Advertentie

"Kentering" is het derde deel van Menasses "Trilogie van de Ontgeestelijking". Deel 2, "Zalige tijden, breekbare wereld" had ik net euforisch jubelend uitgelezen, en misschien had ik daardoor te hoge verwachtingen van deel 3. Want ondanks alle kwaliteiten die ook "Kentering" heeft, had ik al lezend steeds het teleurstellende gevoel dat dit boek beduidend minder sterk is dan het mijns inziens zo formidabele "Zalige tijden, breekbare wereld". En dat remde mijn leesplezier. Terwijl het toch ook een knap opgebouwd boek is, met veel fraaie zinnen.

We volgen in dit boek veel gefragmenteerde perspectieven van veel personages. Maar de hoofdpersoon lijkt Roman Gilanian, die ook een bijrol had in "Zalige tijden, breekbare wereld" als kroegbezoeker en Hegeliaan. In "Kentering" besluit hij, om ook voor hemzelf onduidelijke en schimmig- gefragmenteerde redenen, zijn Braziliaanse leven op te geven en terug te keren naar moederland Oostenrijk. Wat tevens een verhuizing betekent van de grote stad naar een verloederend dorp. Komprecht, op de grens met Tjecho- Slowakije. Dat dorp is, door het faillissement van zijn steengroeve, op de rand van verpaupering, maar gaat zich herpakken door te mikken op de toeristenindustrie. Wat naast de beoogde vooruitgang vooral veel tragi-komische achteruitgang betekent, en uitholling van alles wat ooit mooi was aan dit weinig mooie dorp. Of liever: alles wat nooit mooi was, maar dat ten onrechte (of om niet door totale zinloosheid te worden overmand) mooi en authentiek en waardevol werd genoemd. Romans moeder is naar Komprecht verhuisd voor een nieuwe liefde en een nieuw leven dicht bij de natuur, maar dat mondt uit in even tragische als hilarische taferelen van desillusie. En Roman, die bij haar inwoont, desintegreert meer en meer, zowel lichamelijk als geestelijk. Alle zogenaamde vooruitgang in het dorpje Komprecht is dus feitelijk regressie, terugval, een beweging op volle kracht achteruit. En die regressie gebeurt dan in een periode van steeds toenemende globalisering, net voor de val van de muur en het IJzeren Gordijn. In een periode dus die volgens velen in het teken stond van vooruitgang, van de triomf van de rede (want het kapitalisme had immers het communisme verslagen), van optimisme. Maar Menasse ziet dat kennelijk heel anders: terwijl bijvoorbeeld Fukuyama in die periode zei dat de rationele beweging van de geschiedenis nu was voltooid en zijn doel had bereikt, ziet Menasse kennelijk alleen maar toenemende fragmentatie, ontgeestelijking, verlies van houvast, zinloosheid en desillusie. Waar hij mij met zijn vaak hilarische zinnen wel hard om laat lachen, maar wel met een nogal ongemakkelijk gevoel.

Het is zeker knap hoe Menasse deze toenemende ontgeestelijking voelbaar maakt in vorm en stijl van zijn boek. Bijvoorbeeld in allerlei onafgemaakte zinnen, die laten zien dat de personages geen enkele redenering tot het einde kunnen doordenken en geen enkele structuur meer hebben in hun eigen hoofd. Of ook door de erg gefragmenteerde wijze waarop hij van scene naar scene beweegt, en van personage naar personage: alsof hij zijn boek even gefragmenteerd wil maken als de tijd en de levens die hij beschrijft. Ook significant is hoe droom en werkelijkheid soms worden vermengd, of toneelstuk en realiteit, of gefragmenteerd videobeeld met herinnering aan wat er is gebeurd. Alsof de werkelijkheid uit meerdere niveaus van fictionaliteit bestaat, die zich niet laten samenvoegen in een zinvol en sluitend geheel. En ook in de overpeinzingen van Menasses personages kiert het toenemende besef van zinloosheid steeds meer door. Bijvoorbeeld: "Eindelijk had hij op alle vragen een antwoord. Daarmee waren alle onzekerheden, alles wat er eerst was, vervallen. Wat hij geleerd had, wat hij gedoceerd en bediscussieerd had. Wat hij gelezen had en zo kon vertellen alsof hij het had meegemaakt. Wat hij had meegemaakt en zo kon vertellen dat hij zelf geloofde dat hij het had gelezen. Allemaal vervallen. Het ene antwoord luidde: ik weet het niet". Of, ook niet slecht gezegd: "Misschien was het werkelijk karakteristiek voor de mens in de moderne beschaving: dat men met nadrukkelijk geloof onzinnige verbanden moest leggen om een coördinatensysteem te vormen in een leegte die men anders niet zou verdragen. En zo doet men dan bijvoorbeeld voldaan de yogapositie "ploeg" alvorens de deur uit te gaan om te ploegen". Mooie zinnen, vind ik. Zinnen bovendien die worden versterkt door het gehakkel van met name Roman aan het einde van het boek: daar kan hij alleen nog maar lallen en stamelen, en zelfs het ultieme gedesillusioneerde antwoord "ik weet het niet" kan hij niet langer meer formuleren.

Ik vind Menasse een heel goede schrijver: door zijn humor, zijn hyperintelligente originaliteit, zijn formidabele stijl en zijn tegendraadse denkkracht boeit hij mij met alle bladzijden die ik nu van hem ken. In geen enkel boek heeft hij mij ooit verveeld, ook in "Kentering" niet. Toch ben ik enigszins teleurgesteld, omdat "Kentering" naar mijn gevoel zo veel minder sterk is dan het geniale "Zalige tijden, breekbare wereld" dat ik net daarvoor las. Maar ook om "Kentering" heb ik vaak hard moeten lachen, en ook bij "Kentering" keek ik vaak met bewondering naar Menasses vorm- en stijlbeheersing. En "Zalige tijde, breekbare wereld" was ook wel een heel zeldzaam meesterwerk. Dus ach, waar zeur ik over?



Reacties op: Het enige antwoord op alle vragen: ik weet het niet

1
Kentering - Robert Menasse
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het e-book € 9,99
E-book prijsvergelijker