Advertentie

Ravens Imperium is in alle opzichten een opmerkelijk boek. Het is een oorspronkelijk Nederlandstalige fantasy en die zijn schaars. Binnen dat genre gebeurt er in Nederland en Vlaanderen weliswaar van alles, maar dat blijft toch wat steken bij kleine uitgeverijen, eigen beheer, enkele tijdschriften en één enkele verhalenwedstrijd. Na Wim Gijsen, Peter Schaap en W.J. Maryson is Edith Eri Louw pas de vierde fantasyauteur die in de afgelopen vijfentwintig jaar is gedebuteerd bij een grote uitgeverij met landelijke verspreiding. Maar het verhaal zelf, en dat is veel belangrijker, is al even opmerkelijk.
Het begint als een standaardfantasy, waarin magiërs van het Middeleeuwse land Magor zich proberen te beschermen tegen de oorlogszuchtige dreiging van hun buurlanden. Er is een leerling en de lezer ziet haar al op queeste gaan. Maar dat is slechts de proloog. Het daadwerkelijke verhaal, dat begint op bladzijde vijfentachtig, blijkt zich in een totaal andere omgeving af te spelen: het fictieve maar realistische Perforstad, waar Raven projectleider is bij een archeologisch museum is. Een hedendaagse, vertrouwde realiteit, met computers en café’s, een havenwijk en commerciële targets. Mede vanuit het bestuderen van oude artefacten komt Raven in contact met een geheim netwerk van magiërs, door sommigen beschouwd als een of andere sekte. In dit eerste deel van de ontdekkingstocht wordt een belangrijk deel van de spanningsboog gecreëerd door de rivaliteit tussen Raven en Corinthe, die in het verleden de functie van Raven had, maar geleidelijk aan onthuld de auteur meer verwikkelingen. Het is als een steen die in het water is gegooid, waarvan de golfjes zich steeds weidser uitspreiden. Raven wordt geschaduwd, de geheime dienst van het land is er bij betrokken, personen blijken andere rollen te vervullen dan aanvankelijk het geval bleek. Soms voelen die onthullingen, die veranderingen van inzicht een beetje gezocht, maar dat is maar even en het verhaal neemt de lezer alweer mee voordat hij daar echt bij stilstaat. Dat komt ook door de vlotte, makkelijk leesbare stijl van Louw, die het verhaal zoveel mogelijk via dialogen vertelt.
Door de vertrouwde stedelijke omgeving doet het verhaal wat aan als urban fantasy, maar dat is het toch niet. Nergens wordt Perforstad echt tot leven gewekt. Dat lijkt een bewuste keuze van de auteur, die haar aandacht bijna geheel richt op haar personages en het realistisch aandoende decor van de stad als vanzelfsprekend door haar lezers laat accepteren. Ook in dit deel blijft de toon van het verhaal die van een epische fantasy, een toon die geleidelijk ook in de feitelijke gebeurtenissen van het verhaal, wanneer Raven de verlosser van Magor zou moeten zijn en zij daadwerkelijk op zoek gaat naar het mythische land.
Behalve haar debuut is dus ook de combinatie van toon en decor dus opmerkelijk. Maar daar houdt het nog niet mee op. Het meest opmerkelijke is wellicht dat het een vrouwenboek is, zij het een vrouwenboek dat ook voor mannen goed leesbaar is. Alle belangrijke personages zijn vrouwen. Mannen spelen een beperkte rol in de marge, zoals de museummedewerkers Clovis en Luuk. Belangrijker is professor O’Heany, de directeur van het museum, maar hij speelt een negatieve rol, hetgeen in nog sterkere mate geldt voor de magiër Chardada. Mannen zijn vooral tegenstanders, vooral ook voor wat betreft hun manier van denken, hun feitelijke benadering van de werkelijkheid. Het is die tegenstelling tussen analytisch mannelijk en associatief vrouwelijk denken, die het spanningsveld vormt tussen Raven en haar rivale Corinthe, die zich heeft geconformeerd aan de mannelijke wereld. Het loopt slecht af met de Corinthes van deze wereld, ze worden door een man gedood.
Kortom, een opmerkelijk debuut, waarin Louw met een eigen stem en een eigen soort fantasy weet te overtuigen. Elke kritische kanttekening – soms zou het ietsje sneller kunnen, soms een wending die net niet helemaal overtuigd – is slechts de bedenking van een mannelijke lezer.

Reacties op: Ook voor mannen