Advertentie

Als Krasznahorkai- fan genoot ik weer vol onrust van "The last wolf & Herman", een klein boekje waarin een oud verhaal en een nieuw verhaal zijn gebundeld. Ook dit boekje was weer vol van dat meanderende, ongehoord intense proza waar Krasznahorkai het patent op heeft. En ook hierin wordt de ademloosheid van de verteltoon weer onderstreept door die zo kenmerkende ellenlange zinnen, waar de koortsachtig voortrazende verteller geen punt achter lijkt te kunnen zetten, puur omdat hij door zijn verbijstering niet tot een conclusie kan of wil komen. Het langste en nieuwste verhaal, van 76 bladzijden, bestaat zelfs uit maar één eindeloos in zichzelf ronddraaiende zin, die dan - passend genoeg- ook nog eens eindigt met de gedachte dat de volkomen geobsedeerde hoofdpersoon het hem bespokende verhaal over de laatste wolf in Extremadura eindeloos zal blijven herschrijven in zijn koortsachtige hoofd. Alsof de zin, die na 76 bladzijden pas eindigt, feitelijk nog oneindig langer door zal kronkelen, in steeds nieuwe bochten. Zelf vind ik die lange zinnen heel meeslepend, door hun ademloosheid en intense geobsedeerdheid, en ook door hun bizarre kronkels, hun melancholie en filosofische diepgang, hun zwartgallige humor, en hun glimpen van nauwelijks verwoordbaar plotseling helder inzicht. En leesbaar zijn die zinnen ook, net zo goed als dat een ellenlang ademloos gebracht verhaal zonder pauzes heel goed beluisterbaar is als je maar met volle aandacht luistert, en als de inhoud maar boeit.

Het boekje is nogal apart vormgegeven. Zowel op de voorkant als de achterkant staat een titel, op de ene kant "The last wolf" en op de andere "Herman". Maar wat is eigenlijk de voorkant en wat de achterkant? Bovendien, als je de ene kant hebt gezien moet je het boekje op zijn kop draaien om de andere kant te zien. Zoiets gebeurt ook bij lezing van de verhalen zelf: je kunt beginnen bij "The last wolf" of bij "Herman" (die keuze is arbitrair), en als je het ene verhaal uithebt zie je, op de tegenovergelegen bladzij, het einde van het andere verhaal maar dan op zijn kop. Vreemde sensatie: het boekje is dus opgetrokken uit zinnen die niet willen stoppen, en door zijn vormgeving geeft het boekje als geheel geen duidelijk einde of begin. Ook al omdat je altijd ergens in het midden eindigt, in welke volgorde je de beide verhalen ook leest. Sommige mensen zullen dit gratuite Spielerei vinden, maar zelf vond ik het wel aardig bedacht. Bovendien vond ik het wel goed passen bij de verhalen zelf, waarin de personages ook de koers nogal kwijt zijn. Voorts lijkt het ene verhaal de keerzijde of vervormde omkering te zijn van het andere: zowel in "Herman" als in "The last wolf" wordt immers op sprakeloos verbijsterde toon georeerd over het doden van dieren en de compassie met die dode dieren, maar beide verhalen doen dat op geheel andere wijze. Zodat beide verhalen niet alleen schijnen in hun eigen raadselachtige licht, maar ook nog eens een raadselachtig licht werpen op elkaar.

Ik begon met "Herman", omdat dit het oudste verhaal is, alhoewel ik dus ook met "The last wolf" had kunnen beginnen. "Herman" is dan weer in twee verhalen gesplitst, "The game warden" en "The death of a craft", die allebei gaan over de jachtopziener Herman die eerst excelleert in het vangen en doden van dieren, die vervolgens door adembenemend beschreven nachtmerries en groteske spookbeelden wordt bevangen en door snijdende compassie met de gedode dieren, en die vervolgens wraak neemt op de hele mensheid. Dat verhaal wordt dus op twee manieren verteld, vanuit twee zeer verschillende perspectieven: de ene keer volg je, vanuit het perspectief van een anonieme verteller, wat Herman denkt en doet en voelt, de andere keer is Herman een soort legende waar een aantal libertijnse officieren zeer door worden geïntrigeerd, deels door hun onblusbare en vergeefse verlangen naar transgressie en nieuwe grensoverschrijdende ervaringen. Daardoor krijg je twee wel heel verschillende verhalen, met soms heel significante verschillen in het verhaalverloop. Door de ademloos meanderende opbouw van de eindeloos voortrollende zinnen kreeg de lezer al de indruk dat er een verhaal wordt verteld dat nauwelijks te vertellen is, en dat wordt nog versterkt door het te vertellen in twee zulke verschillende, elkaar soms tegensprekende versies. In een van die versies is het zelfs onduidelijk of Herman niet een uit fantasma's en onbewuste angsten geboren spookbeeld is in plaats van een bestaande persoon. Zo omcirkelt dit fascinerend in tweeën gespleten verhaal een aantal steeds geheimzinniger wordende motieven, zonder dat die motieven worden gepreciseerd of met een conclusie worden afgerond: motieven als irrationeel geweld en redeloze moordlust, of compassie met al het leven dat wij vaak gedachteloos ombrengen, of ook het verlangen naar een voorgoed verloren paradijselijke onschuld waarin nog geen sprake was van eten en gegeten worden. En het meest fascinerend is misschien wel Hermans even woeste als vergeefse razernij tegen alle menselijke conventies; die intense razernij maakt hem in mijn beleving tot een tragische held, de vergeefsheid ervan maakt hem in mijn interpretatie tot een Don Quichot die tegen windmolens vecht, en de combinatie van tragiek en vergeefsheid maakt hemt tot een fascinerend ambivalente tragi-komische figuur.

Het andere verhaal, "The last wolf" , is een eindeloze monoloog van een gedesillusioneerde en zeer verpauperde intellectueel, die in een intense woordenbrij zijn verbijstering over de wereld ventileert in een desolate, lege bar met een al even desolaat uitzicht door een niet minder desolate ruit. Die monoloog wordt geparafraseerd door een naamloze verteller, die de ellenlang meanderende zin van 76 bladzijden nog meer laat meanderen door allerlei sfeerbeelden van de troosteloze bar en de al even troosteloze, nauwelijks in het verhaal geïnteresseerde barman. Het ademloze verhaal gaat over "a time before thinking stopped, though that was a time beyond expression now, or was expected to employ such remnants of thought as remained, remained, that is, after the thinking ended which necessarily meant silence again since the language at his disposal was no longer capable of giving form to subjects that could not be fixed because it had gone full circle". Ook is er sprake van "the point at which he first understood the way things were and knew that any sense we had of existence was merely a reminder of the incomprehensible futility of existence, a futility that would repeat itself ad infinitum, to the end of time and that, no, it wasn't a matter of chance and its extraordinary, inexhaustible, triumphant, unconquerable power working to bring matters to birth or annihilation, but rather the matter of a shadowy demonic purpose, something embedded deep in the heart of things, in the texture of the relationship between things, the stench of whose purpose filled every atom". De taal hapert en hakkelt dus in deze eindeloos meanderende zin, mondt uit in een verbijsterde sprakeloosheid over de stinkende futiliteit der dingen. Precies die sprakeloosheid wordt dan uitgesproken, of uitgedrukt, door de grillige kronkels van deze zin en deze vertelling. Net als de onrust over de ongrijpbare "shadowy purpose" in de dingen en in de ruimte tussen de dingen. En dat alles wordt ook meeslepend in beweging gezet door een aantal inderdaad zeer verbazende ervaringen, die van alles te maken hebben met de dodelijke jacht op een aantal wolven en het enorme verdriet en schuldgevoel omdat een van die wolven door een onzinnig ongeluk doodgaat. Waarom al die sterfte en al die onzinnige dood? Maar ja, er is geen waarom, en precies dat besef wordt uitgeschreeuwd en uitgejankt. Of soms met stemmige filosofische melancholie treurig aanvaard. Net als de hoofdpersoon van "Herman" is ook de hoofdpersoon van "The last wolf" een door en door tragi-komische figuur, en op een misschien zelfs nog pregnantere wijze: de futiliteit van het bestaan wordt door hem immers nog veel explicieter benoemd, en waar Herman tenminste nog agressief hoewel vergeefs in opstand kwam, staat de hoofdpersoon van "The last wolf" bij alle actie vertwijfeld- passief en vol futiliteitsbesef aan de zijlijn.

Het mooie aan de boven geciteerde passages vind ik dat de duistere en raadselachtige ervaringen die daar worden benoemd - het stokken van het denken, het falen van de woorden, de "demonic purpose" en "shadowy purpose" die alles als een soort ongevormde stank lijkt te doordesemen- voelbaar gemaakt wordt in alle zinnen van alle twee (of drie?) verhalen. De hele ervaring van "it had all gone full circle" voel je tot op het bot, omdat alle formuleringen in het hele boek "full circle" in zichzelf voortkronkelen. Het totaal paf staan vanwege de zinloosheid van het bestaan, en vanwege de redeloze gewelddadigheid in de dierlijke natuur en de menselijke natuur, keert voortdurend terug in de stijl. De boven geciteerde passages beschrijven bepaalde moeilijk benoembare grenservaringen, op een m.i. pregnante wijze. Maar de zinnen roepen die ervaringen vooral ook op, door hun intensiteit en grillige verloop. Ze slepen je mee in een gevoel van verbazing over deze zo vreemde wereld, door zelf voortdurend verbazend te zijn. De zinnen zijn door hun lengte en meanderende structuur bovendien sterk desoriënterend, en roepen daardoor heel pregnant het gevoel op niet thuis te zijn in deze wereld en deze natuur. Krasznahorkai is voor mij kortom een barokke en volkomen grillige kampioen van het "show, don't tell". Er zijn niet veel schrijvers die zo goed de ervaring kunnen overbrengen dat de taal verstomt en het denken alle greep op de dingen verliest. En daar hou ik van.

Ook dit boekje van Krasznahorkai was dus weer heel fascinerend, al vond ik m.n. "De melancholie van het verzet" en "Seiobo there below"wel nog wat sterker. Volgens mij heb ik alles wat in het Engels of Nederlands van hem vertaald is nu ook gelezen. En toekomstige nieuwe vertalingen van die man koop ik ongezien!

Reacties op: Krasznahorkai: korte verhalen, intens lange zinnen

1
The Last Wolf & Herman - László Krasznahorkai
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker