Advertentie

Boeken van Pamuk zijn altijd vernuftig, intelligent, verrassend, origineel en ontroerend. Zo ook dit boek, waarin de hoofdpersoon een museum inricht van alledaagse gebruiksvoorwerpen die voor hem een heel leven vertegenwoordigen. Ze roepen vooral Fusun op, zijn geliefde die hij verloor (hij was te laf of te conventioneel om zijn verloving voor haar op te geven), weer ontmoette (weliswaar getrouwd, zodat hij zich behelpen moet met visites waarin hij haar stiekem smachtend bekijkt), uiteindelijk ook kreeg, om haar vervolgens weer te verliezen. Jazeker, melodrama, maar de weemoed van de hoofdpersoon en zijn vergeefs smachten zijn mooi opgeschreven, evenals de enorme aandacht waarmee hij zijn geliefde observeert. Ook mooi is hoe de alledaagse voorwerpen worden beschreven: voorwerpen die we normaal gesproken niet eens opmerken, maar die hele werelden van nostalgie oproepen als we ze aandachtig bekijken. Mooi is ook hoe juist die weemoed en het gevoel van verlies de aandacht van de hoofdpersoon scherpt. De hoofdpersoon is overigens niet zonder meer sympathiek: zijn aandacht voor voorwerpen en voor Fusun is bewonderenswaardig, maar ook is wel duidelijk dat hij allerlei zaken NIET ziet. De dromen van Fusun zelf ontsnappen bijvoorbeeld aan zijn toch zo scherpe aandacht. Hij idealiseert Fusun, maar niet op een helemaal ideale manier. Dat maakt het verhaal waarachtiger (pure idealisering is immers niet zo waarachtig) en ook nog iets weemoediger: de droevige conclusie is immers dat hij haar eigenlijk gewoon nooit goed gekend heeft, ondanks al zijn bewondering en gesmacht. Een mooi boek kortom, juist DOOR de weemoed ervan.

Reacties op: Weemoedig museum