten, meesterstukken in technologisch opzicht, waarmee oneindige weerbarstige Noorse landschappen op verbazingwekkende wijze worden getransformeerd in bereisbaar gebied. Ook Oscar stort zich in dat soort projecten, maar vooral in allerlei duizelingwekkende avonturen, vooral in Afrika, waar hij fortuinen verdient, maar ook veel persoonlijke verliezen leidt, en uit pure wraaklust daarover schiet hij tientallen Engelse officieren dood.

Mooi aan deze cyclus is onder andere het meeslepende karakter: de duizelingwekkende avonturen van de broers, de enorme spanning die Guillou weet op te roepen, de manier waarop hij je deelgenoot maakt van ongehoord exotische en intense Afrikaanse avonturen maar ook van de doodsangst die je kunt voelen als je verdwaalt in het oneindig verlaten en bevroren Noorse landschap. En ook trouwens van het aanstekelijke artistieke enthousiasme van de avantgardistische kunstenaarsmilieus waarin Sverre graag verkeert. Alle delen van deze cyclus grijpen je bij de strot en laten je niet meer los, en zijn dus superonderhoudend om te lezen. Wel vond ik dat de plot soms wel heel erg draait om wel heel veel erg toevallige ontmoetingen, en dat al die toevalligheden soms ook afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Maar ja, dat verhaal is ondanks dat meestal toch heel meeslepend, en je wordt helemaal meegezogen in de hoofden van drie erg interessante broers, die werkelijk schitterende visioenen hebben over hoe de wereld totaal getransformeerd kan worden door de miraculeuze wonderen van technologie en kunst. Die visioenen mogen dan weliswaar met de kennis van nu soms wat naïef lijken, maar ze zijn wel ongelofelijk inspirerend en prachtig opgeschreven, en het utopisch geloof van de broers is van ongehoorde kracht en schoonheid. Dus ach, wat maken dan die ongeloofwaardige toevalligheden nog uit?

Nog mooier is bovendien hoe het volgen van die drie broers je als lezer een verrassend nieuw licht schenkt op de toch overbekende geschiedenis van de 20e eeuw. Met name Lauritz en Oscar bewonderen namelijk Duitsland, als belichaming van technologische vooruitgang en van hogere beschaving. En vooral Oscar haat de Engelsen, om persoonlijke redenen, maar ook omdat hij ziet wat de Engelsen aanrichten in hun Afrikaanse koloniën. Door met deze broers mee te kijken naar de geschiedenis zien wij die geschiedenis als het ware weer voor de eerste keer, zonder de 'wijsheid achteraf' van nu, en we kijken ook nog eens vanuit een perspectief dat we nog niet kenden. Zo horen we bijvoorbeeld toespraken van Hitler als het ware voor de eerste keer, en als het ware ook zonder nog de vreselijke gevolgen van zijn opkomst te kennen. Ook beleven we mee hoe een van Lauritz' zonen in elkaar geslagen wordt, o.a. omdat hij een Duitse moeder heeft en dus geen volbloed Noor is, en hoe hij uit pure haat maar ook door grillen van het lot zich doorontwikkelt tot SS-er. En je leeft mee met die zoon. Zoals je ook meeleeft met Oscars haat tegen de Engelsen, en zijn bewondering voor het zijns inziens zo beschaafde en technologisch vooruitstrevende Duitsland. Want juist Duitsland is voor hem (en voor Lauritz) de belichaming van diverse utopische dromen, en die dromen zijn zoals gezegd echt schitterend opgeschreven.

In "De kop in het zand" volgen we hoe Lauritz in het neutrale Zweden het wereldgebeuren volgt tussen 1940 en 1945. We zien zijn gedachten, weliswaar enigszins afstandelijk geparafraseerd door een alwetende verteller, maar zonder commentaar van die verteller. We worden dus uitgenodigd om mee te bewegen met Lauritz denkwereld en ons oordeel daarover zo goed mogelijk op te schorten. En dat is een opmerkelijk intellectueel avontuur, moet ik zeggen. Want Lauritz vindt Hitler weliswaar uiterst vulgair, maar hoopt toch op een zege van zijn zo geliefde Duitse volk. Met de kennis van nu is makkelijk in te zien dat hij zich vreselijk vergist, en dat hij ook een aantal heel arrogante waandenkbeelden heeft over de waarde van zijn eigen klasse en zijn eigen intellectuele superioriteit. Maar als je dat oordeel opschort zie je ook hoe makkelijk zulke vergissingen kunnen ontstaan, hoe logisch de waandenkbeelden in elkaar zitten, en hoezeer ze gefundeerd zijn in behoorlijk hooggestemde idealen. Tegelijk zie je ook hoe Lauritz op soms verwijtbare wijze zijn kop in het zand steekt voor de politieke realiteit en voor nakende rampen in zijn persoonlijk leven. Maar hoe zeker weet ik dat ik zelf niet ook dit soort onvolkomenheden heb?

En zo volgde ik Lauritz, tot het bittere eind van dit boek. Ik leefde ademloos mee met zijn bouwwerk aan weer een nieuwe grootse brug, wederom een technisch meesterstuk maar nu ook de inlossing van een persoonlijke schuld. Ik was ontroerd door de wijze waarop hij rust en vertroosting zoekt in familiefeesten en door te zeilen op de onmetelijke zee. Ook was ik ontroerd door zijn vele gesprekken met God (Lauritz is zeer religieus) en door de mathematische wijze waarop hij de werkelijkheid binnen en buiten hem analyseert. Maar vooral ontroerend vond ik de momenten dat zijn religie en zijn logica hem onvoldoende wapent tegen de wereld, zodat hij weerloos is tegen de tragikomische grillen van het lot. Met rode oren volgde ik hoe hij, om de hete brij heen draaiend maar wel liefdevol, laveert in een gezin met een dochter die in het anti-Duitse verzet zit en een zoon die in de SS zit. Mooi vond ik hoe hij loyaliteit en bewondering heeft voor beiden. Prachtig beschreven vond ik zijn bodemloze droefheid over het bombardement op Dresden, waarin vele levens en een voor hem bijna heilig symbool van beschaving letterlijk in vlammen opgingen. Daarmee wordt meteen ook iets heel pijnlijks aangesneden, want ook veel aanhangers van de geallieerden vonden later dat het bombardement op Dresden wel heel veel vernielde in ruil voor wel erg weinig militair nut. Adembenemend tenslotte is ook hoe Lauritz bladzijden lang niet wil geloven in de fundamentele slechtheid van Nazi- Duitsland, en echt ijzingwekkend is hoe het doordringende besef van die slechtheid meteen zijn hele wereldbeeld doet instorten. Je volgt eerst op de voet hoe hij allerlei geruchten over de holocaust steeds verwierp, omdat die volgens hem door hun ongerijmdheid niet waar konden zijn, want wat over Auschwitz werd verteld vloekte TOTAAL met zijn op mathematische logica gegrondveste denkwijze. En vervolgens beleef je mee dat hij de eerste foto's van Auschwitz ziet, en daardoor beseft dat het ondenkbare en ongerijmde wel degelijk waar is. Wat hij niet anders ervaren kan dan als totale breuk met zijn rationele en religieuze levensbeschouwing.

Dus dit was een ijzersterk deel van een toch al lang niet verkeerde romancyclus. Maar de cyclus is nog niet voorbij: deel 5 is net verschenen, en ik hoop dat Guillou ondanks zijn gevorderde leeftijd nog minstens een deel 6, 7 en 8 in de pen heeft. Dus meteen maar verder met deel 5, en dan wachten op de volgende delen!

Reacties op: Sterk boek, sterke cyclus

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het ebook bij Libris voor 9,99
Bestel het ebook bij Blz. voor 9,99
bestellen
bestellen
Proxisbestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders