Advertentie

Met enige huiver nam ik dit boek van ruim 1200 pagina's mee bij mijn fietsvakantie. Die huiver nam nog toe toen ik zag dat sommige zinnen al even obees leken: soms wel vier pagina's lang, vol meanderende en associatieve uitweidingen over zo ongeveer alles. De melodramatische toon van veel van die zinnen bezorgde mij bovendien soms regelrechte zweetaanvallen, en het einde van dit boek vond ik zodanig drakerig sentimenteel dat het glazuur mij spontaan van de tanden brak. Maar ondanks dat alles vond ik het uiteindelijk helemaal geweldig.

Hoofdpersoon en ik-verteller is de Noorse toneelmaker Max Hansen, die in lange, getergde, maar niettemin als een trein lezende en soms ongehoord melodieuze zinnen terugkijkt op zijn leven, zijn vriendschappen, en zijn even intense als problematische liefde voor de zeven jaar oudere kunstenares Mischa. In die terugblik wordt veel ruimte genomen voor uitweidingen over zijn eigen migratie naar Amerika die een van de belangrijke oorzaken is van zijn zeer onvaste identiteit, die eigenlijk alleen uit een stroom van metamorfoses en fluctuaties en van twijfels doordesemde breuken bestaat. En een soortgelijke onvastheid van identiteit spat ook van de pagina's in Max' mijmeringen over zijn ouders, zijn grote liefde Mischa, zijn boezemvriend Mordecai (een in het leven dwalende en eeuwig naar zijn echte rol zoekende acteur), zijn oom Owen (een Noor die zijn land is ontvlucht naar Amerika, als Amerikaan meevocht in Vietnam, en o.a. door zijn oorlogservaringen als persoon behoorlijk desintegreert), en diverse soms heel meeslepend beschreven bijfiguren.

Bovendien staat het boek vol met werkelijk adembenemende passages over kunst. Soms is dat echte kunst. Schitterend zijn bijvoorbeeld de passages waarin Max kennis maakt met het werk van Beckett, en diens thematiek van eindeloos vergeefs wachten op God of op een hogere zin die per definitie nooit komt, gekoppeld aan het besef dat het totaal zinloos is door te gaan met leven, hopen en verlangen, terwijl je tegelijk toch MOET doorgaan met leven, hopen en verlangen. Schitterend zijn ook de passages over "Apocalypse now", een voor Max bijna iconische film over de Vietnam-oorlog, en over de innerlijke chaotische jungle die hij in zichzelf en anderen meent te herkennen. Zoals er ook veel mooie zinnen zijn opgenomen over de jazz: de fascinerende werelden van vrijheid die opstijgen uit improvisaties van grote jazz-musici, de indringend beschreven wanhoop van Owen omdat hij die werelden van vrijheid wel nastreeft maar niet bereikt. Maar nog fascinerender zijn de passages over niet-bestaande kunst, d.w.z. over toneelwerken en beeldende kunst die alleen in de wereld van deze roman echt bestaat. Bijvoorbeeld de diverse toneelstukken die Max zelf maakt en opvoert, waarin het vergeefse wachten en de confrontaties met het zinloze niets opmerkelijk krachtig en origineel worden verbeeld. Maar ook de vele experimentele kunstwerken van Mischa, die juist door hun zo experimentele karakter fraai voelbaar maken hoe ongrijpbaar het bestaan is, of de oneindig diep-zwarte en alle kleur absorberende monochromen waarmee de schilder Gabe een einde wil maken aan alle schilderkunst. Om daarna toch weer door te gaan met schilderen. En weer vertwijfeld te wachten. En weer met de moed der wanhoop door te gaan.

De toon van deze roman is meteen Beckettiaans: elke dag begint er helaas weer een dag, die even vergeefs is als de vorige. Niets aan te doen. Aldus de opening. Snel wordt ook gezegd dat alles erodeert: niets blijft, alles vergaat, alles is in beweging, elk ding en elke mens metamorfoseert voortdurend zonder dat dit een doel heeft, niets aan te doen. De gevoelens van desintegratie en ontheemdheid die dat oproept worden vaak pregnant verwoord: "Later, onder de douche, voelt hij zijn lichaam langzaam oplossen in het water, zijn huid wordt rood en schilfert af en zijn aderen worden zichtbaar. Hij draait de warme kranen verder open tot hij verbrandt. Dan hoort hij een scheurend geluid en zijn armen raken los van zijn schouders, zijn vlees glijdt van zijn botten, zijn bloed vloeit en als hij zich vooroverbuigt naar de ledematen die levenloos op de grond liggen, vallen ook zijn benen eraf, zijn geslacht, zijn bovenlijf en tot slot zijn hoofd; hij ziet hoe het water steeds sneller begint te kolken tot ook zijn ogen in het afvoerputje verdwijnen. Daarna kleedt hij zich aan en beeldt zich in dat de man die de badkamer uitkomt een heel andere man is dan die de badkamer inging". Ook staat het boek zoals gezegd vol met lange, vaak zelfs ellenlange zinnen, die alles met alles verknopen en alleen daardoor al fraai voelbaar maken hoe Max alles met alles verbinden wil en greep probeert te krijgen op de zo veelvormige en veranderlijke werkelijkheid. Of misschien hoe hij niets van die veelvormigheid verloren wil laten gaan, en elk detail, hoe ogenschijnlijk onbenullig soms ook, bewaren wil en zo wil behoeden voor erosie. Ellenlange zinnen dus, die niettemin (zoals gezegd) lezen als een tierelier, en die mij enorm fascineerden door hun grote greep. Elke ellenlange zin lijkt een poging om het leven in alle breedte te leven en te bewaren. Of zelfs om het leven op papier (en in de herinnering) NOG meer in de breedte te leven, dus om het leven in de herinnering NOG rijker te maken door details en stemmingen of associaties naar voren te halen die pas opvallen via beschouwing en intense herbeleving ACHTERAF. De grote greep en het leven in de breedte van deze lange zinnen wordt nog verhevigd door alle eerder genoemde associaties met fictieve of echt bestaande kunst. En ook met grote wereldgebeurtenissen: herinneringen aan Vietnam (Owen als ervaringsdeskundige, Max als gefascineerde fan van "Apocalypse now"), de enorme angst en onzekerheid in New York ten gevolge van "9/11", de totale verwarring ten gevolge van de kredietcrisis, de chaos vanwege de orkaan Sandy die tot jungletaferelen lijkt die door Max prachtig verbonden worden met de nachtmerries van "Apocalypse now", en zo meer. Kortom, de vaak ongelofelijk lange zinnen van Harstad, die mij eerst nogal afschrikten, waren in mijn beleving bij nader inzien juist bijzonder functioneel en effectief. Bovendien is Harstad ook heel goed in korte, bijna staccato- achtige zinnen, die niet uitdijen in de breedte maar veel oproepen tussen de regels door. Ziehier bijvoorbeeld een bewonderenswaardig bondige sterfscène: "Nacht. Tweeëntwintig minuten over een. Buiten het verkeer. Binnen de stilte. Max is er. Zit naast hem. Zijn hand is warm. Alles zingt. Nu". Alles fragmenteert hier, en exact dat wordt getoond door de fragmentatie van de taal.

Harstad varieert dus tussen Proustiaans meanderende taal en Beckettiaans uitgebeende taal, en dat doet hij naar mijn smaak heel goed. Zijn zinnen hebben bovendien vaak een ijzersterk ritme, wat ook geldt voor het boek als geheel: het is heel fascinerend hoe diverse motieven steeds weer terugkeren, waardoor ze als in een lang jazz-muziekstuk steeds worden gevarieerd en verrijkt. Zo wordt er tientallen malen op verschillende wijze doorgeborduurd op het wachten, het niet kunnen maar wel moeten doorgaan, op angst voor en verlangen naar verandering, op migratie, enzovoort. Uiterst intrigerend is hoe Max' passie voor de nachtmerrie-achtige film "Apocalypse now" in vele gedaanten opnieuw opduikt, en hoe die surrealistische nachtmerries gaan resoneren met de Vietnam-ervaringen van Owen: alsof de verschrikkingen van Vietnam zich niet lenen voor een sluitend verhaal of essay, maar alleen voor een in vele verschillende variaties en klankkleuren gecomponeerd associatief en gefragmenteerd lied. Fascinerend is ook hoe Max ons trakteert op vele jazzy improvisaties over de raadselachtig fascinerende actrice Shelley Duvall, en de diverse raadselachtig fraaie films van Robert Altman waarin ze optrad. Elke lange en meanderende zin over de verre van conventionele schoonheid van Shelley Duvall verdiept en verrijkt het raadsel van Max' fascinatie voor Shelly Duvall. Bovendien gaan deze zinnen steeds meer resoneren in de zinnen over Mischa, omdat zij uiterlijk op Shelley Duvall lijkt en op enig moment zelfs kunstwerken maakt waarin ze op raadselachtig vervreemdende wijze speelt met deze uiterlijke gelijkenis. Het is net alsof twee muzikale lijnen van jazz-improvisaties steeds meer samenkomen, wat erg bijdraagt aan ritme en cadans van de tekst als geheel, maar vooral ook aan de fascinerende geheimzinnigheid van zowel Shelley Duvall als Mischa. Kennelijk zijn beide dames niet uitputtend neer te zetten in een paar alinea's, en laat de fascinatie van Max zich alleen adequaat verwoorden in een spel van variaties door het hele boek heen. Wat kennelijk ook geldt voor diverse andere fascinaties en obsessies van Max. En exact dat maakt Harstad mooi voelbaar door de meanderende structuur van veel van zijn zinnen, en door de wijze waarop die zinnen steeds weer nieuwe variaties en uitwerkingen van die obsessies en fascinaties laten horen.

Ook combineert hij naar mijn gevoel op fraaie wijze heel deprimerende stof met schoonheid en vreugde. Er wordt in dit boek enorm veel vergeefs gewacht, in het leven van de personages en in nog verhevigde vorm in Max' opvoeringen van Beckett en in Max' eigen toneelwerk. Dat wachten is van zinloosheid doordrenkt en bijna verstikkend deprimerend, maar de beschrijving van de onderliggende verlangens is vaak aanstekelijk intens. Bovendien, dat eindeloze wachten hangt nauw samen met het ontbreken van een gedefinieerde identiteit, en dat manco leidt vaak tot veel onzekerheid maar ook vaak tot bijna euforische gevoelens van bevrijding. Er wordt ook veel vergeefs maar ontroerend gevoeld: de diverse vriendschappen tussen duo's (met name Max en Mordecai) en trio's (zoals Max, Owen en Mischa) staan allemaal in het teken van voorlopigheid en dus van teloorgang, want het zijn exceptionele overgangstoestanden die onmogelijk eeuwig kunnen duren, maar juist door hun uitzonderlijkheid ontstijgen die vriendschappen ook de meer alledaagse vormen van vriendschap, en dat maakt ze heel ontroerend. Bijna benijdenswaardig, zelfs. De problematische liefde tussen Max en Mischa leidt niet tot een duurzaam geluk, al biedt het m.i. wat drakerige slot wel een belofte daarop. Maar mooier dan die m.i. wat kleffe suggestie van een happy end zijn de even wijdlopige als meeslepende beschrijvingen van Mischa's kunstwerken, en van hun inspirerende uitwerking op Max. De vele en vaak heel uitgebreide uitweidingen over kunst gaan allemaal over fictieve en bestaande kunstwerken die de ongrijpbaarheid, de chaos, de ontheemdheid en doelloze veranderlijkheid thematiseren. Maar de wijze waarop Harstad dat beschrijft is vaak een enorme stilistische triomf: de door Max aangehaalde (fictieve) analyses van Mischa's experimentele kunstwerken bijvoorbeeld gaven mij vaak het gevoel dat ik deze niet bestaande kunstwerken voor mij zag en begreep, en dat ik dankzij deze kunstbeschouwingen voor even iets meer inzicht had in het zo ongrijpbare bestaan. De Beckettiaanse zinloosheid des levens wordt daarmee niet verminderd, maar wel in zeer creatieve en indringende beelden gevat: DAT maakt deze passages zo zinrijk, en DAT geeft mij als lezer grote vreugde.

Zoals gezegd vond ik het boek soms te melodramatisch, en het slot te sentimenteel. Maar de combinatie van Proustiaanse meanderende uitweidingen en Beckettiaanse beknoptheid vond ik prachtig. Ook raakte ik helemaal verslingerd aan de wijze waarop Max steeds de ultieme zinloosheid benadrukt, het vergeefse wachten en het niet kunnen maar toch moeten doorgaan, en tegelijk het leven via zijn meanderende zinnen toch voluit in de breedte leeft of herbeleeft. Alles in het leven erodeert, zo zegt Max, maar in zijn soms meanderende en soms staccato-achtig beknopte zinnen richt hij een blijvend monument op voor dit zo fragiele leven. Dat is de triomf van de in deze roman opgevoerde kunst. En dat is de triomf van deze roman.

Reacties op: Vergeefs wachten en tegelijk toch leven in de breedte

Steun je favoriete boekhandel

Bestel je boeken op Hebban bij Libris of Blz. en steun een boekhandel bij jou in de buurt. Vanaf €15,- gratis bezorgd.

Bestel het boek bij Libris vanaf 17,50
Bestel het boek bij Blz. vanaf 17,50
bestellen
bestellen
bestellen
bestellen
Proxisbestellen

  Klik hier voor een overzicht van alle aanbieders

Bestel dit ebook vanaf  €7,99 bij