Bij een bezoek aan het maritiem museum in Sydney stuit auteur Lisa Chaplin op een vergeten stukje napoleontische geschiedenis. In 1803 saboteren Britse spionnen de geheime vloot van Napoleon en brengen verschillende schepen tot zinken. Over deze missie schreef Chaplin De Getijdewachters.

Het verhaal begint als Lisbeth Duncan ontmoet, leider van de Getijdewachters. Deze groep Britse spionnen zoekt de Franse kustregio af naar bewijzen dat Napoleon een vloot mobiliseert om Groot-Brittannië aan te vallen. Al snel raakt Lisbeth betrokken bij de spionagepraktijken. Het is haar taak om te infiltreren bij de Amerikaanse uitvinder Robert Fulton, maker van de eerste onderzeeboot. Lisbeth doet er alles aan om inzage te krijgen in zijn geheime uitvinding; kennis over de besturing van een onderzeeboot is namelijk cruciaal in de uitvoering van de plannen van de Getijdewachters. In een rivier ontdekken ze een onbekende vloot van Napoleon. Uiteindelijk is het Lisbeth die een gedeelte van de vloot tot zinken brengt.

De vraag die Chaplin bezighoudt in De getijdewachters is deze:waarom zou Groot-Brittannië deze succesvolle operatie geheim hebben gehouden? De meeste overwinningen op tegenstanders werden immers publiekelijk gevierd en prestaties van spionnen werden opgenomen in de geschiedenisboeken. Is de gebeurtenis in de vergetelheid geraakt omdat een vrouw niet alleen de saboteur van de vloot was, maar ook de bedenker van het idee?

De focus op Lisbeth is, ondanks dat haar personage op waarheid is gebaseerd, de kracht en de zwakte van De getijdewachters. Door haar aantrekkelijke verschijning is ze in staat om, zonder argwaan te wekken, te infiltreren bij Fulton. Op deze manier krijg je een interessant inkijkje in de technische ontwikkelingen aan het begin van de negentiende eeuw, een tijd waarin de ontwikkeling van de duikboot nog in de kinderschoenen stond. Anderzijds vallen zowel Duncan als Fulton als een blok voor de sterke vrouwelijke hoofdpersoon. Als Lisbeth uiteindelijk met Duncan in het huwelijk treedt wordt het spionageplot afgewisseld met zinnen als: ‘Het geluk dat een huwelijk met Lisbeth voor hem betekende, overspoelde hem opnieuw’.

Uit het nawoord blijkt dat Chaplin vooral naam heeft gemaakt als schrijfster van romantische verhalen. Het is jammer dat de auteur, vooral in het tweede deel van De getijdewachters, teruggrijpt naar het genre waarmee ze vertrouwd is. De focus verschuift langzaam van de missie naar het persoonlijke welzijn van Lisbeth. Op deze manier ondermijnt Chaplin haar eigen zorgvuldige historisch onderzoek en voelt De getijdewachters op sommige momenten meer aan als een romantisch verhaal dan een historische roman.

Reacties op: De geheime missie van Napoleon