Advertentie

De Gormenghast-boeken van Mervyn Peake zijn legendarisch maar weinig bekend. Toen ik hoorde dat er voor het eerst een Nederlandse vertaling van kwam, was mijn belangstelling gewekt. Wat ik over zijn werk las, maakte me nieuwsgierig maar leidde ook tot twijfel: was de trilogie niet te gedateerd voor onze maatschappij van snelle televisiebeelden. Toen kreeg ik het eerste deel in handen, ging zitten en begon te lezen. En na een tiental bladzijden zette ik de televisie uit om ongestoord weg te kun¬nen zinken in de wereld van het kasteel Gormenghast en zijn bizarre bewoners. Een intens geschreven meesterwerk, vervreemdend als de werelden van Kafka, met de humor van Gogol, de fantastische rijkdom van Tolkien. Macaber en grotesk.
Mervyn Laurence Peake werd in 1911 in China geboren als zoon van een missie-arts. In 1922 keert het gezin Peake terug naar Engeland en na verschillende scholen komt Mervyn op de Royal Academy School of Art (1929-1933). Daar maakte hij zijn eerste olieverfschilderijen en schreef hij zijn eerste lange gedichten. In 1936 wordt hij parttime leraar aan de Westminster School of Art, waar hij zijn toekomstige vrouw Maeve Gilmour ontmoet. Peake is een kunstenaar die overloopt van ideeën voor romans en kinderboeken en schilderijen, waarbij zijn vrouw een belangrijk klankbord vormt. Hij maakt portretten in opdracht, onder andere van Graham Greene, die verschijnen in de London Mercury en in 1939 verschijnt Captain Slaughterhood Drops Anchor, een kinderboek. Zijn vrouw is dan zwanger van hun eerste kind en in afwachting op zijn oproep voor militaire dienst vestigt het gezin zich in Warningcamp. Hij wordt ingedeeld bij de infanterie, in welke periode hij al schrijft aan Titus Groan, dat nu is vertaald als Gormenghast, de Bestemming. Bij het schrijven werd hij sterk beïnvloed door een van zijn vroegere opdrachten, het vastleggen van het werk op een glasblazerij in de buurt van Birmingham. Een groot, vervallen gebouw dat een wereld op zichzelf leek, een plaats van oplaaiende vlammen en grillige schaduwen, waarin de glasblazers tot vreemde wezens worden vertekend. Een plaats die Peake’s verbeelding zodanig aanspreekt dat hij meteen begint te tekenen en dat er ook allerlei verbale beelden in hem opkomen.
Zijn militaire loopbaan is maar kort. Hij krijgt een zenuwinzinking en nadat hij uit het Southport Hospital is ontslagen, krijgt hij een functie als illustrator bij het Ministerie van Informatie. Toch volgt er een vruchtbare periode en in 1944 heeft hij al meerdere boeken gepubliceerd – zijn eerste gedichten-bundel Shapes and Sounds, nog twee kinderboeken, Ride a Cock Horse en Rhymes Without Reason – en geïllustreerd. In 1945 is hij een van de eersten die het concentratiekamp Bergen-Belsen bezoekt en dat maakt grote indruk op hem.
In 1946 verschijnt Titus Groan en het toont de indruk die de glasblazerij bij Birmingham op hem heeft gemaakt. Het grote vervallen gebouw is nog verder vergroot tot het al even in verval zijnde kasteel Gormenghast en het wordt geschilderd in het licht van grillige vlammen, die zowel in de ruimten van het kasteel als in haar bewoners sommige aspecten doen oplichten en andere in duistere schaduwen verborgen houdt. Een wereld van verouderde maar nog altijd dwingende ceremonie, van haat en nijd en machteloze ambitie, van bizarre personages. Maar ook van tederheid en een humor die wellicht typisch Brits kan worden genoemd. Een gedetailleerd schilderij waarin de vlam van het menselijk waarnemen beweging brengt in de haast statische tradities van het oeroude geslacht Grauw. Ondanks de details waarmee alles wordt beschreven en ondanks dat bijna alles zich afspeelt in de afgesloten wereld van het kasteel, weet Peake het verhaal toch steeds in beweging te houden, vanaf het moment dat hij de lezer letterlijk het kasteel binnenvoert, het moment waarop Titus Grauw wordt geboren, tot deze, minder dan twee jaar en zo’n vierhonderdzeventig bladzijde later, tot de nieuwe graaf wordt gekroond.
Opvallend van het boek is ook dat het nauwelijks over Titus als persoon gaat. Hij wordt geboren en komt soms als ingepakte zuigeling voorbij. Zijn enige daad stelt hij helemaal op het eind, maar ook dat is dan nog de daad van een heel klein kind. Het boek gaat vooral over de ambities van Stuurpiek, een jongen die kost wat het kost hogerop wil komen en daardoor het verval doet versnellen. Over bedienden die vastzitten in hun rol, maar daarbinnen heen en weer worden geslingerd door gevoelens. Over een graaf die machteloos vastzit in tradities, depressief en uiteindelijk waanzinnig. En over al die andere markante personen: de twee zusters van de graaf die hunkeren naar de macht die ze niet hebben, de dokter, freule Fuchsia, die jong is een oude, verkruimelende wereld.
Het boek werd geprezen door bekende literatoren als Graham Greene, Henry Reed en Elizabeth Bowen, en Anthony Burgess noemde het een modere klassieker, maar toch verkocht het maar matig. Datzelfde gold ook voor het tweede deel, Gormenghast (1950), ook al werd dat, evenals Peake’s gedichtenbundel The glassblowers, bekroond door de Royal Society of Literature. De smaak van zijn tijd was tegen hem, vond hem te romantisch. Sommigen vonden hem een schrijver van slechte griezelverhalen.
Peake had wel succes als illustrator en had inmiddels tal van beroemde boeken geïllustreerd, zoals Alice’s Adventures in Wonderland en Through the Looking-Glass (1946), The Rime of the Ancient Mariner van Coleridge (1943), de Household Tales van de gebroeders Grimm (1946), Dr. Jekyll & Mr. Hyde (1948) en Treasure Island (1949) van Stevenson. Desondanks schrijft hij verder. Hij begint aan een toneelstuk te werken en in 1953 verschijnt Mr Pye, dat eindigt in de ramsj, maar dat later volgens sommigen Salman Rushdie heeft beïnvloed bij het schrijven van The Satanic Verses. En in 1954 begint Peake aan een derde boek over Gormenghast, Titus Alone. Hij heeft dan al last van trillende handen en kan zich moeilijk concentreren, het begin van de ziekte van Parkinson.
Na veel afwijzingen komt het toneelstuk The Wit to Woo in 1957 toch op de planken, maar ook dat brengt hem geen succes. Peake stort in en komt in verschillende verpleegtehuizen terecht. Na zijn thuiskomst weet hij met veel moeite Titus Alone te voltooien, dat in 1959 verschijnt. Daarna gaat zijn gezondheid snel achteruit, uitlopend in een lange tocht door deprimerende verpleegtehuizen, waarin Peake in 1968 overlijdt.
Peake werd geloofd en beïnvloedde veel auteurs, vooral ook in het genre van de fantasy. Michael Moorcock, die bevriend met hem was, is wellicht de bekendste, maar ook in het werk van Jack Vance en Gene Wolfe zijn invloeden van Peake aanwezig. Na zijn dood groeit Peake echter uit tot een cultfiguur. De hitsingel The drowning man van The Cure zou op Gormenghast zijn geïnspireerd en Roger Tayler, drummer van de popgroep Queen, gebruikt in ieder geval één tekst van Peake, die hij als schilder en schrijver zeer bewonderd. In 1975 wordt er een Mervyn Peake Society opgericht, die zich nog altijd wijdt aan Peake’s leven en werk en sinds 1988 twee keer per jaar de Peake Studies uitgeeft. De BBC maakte een documentaire over hem, de Duitse componist Irmin Schmidt schreef een opera op basis van Gormenghast. Na zijn dood werden zijn boeken opnieuw uitgegeven, waaronder ook teksten uit zijn nalatenschap, en tot op de dag van vandaag zijn de Gormenghast-boeken in druk.
De vertaling van de Gormenghast-boeken is niet alleen een verrijking van de fantasy in het Nederlands, maar van de gehele in het Nederlands gepubliceerde literatuur. En nu maar hopen dat het niet tussen de wal van de literatuur en het schip van de fantasy wordt vermorzelt.

Reacties op: Legendarisch maar te weinig bekend